Het vegetatieve zenuwstelsel

Het vegetatieve zenuwstelsel(11.4)
Het menselijk lichaam 
Hoofdstuk 11 regeling door zenuwen.
periode 3 les 6
1 / 26
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 54 min

Items in this lesson

Het vegetatieve zenuwstelsel(11.4)
Het menselijk lichaam 
Hoofdstuk 11 regeling door zenuwen.
periode 3 les 6

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

leerdoelen
Je kunt uitleggen hoe het vegetatieve zenuwstelsel invloed heeft op de vegetatieve functies van het lichaam.
Je kunt benoemen uit welke delen het sympathische zenuwstelsel bestaat.
Je kunt aangeven waar het sympathische zenuwstelsel zich bevindt.
Je kunt uitleggen wat de werking is van het sympathische zenuwstelsel.
Je kunt benoemen uit welke delen het parasympathische zenuwstelsel bestaat.
Je kunt aangeven waar het parasympathische zenuwstelsel zich bevindt.
Je kunt uitleggen wat de werking is van het parasympathische zenuwstelsel.
Je kunt beschrijven hoe het sympathische en het parasympathische zenuwstelsel tegengesteld aan elkaar (antagonistisch) werken

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Indeling
  • Anatomische indeling

  • Fysiologische indeling

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Anatomisch
Centraal
Perifeer
  • Hersenen
  • Ruggenmerg
  • 12 paar hersenzenuwen
  • 31/32 paar ruggenmergzenuwen

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Fysiologisch
Animaal
Vegetatief

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

animaal = dierlijk
Willekeurig zenuwstelsel
door je wil te controleren

Informatie verwerking waar je je bewust van bent (kunt zijn)
Sensorische en motorische zenuwen
Grote hersenen

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

autonoom (vegetatief (plant))
-onwillekeurig: werkt buiten de wil om
-regelt het constant houden van het interne milieu
- hypothalamus

(ortho)sympathisch

parasympathisch

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Parasympathisch
  • Rest and Digest

  • Rust --> Behalve de spijsvertering

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Orthosympathisch
  • Fight or Flight (Freeze)

  • Activeert:         bloeddruk  bloedsuikerspiegel            adrenaline (bijniermerg)
  • --> Behalve spijsvertering vasoconstrictie. 
  • skeletspieren juist vasodilatatie.


Slide 9 - Slide

This item has no instructions

0

Slide 10 - Video

This item has no instructions

Sympathische: 
zenuwcellen in het centrale zenuwstelsel;
de grensstreng;
zenuwknopen in de buikholte;
sympathische zenuwvezels.


Parasympatisch: 
zenuwcellen in het centrale zenuwstelsel;
zwervende zenuw;
parasympathische zenuwvezels.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Video

This item has no instructions

antagonistische werking
Het sympathische zenuwstelsel en het parasympathische zenuwstelsel werken tegen elkaar, oftewel ze hebben een antagonistische werking. Dat betekent dat ze tegenovergestelde dingen doen in je lichaam.

Dit begrip wordt vaak gebruikt in de farmacologie om te beschrijven hoe bepaalde medicijnen of chemicaliën de werking van andere stoffen blokkeren of verminderen.


Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Quiz

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Welk onderdeel van het zenuwstelsel is geen onderdeel van het centraal zenuwstelsel?
A
Ruggenmerg
B
Grote hersenen
C
Hersenstam
D
Zenuwen

Slide 15 - Quiz

Centraal zenuwstelsel
grote hersenen;
tussenhersenen;
hersenstam;
kleine hersenen;
ruggenmerg.
Wat is de functie van zenuwcellen?
A
Het doorgeven van signalen
B
Het produceren van hormonen
C
Het verteren van voedsel
D
Het reguleren van de bloeddruk

Slide 16 - Quiz

De functies van zenuwcellen zijn het ontvangen en doorsturen van impulsen. 
Het zenuwstelsel bestaat uit het centrale zenuwstelsel en het perifere zenuwstelsel
A
waar
B
niet waar

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de functie van het zenuwstelsel?
A
zorgt voor prikkelgeleiding
B
zorgt voor je bewustzijn
C
Goede samenwerking van de lichaamsfuncties
D
fight en flight

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

het vegetatieve zenuwstelsel is hetzelfde als het autonome zenuwstelsel
A
juist
B
onjuist

Slide 19 - Quiz

vegatieve ZS -> Autonome ZS -> Onwillekeurig

Animale ZS -> Willekeurig 
Autonome zenuwstelsel is het ........ zenuwstelsel
A
onwillekeurig
B
Willekeurig

Slide 20 - Quiz

vegatieve ZS -> Autonome ZS -> Onwillekeurig

Animale ZS -> Willekeurig 
Wat is een ander woord voor zenuwcellen?
A
Neuronen
B
Dendrieten
C
Axonen
D
Neurieten

Slide 21 - Quiz

A
In de tekening zie je het ruggenmerg van binnen.
in het ruggenmerg vind je vooral:

Je knippert met je ogen
A
bewuste beweging
B
onbewuste beweging

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de functie van het ruggenmerg?
A
Bescherming
B
Beweging
C
Signalen doorgeven
D
Schokdemping

Slide 23 - Quiz

Het ruggenmerg (medulla spinalis) is het deel van het centrale zenuwstelsel dat in het wervelkanaal ligt. Het ruggenmerg dient als geleidingsweg voor alle motorische impulsen vanuit de hersenen en alle sensorische impulsen naar de hersenen toe. Het ruggenmerg wordt grotendeels beschermd door de benige wervelkolom. Het strekt zich uit van het achterhoofdsgat van de schedel tot aan ongeveer de eerste lendenwervel.
Wat is de oorzaak van een dwarslaesie?
A
Aangeboren afwijking
B
Trauma
C
ziekte van het zenuwstelsel
D
alle antwoorden zijn juist

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de ziekte van Parkinson?
A
Spierziekte
B
Infectie aan de zenuwcellen
C
Hersenziekte
D
Ziekte van het centrale zenuwstelsel

Slide 25 - Quiz

De ziekte van Parkinson ontstaat door een tekort aan dopamine in de hersenen. Dopamine is een stof die in de hersenen gebruikt wordt om hersencellen in een bepaald gebied te laten communiceren. 
Welke deel van het autonoom zenuwstelsel heeft de overhand bij de ziekte van Parkinson
A
parasympatisch
B
sympatisch
C
weet ik niet

Slide 26 - Quiz

Welk deel van het autonoom zenuwstelsel heeft bij Parkinson de overhand?
Het parasympatische systeem.
Aan welke neurotransmitter is er een tekort?
Dopamine
Welke bouwstof van dopamine is belangrijk?
levodopa
Wat zijn kenmerken van de 1ste fase?
Bewegingsarmoede
Trillen
Houdingsstoornis
Masker gelaat
Monotone spraak
Wat zijn de kenmerken van de verdere achteruitgang?
Gedragsverandering
Depressie
Duizeligheid
Verstopping
Late fase:
Dementie