A1 les 2

A1 les 2
1 / 29
next
Slide 1: Slide
NT2MBOStudiejaar 2

This lesson contains 29 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

A1 les 2

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Lesplan
1.  Check in 
2. Herhaling vorige les
3. Grammatica wie en wat en ik, jij, wij + opdrachten
4. Spreekoefening wat zie je
5. Tellen in het Nederlands 
6. Spreekoefening dialoog
7. Afsluiting: Wat wil je volgende les leren? (Closure: What do you want to learn in the next lesson?)

Slide 6 - Slide

leerdoelen
✅ Je begint de les met een korte check-in en vertelt wie je bent.
✅ Je herhaalt de belangrijkste punten van de vorige les.
✅ Je oefent het gebruik van 'wie' en 'wat' en de voornaamwoorden 'ik, jij, wij' met opdrachten.
✅ Je oefent jezelf voorstellen in een eenvoudige spreekopdracht.
✅ Je telt in het Nederlands en herhaalt de cijfers.
✅ Je voert een eenvoudige dialoog in het Nederlands.
✅ Je geeft aan wat je in de volgende les wilt leren.

Slide 7 - Slide



Hoe gaat het met je?
 Check in

Slide 8 - Slide

Zijn
Ik ben 35 jaar.
Jij bent jarig.
U bent vriendelijk.
Hij is ziek.
Jullie zijn aardig.
Wij zijn getrouwd.
Zij zijn vrienden.

Slide 9 - Slide

Hebben
Ik heb honger.
Jij hebt een kat.
U hebt geen dieren.
Hij heeft een banaan.
Jullie hebben kinderen.
Wij hebben eten.
Zij hebben appels.

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Link

De woorden

1. getrouwd
2. de kinderen
3. groeten
4. de mevrouw
5. tot ziens
6. de dochter/ de zoon
7. de familie


8. de ouders
9. het meisje
10. praten
11. de kleinkinderen
12. het alfabet
13. de letters
14. de naam

Slide 14 - Slide

invulopdracht
1. Mijn opa en oma houden veel van ________.
2. In de klas leren we ________ van A tot Z.
3. Anna is geen jongen, maar een ________.
4. Mijn vader en moeder zijn mijn ________.
5. We schrijven woorden met ________.
6. Hoe is jouw ________?
7. Wij ________ elke dag met onze vrienden.

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Grammatica: persoonlijk voornaamwoorden
Hallo, ik wil je even spreken. Kan je mij even terugbellen?
Je/Jij bent toch thuis morgen? Ik kom morgen even bij je/jou langs.
U mag daar even gaan zitten. De dokter komt u over 10 minuten halen.
Hij heeft hulp nodig. Ik ga hem morgen even helpen.
Ze/Zij is heel vriendelijk. Ik vind haar aardig.
Het is niet zo leuk. Ik vertel het morgen aan mijn familie.
Wij hebben een nieuwe tv gekocht. De verkoper gaf ons 20% korting.
Jullie begrijpen het niet goed. Ik leg het jullie nog één keer uit.
Ze/Zij wonen in onze buurt. Ik zie hen/ze vaak samen lopen.

Slide 17 - Slide

Vul in: Ik, jij, wij, zij
1. Ik ben Eva. .......kom uit Polen.
2. Hoi! Ik ben Sara en dit is mijn man. ..............komen uit Spanje.
3. Lisa en Joep zijn getrouwd...........hebben 2 kinderen.
4. Dag, ik heet Sofie. Hoe heet .................?

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Link

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Spreekoefening
Stel jezelf nog eens voor!

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

De docent noemt getallen. Schrijf de getallen eens uit.

Slide 26 - Slide

spreekoefening cultuur
Wat eet je vaak in jouw land? 🍽️
Welke feestdag vind jij het leukste? 
Welke muziek of dans is populair in jouw cultuur? 
Hoe begroeten mensen elkaar in jouw land? Hand, knuffel of iets anders? 🤝
Als jouw land een dier zou zijn, welk dier zou het dan zijn? 🦁🐢
Wat zou een toerist in jouw land nooit moeten doen? ❌🧀🐟

Slide 27 - Slide

leerdoelen
✅ Je begint de les met een korte check-in.
✅ Je herhaalt de belangrijkste punten van de vorige les.
✅ Je oefent het gebruik van 'wie' en 'wat' en de voornaamwoorden 'ik, jij, wij' met opdrachten.
✅ Je oefent jezelf voorstellen in een eenvoudige spreekopdracht.
✅ Je telt in het Nederlands en herhaalt de cijfers.
✅ Je voert een eenvoudige dialoog in het Nederlands.
✅ Je geeft aan wat je in de volgende les wilt leren.

Slide 28 - Slide

Wat heb je geleerd?
- Wat vond je van de les?
- Wat wil je volgende week leren?

Slide 29 - Slide