Levensloop hoofdstuk 4

1 / 34
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Voorraad- & stroomgrootheden
  • Een voorraadgrootheid laat zien wat de waarde van iets op een bepaald moment is. Een voorbeeld is de hoeveelheid spaargeld die je op een bepaald moment hebt.
  • Een stroomgrootheid geeft de waardeverandering over een bepaalde periode weer. Een voorbeeld is de rente die je op je spaargeld krijgt.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Voorraadgrootheid
Stroomgrootheid
Ontvangen kleedgeld in Januari
Loon van je bijbaan in het eerste kwartaal van 2025
Spaarbedrag op spaarrekening op 31 januari
Ontvangen zakgeld in Februari

Slide 4 - Drag question

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Link

Waarom kan een flexibel arbeidscontract (een contract waarbij het niet vast ligt hoeveel uren je per week werkt) een reden zijn om geen kinderen te krijgen?

Slide 12 - Open question

Rolverdeling in de huishouding
- Opgroeiende kinderen --> Wie draagt de zorg?
- Meer of minder werken? --> Gaan beide ouders minder werken, een, of geen van beide (welke kosten komen hier bij kijken)?
- Wie doet het huishoudelijk werk? --> Wat is de verdeling hierin, doet één iemand dit of worden deze taken verdeeld?

Slide 13 - Slide

Taakverdeling en opofferingskosten
- Rolverdeling heeft te maken met geldelijke opofferingskosten. Hoe hoger het inkomen, des te hoger de opofferingskosten van korter werken. 
- Opofferingskosten zijn de gederfde netto baten van het beste, niet gekozen, alternatief
- Als iedereen zich bezighoudt waar hij/zij goed in is, besteed je zo min mogelijk tijd aan het huishouden.

Slide 14 - Slide

Maken opdrachten
Wat?: 4.1 tm 4.6 
Hoe?: Maak het huiswerk in duo's
Geluidsniveau: Fluisterend
Tijd?: Tot einde van de les
Vragen?: Stel eerst je vraag aan je duo, kom je er samen niet uit stel dan de vraag aan de docent
Uitkomst?: Volgende les gaan we de opdrachten bespreken en de opgedane kennis gebruiken voor het vervolg van H4
Klaar?: Maak 4.6 tm 4.9 (4.1 tm 4.9 is huiswerk)

Slide 15 - Slide

Janneke heeft haar VWO afgerond en staat nu voor twee keuzes: 1. studeren, 2. werken. Als Janneke gaat werken kan ze niet studeren, maar verdient zij wel €10.000 in haar eerste jaar. Als Janneke gaat studeren kan ze niet werken. Haar eerste jaar studeren kost €2.500.
Wat zijn de opofferingskosten voor Janneke indien zij besluit te gaan studeren?
A
€10.000
B
€2.500
C
€12.500
D
€7.500

Slide 16 - Quiz

Werken in duo's
Wat?: Maak de opdracht die de docent op het bord toont 
Hoe?: Overleg met je duo wat het juiste antwoord is, beide duo's noteren de antwoorden in het schrift
Geluidsniveau: Fluisterend
Tijd?: tussen de 3 en 5 minuten per opdracht (er komt een timer op het bord)
Vragen?: Kom je er niet uit? --> Eerst goed de theorie in het boek doornemen met je duo --> Daarna pas vragen aan de docent
Uitkomst?: Elke opdracht gaan we klassikaal bespreken (iedereen kan om het juiste antwoord gevraagd worden, het is dus belangrijk dat jij écht begrijpt wat je noteert)
Klaar?: Maak 4.6 tm 4.9 (4.1 tm 4.9 is huiswerk)

Slide 17 - Slide

Klassikaal opdracht 4.12 a
Pim
Martijn
Totaal
Schoonmaken
Tuin onderhouden
totaal
timer
3:00

Slide 18 - Slide

Klassikaal opdracht 4.12 a
Pim
Martijn
Totaal
Schoonmaken
8 uur
8 uur
Tuin onderhouden
2 uur
2 uur
totaal
8 uur
2 uur
10 uur

Slide 19 - Slide

Klassikaal opdracht 4.12 c
Pim
Martijn
Totaal
Schoonmaken
Tuin onderhouden
totaal
timer
5:00

Slide 20 - Slide

Klassikaal opdracht 4.12 c
Pim
Martijn
Totaal
Schoonmaken
6 uur
3 uur
9 uur
Tuin onderhouden
2 uur
2 uur
totaal
6 uur
5 uur
11 uur

Slide 21 - Slide

Absoluut en comparatief voordeel
Absoluut voordeel = de ene persoon kan een taak sneller of goedkoper uitvoeren.

Comparatief voordeel = Relatief voordeel: iemand heeft een comparatief voordeel bij de taak waar hij in vergelijking met de ander het minst slecht in is of in vergelijking met de ander de grootste voorsprong in heeft.

Slide 22 - Slide

Tabel 4.12
Fatima: absoluut voordeel bij koken en schoonmaken 
--> Want: 6 < 9 en 12 < 27
Roy: comparatief voordeel bij koken
--> Want: Roy doet (9/6) 1,5x zo lang over koken en (27/12) 2,25x zo lang over schoonmaken
Fatima: comparatief voordeel bij schoonmaken
--> Want: Haar tijdsvoordeel is het grootst bij schoonmaken (2,25 > 1,5)

Slide 23 - Slide

Klassikaal opdracht 4.13
Fatima
Roy
Totaal
Koken
Schoonmaken
totaal

Slide 24 - Slide

 opdracht 4.13
Fatima
Roy
Totaal
Koken
2 uur
6 uur
8 uur
Schoonmaken
12 uur
12 uur
totaal
14 uur
6 uur
20 uur

Slide 25 - Slide

Maken opdrachten
Wat?: 4.7 tm 4.15
Hoe?: Maak het huiswerk in duo's
Geluidsniveau: Fluisterend
Tijd?: Tot einde van de les
Vragen?: Stel eerst je vraag aan je duo, kom je er samen niet uit stel dan de vraag aan de docent
Uitkomst?: Volgende les gaan we de opdrachten bespreken en de opgedane kennis gebruiken voor het vervolg van H4
Klaar?: Maak 4.1 tm 4.9 (4.1 tm 4.9 is huiswerk)

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Video

4.6 Koophuis of huurhuis?
Recht van hypotheek. Het recht dat indien de schuld niet kan worden afbetaald, het onderpand gedwongen verkocht mag worden om daarmee de schuld af te betalen.

Hypotheekgever en hypotheeknemer

Slide 28 - Slide

Wat is het voordeel van huren van een woning?

Slide 29 - Open question

Wat is het voordeel van kopen van een woning?

Slide 30 - Open question

Annuïteit
Een annuïteitenhypotheek heeft de volgende kenmerken:
tijdens de looptijd los je periodiek af;
de bruto maandlasten zijn elke maand hetzelfde;
de netto maandlasten stijgen langzaam, omdat het belastingvoordeel afneemt.

Slide 31 - Slide

Lineair
De kenmerken van een lineaire hypotheek zijn:
tijdens de looptijd los je elke maand hetzelfde bedrag af;
in het begin betaal je veel rente, aan het einde weinig;
zowel de bruto- als de netto hypotheeklasten dalen in de loop van de tijd.

Slide 32 - Slide

Stroomgrootheid
Voorraadgrootheid
Betaalde hypotheekrente
Huur
Hypotheekschuld
Onderhoudskosten

Slide 33 - Drag question

Antonia en Stella kopen een huis voor 4 ton. Ze lenen het geld bij de bank. Als Antonia en Stella hun baan verliezen, moeten ze het huis verkopen. Ze hadden al € 50.000 afgelost. De woning is 20% in waarde gedaald. Bereken de restschuld na verkoop.

Slide 34 - Open question