Schrijfles opdracht A1 quiz schrijven met vraagwoorden

1 / 27
next
Slide 1: Slide
NT2PraktijkonderwijsLeerjaar 1

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Schrijfles: de vraagwoorden gebruiken voor het maken van een quiz.

Slide 2 - Slide

Schrijfles

Doel: een quiz schrijven met wie/wat/welke/wanneer/hoe vragen

Slide 3 - Slide

Schrijven
Doel: een quiz schrijven voor de klas met wie/wat/welke/waarom vraagzinnen

Wat moet je daarvoor kunnen?
Weten wanneer je deze woorden gebruikt.

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide


Welke kleur heeft deze fiets?
A
rood
B
geel
C
blauw
D
zwart

Slide 7 - Quiz


Welk cadeautje is voor mij?
A
Het roze cadeautje is voor mij.
B
Het gele cadeautje is voor mij.
C
Het rode cadeautje is voor mij.
D
Er is geen cadeautje voor mij bij.

Slide 8 - Quiz


Wat zijn dit voor dieren?
A
Hagedissen
B
Salamanders
C
Slangen
D
Krokodillen

Slide 9 - Quiz


....... begint de vakantie?
A
Wanneer
B
Waarom
C
Welke
D
Wie

Slide 10 - Quiz


Hoe heet deze muis?
A
Minnie Mouse
B
Kwik
C
Mickey Mouse
D
Dagobert

Slide 11 - Quiz


Welke dag is het vandaag?
A
zondag
B
donderdag
C
vrijdag
D
woensdag

Slide 12 - Quiz


Waarom eten we alwéér spruitjes?
A
Omdat ze lekker zijn.
B
Omdat ze goedkoop zijn.
C
Omdat mijn ouders niets anders kunnen koken.
D
Omdat het mijn favoriete groente is.

Slide 13 - Quiz


Wie op deze foto is 15 jaar?
A
Sven
B
Rob
C
Lea
D
Elsa

Slide 14 - Quiz


A
Welke staat dit verkeersbord hier?
B
Wanneer staat dit verkeersbord hier?
C
Wie staat dit verkeersbord hier?
D
Waarom staat dit verkeersbord hier?

Slide 15 - Quiz


A
Wie is dit?
B
Wat is dit?
C
Welke is dit?
D
Waarom is dit?

Slide 16 - Quiz


A
Wie brug zie je hier?
B
Wat brug zie je hier?
C
Welke brug zie je hier?
D
Waarom brug zie je hier?

Slide 17 - Quiz

Noem 4 wilde dieren

Slide 18 - Open question

Wat is de hoofdstad van Nederland?

Slide 19 - Open question

Hoe heet dit dier?

Slide 20 - Open question

Welke kleur sokken
heb jij aan vandaag?

Slide 21 - Open question

Noem 4 namen die
beginnen met de letter A

Slide 22 - Open question

Hoeveel mensen wonen er in Nederland
A
Bijna 200 miljoen
B
Bijna 18.000.000
C
Bijna 17 miljoen
D
Bijna 18 miljoen

Slide 23 - Quiz

Wat is dit?
A
hutspot
B
patatje speciaal met bitterballen
C
patatje speciaal met frikandellen
D
kroket

Slide 24 - Quiz

Verzin vraagzinnen met deze plaatjes.

Slide 25 - Slide

Nu jij

Kijk om je heen en bedenk vragen.
*Schrijf 5 vraagzinnen.
-Denk aan hoofdletter en vraagteken
-Werk netjes
-Check je spelling

Slide 26 - Slide

Nu voor de quiz!
Bedenk in tweetallen 8 vragen voor de quiz.
De vragen moeten over Nederland gaan.
Denk aan hoofdletter en vraagteken?
Werk netjes. 

Schrijven, niet op de laptop.

Slide 27 - Slide