Grammatica

Deze les
1. uitleg periode 3
2. start Grammatica (par. 3 Samentrekking)
3. stillezen en/of werken aan je boekopdracht (extra veel tijd vandaag)
1 / 40
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Deze les
1. uitleg periode 3
2. start Grammatica (par. 3 Samentrekking)
3. stillezen en/of werken aan je boekopdracht (extra veel tijd vandaag)

Slide 1 - Slide

Periode 3
Toets Formuleren (cursus 6)
--> ter voorbereiding hierop behandelen we ook cursus 5 grammatica
Toets Meer dan lezen (par. 5 en 6)

Boekopdracht (deadline 6 februari, inleveren bij nieuwe docent) keuzeopdracht (zie Magister)

Slide 2 - Slide

Grammatica cursus 5 (p. 210)
§3 Samentrekking
Doen:
1. uitlegpowerpoint bekijken/beluisteren op Magister (geen oortjes = theorie lezen op pag. 210)
2. maak daarna opdr. 1 t/m 3 (online of uit je boek)
Klaar? Ga stillezen of werk aan je boekopdracht (keuzeopdracht zie Magister)


Slide 3 - Slide

stillezen 
Je pakt je leesboek en gaat stillezen.

Boek uit? Werk aan je boekverslag.

Bekijk de keuzeopdrachten op Magister -
agenda -les van vandaag.


timer
30:00

Slide 4 - Slide

Deze les
- herhaling Samentrekking (grammatica par. 3)
- uitleg foutieve samentrekking (formuleren par. 2)
- oefenen 
- stillezen/boekopdracht
- oefendebat (indien er tijd is)

Slide 5 - Slide

Bij een samentrekking ...
A
worden woorden weggelaten als ze op een andere plek staan t.o.v. de pv.
B
worden ow en pv weggelaten.
C
worden bijzinnen korter weergegeven.
D
worden woorddelen, woorden of zinsdelen weggelaten.

Slide 6 - Quiz

Wat is geen samentrekking?
A
huis- tuin- en keukenspullen
B
blauwe en groene schoenen
C
hotel-restaurant
D
kook- en bakboeken

Slide 7 - Quiz

Wat is een samentrekking?

Slide 8 - Slide

Wat is een samentrekking?
Bij een samentrekking worden woorddelen, woorden of zinsdelen weggelaten.

Slide 9 - Slide

Wat is een samentrekking?
Als in een samengestelde zin dezelfde woorden twee keer voorkomen, kun je die meestal de tweede keer weglaten. Dat heet samentrekking.

Een samentrekking wordt daarom ook wel weglating genoemd.

Voorbeeld:
Ik heb mijn fiets gekregen en uitgeprobeerd op mijn verjaardag.

Slide 10 - Slide

Wat is geen samentrekking?
a. huis- , tuin- en keukenspullen
b. blauwe en groene schoenen
c. hotel-restaurant
d. kook- en bakboeken

Slide 11 - Slide

Wat is geen samentrekking?
a. huis- , tuin- en keukenspullen
b. blauwe en groene schoenen
c. hotel-restaurant
d. kook- en bakboeken

Slide 12 - Slide

Soorten samentrekking
-samentrekking zinsniveau
-samentrekking woordniveau
-samentrekking woordgroepsniveau

Slide 13 - Slide

Soorten samentrekking
-samentrekking zinsniveau
Ik heb gegeten en gedronken.
-samentrekking woordniveau
Ik heb straks natuur- en scheikunde.
-samentrekking woordgroepsniveau
Er zijn grote en kleine apen in Apenheul.

Slide 14 - Slide

typen samentrekking
Voorwaartse samentrekking: het gemeenschappelijke deel wordt vooraan in de samentrekking genoemd.
  • een tweedehands auto is goedkoper dan een nieuwe.

Achterwaartse samentrekking:  het gemeenschappelijke deel wordt achteraan in de samentrekking genoemd.
  • in voor- en tegenspoed

Slide 15 - Slide

Foutieve samentrekking
Er zijn drie soorten fouten die gemaakt kunnen worden bij een samentrekking:

  • vorm/getal klopt niet
  • betekenis klopt niet
  • grammaticale functie klopt niet

Slide 16 - Slide

Formuleren 
- pag. 230
- §2 Samentrekking controleren
- foutieve samentrekking

Slide 17 - Slide

vorm/getal klopt niet: 
In het park zijn enkele picknicktafels geplaatst en ook een vijver aangelegd.

Wat is er samengetrokken?


Slide 18 - Slide

vorm/getal klopt niet: 
In het park zijn enkele picknicktafels geplaatst en (in het park zijn) ook een vijver aangelegd.

Klopt dit?


Slide 19 - Slide

vorm/getal klopt niet: 
In het park zijn enkele picknicktafels geplaatst en is ook een vijver aangelegd.

Verbeter de zin!


Slide 20 - Slide

betekenis klopt niet
Hij heeft een diploma en daar hard voor gewerkt.



Wat is er samengetrokken?

Slide 21 - Slide

betekenis klopt niet
Hij heeft een diploma en (hij heeft) daar hard voor gewerkt.



Klopt dit?

Slide 22 - Slide

betekenis klopt niet
heeft = in het bezit zijn van / heeft = hulpwerkwoord (andere betekenis)
hij = beide onderwerp (is dus goed, mag samengetrokken)

Hij heeft een diploma en heeft daar hard voor gewerkt.


Verbeter de zin!

Slide 23 - Slide

grammaticale functie klopt niet
Ik heb je bericht gezien en een antwoord op je vraag


Wat is samengetrokken?

Slide 24 - Slide

grammaticale functie klopt niet
Ik heb je bericht gezien en (ik heb) een antwoord op je vraag.


Klopt dit?

Slide 25 - Slide

grammaticale functie klopt niet
heb = hulpwerkwoord / heb = zelfstandig werkwoord
ik = in beide onderwerp (goed!)

Ik heb je bericht gezien en heb een antwoord op je vraag.


Verbeter de zin!

Slide 26 - Slide

Maken (samen of alleen):
Cursus 6 Formuleren (p. 230)
§2 Samentrekking controleren
maken: opdr. 1 t/m 4
Let op:
Je moet goed kunnen ontleden! Nog uitleg nodig over naamwoordelijk gezegde en koppelwerkwoord? Kijk de uitlegpowerpoint in studiewijzer op Magister!

Klaar? stillezen/boekopdracht

Slide 27 - Slide

Oefendebat
Elke school moet een warme lunch verzorgen

Slide 28 - Slide

Start opdrachtje. 
Wat weet je nog?

https://maken.wikiwijs.nl/p/questionnaire/standalone/4124560

Slide 29 - Slide

Ik begrijp de foutieve samentrekking!
Ja
Bijna
Een beetje
Nee

Slide 30 - Poll

Deze les
-startopdrachtje - herhaling vorige les: weet je het nog?
- uitleg verwijswoorden en fouten met verwijswoorden
- oefenen met fouten in verwijswoorden
- stillezen en/of werken aan je boekopdracht
doel: fouten met verwijswoorden herkennen en verbeteren

Slide 31 - Slide

fouten met verwijzen
grammatica §5 verwijzen - p. 214
formuleren §3 fouten met verwijswoorden - p. 232

Slide 32 - Slide

Wat is een verwijswoord?

Slide 33 - Slide

Verwijswoorden
Mijn vader kwam gisteren laat thuis en nu is hij erg moe.
Hij verwijst hier naar mijn vader -> een verwijswoord.
Hij, zij, dat, die en daar zijn vaak verwijswoorden.

Slide 34 - Slide

Bekijk de video
fouten met verwijswoorden

Begrijp je het meteen goed? -- maak 
Formuleren §3 - opdr. 1 t/m 4

Vind je verwijswoorden nog lastig? -- lees de theorie op p. 214 en maak daarna eerst opdr. 1 t/m 3 - gramm. §5 verwijzen)

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Link

Welke verwijswoorden horen in deze zin? 
Sleep de verwijswoorden naar de goede plaats.
Er kunnen meerdere verwijswoorden goed zijn als antwoord. 
Vera doet het trucje voor.    ________  zegt:

‘Zo moet je ________ doen.’
deze
die
dit
dat
hij
zij
het

Slide 37 - Drag question

Welke verwijswoorden horen in de volgende zin? Sleep het verwijswoord naar de goede plaats.
Het drumstel is van Davids vader,
maar               gebruikt               niet meer.
Hij
Zij
Haar
Het
Die
Dat
Daar

Slide 38 - Drag question

fouten met verwijswoorden
Begrijp je het meteen goed? -- maak 
Formuleren §3 - opdr. 1 t/m 4 p. 232 (gebruik ook het uitgereikte stencil)

Vind je verwijswoorden nog lastig? -- lees de theorie op p. 214 en maak daarna opdr. 1 t/m 3 - gramm. §5 verwijzen


Startopdracht ging niet goed? Dit geantwoord
Oefenen met samentrekking: https://onlinenederlands.nl/page900.html

Slide 39 - Slide

stillezen 
Je pakt je leesboek en gaat stillezen.

Boek uit? Werk aan je boekverslag.




timer
15:00

Slide 40 - Slide