Stap 1: Zoek de persoonsvorm + werkwoorden
Vandaag / ben / ik naar de dierentuin / geweest.
Stap 2: Alles wat vóór de persoonsvorm staat, is één zinsdeel.
/Vandaag / ben / ik naar de dierentuin / geweest.
Stap 3: Het onderwerp is één zinsdeel.
/ Vandaag / ben / ik / naar de dierentuin / geweest.
Stap 4: Alles wat je samen voor de persoonsvorm kunt zetten is één zinsdeel.
/ Naar de dierentuin / ben / ik / vandaag / geweest.