Hechting

Inhoud

  • voorgaande lessen
  • presentaties
  • Hechting
  • onveilige hechting
  • opdracht



1 / 37
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMBOStudiejaar 3

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

Items in this lesson

Inhoud

  • voorgaande lessen
  • presentaties
  • Hechting
  • onveilige hechting
  • opdracht



Slide 1 - Slide

This item has no instructions

                                            Intro                                        



Als je mij zo zie dan zou je niet denken dat..

Slide 2 - Slide

foto 3 jeugd
2 waarheden 1 leugen
metafoor






Wat weet je nog?

Slide 3 - Slide

gezinssituatie waarin je opgevoed bent?
Hoe ben je opgevoed? 
Wat heb je geleerd tijdens je  opvoeding?
wat zou je zelf anders doen in je opvoeding?
wat is belangrijk bij opvoeding?
wat neem je mee in je opvoeding?
Hechting


Slide 4 - Mind map

This item has no instructions

                                Hechting:


  '




  • Is de band die je in je eerste levensjaar vormt met je ouders of verzorgers. 
  • Het is een natuurlijke behoefte om nabijheid te zoeken bij mensen die je verzorgen en veiligheid bieden. 
  • Dit is van belang voor een gezonde ontwikkeling van een kind.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Onderzoekers hechtingstheorie:

  • Harlow
  • Bowlby
  • Ainsworth

Slide 7 - Slide

De gehechtheidstheorie beschrijft hoe vroege ervaringen in relatie met opvoeders van belang zijn bij de ontwikkeling van het zelfbeeld van kinderen. Bovendien hebben deze vroege ervaringen invloed op relaties en vriendschappen die iemand later aangaat. Doorgaans wordt deze theorie voornamelijk toegeschreven aan John Bowlby (1907-1990). Dat Ainsworth had bijgedragen aan de theorie is al langer bekend, maar uit correspondentie uit die tijd blijkt dat haar bijdrage aanzienlijk groter was dan tot nog toe gedacht.
Harlow 
  • Voerde hechtings-  experimenten uit met babyaapjes.
  • Harlow onderzocht of de aapjes, naast voedsel, ook behoefte hadden aan de nabijheid van een moeder. 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Experiment Harlow 
Concludeerde na experiment met
apen dat nabijheid/warmte een belangrijk onderdeel is voor
hechting.
Hoe ging dit experiment in zijn werk?

Slide 9 - Slide

Daarvoor sloot hij een aapje op in een kooi met twee metalen apen. De ene kooi was omwikkeld met stof, maar het aapje kreeg geen melk; de tweede kooi was zonder stof, maar met melk. 
Voorwaarden voor veilige hechting
 Sensitief reageren: Ouders staan open voor signalen van het kind, begrijpen signalen en reageren adequaat.
Continuïteit: Er is continuïteit in de aanwezigheid van de gehechtheidspersoon nodig.
Metalliseren: Ouder verplaatst zich in het perspectief van het kind en verwoordt dat ook.

Slide 10 - Slide

Om te kunnen mentaliseren moet u zich kunnen voorstellen wat andere mensen zouden kunnen denken of voelen, en begrijpen dat dit anders kan zijn dan wat u zelf denkt en voelt. Maar mentaliseren gaat ook over herkennen van uw eigen gedachten en gevoelens

De ouder is een veilige haven wanneer hij het kind troost bij verdriet, geruststelt bij angst of helpt bij woede of andere emoties. Om sensitief en voorspelbaar te kunnen reageren, moet een ouder betrokken zijn bij het kind. Anders ziet hij of zij de signalen van het kind niet. Ook moet een ouder het kind goed kennen en observeren om de signalen correct te kunnen interpreteren. In onderstaand filmpje valt te zien wat het effect is van het niet sensitief reageren.

Zwangerschap  
  • Tijdens de zwangerschap 
      worden er hechtingsprocessen
      in gang gezet. 
  • De baby hoort geluiden die
     afkomstig zijn van buiten de
     baarmoeder. 
  • De baby reageert op angst
      reacties van zijn moeder. 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Mary Ainsworth               


  • Onderzoek naar de interactie tussen ouder en kind.
  • Gehechtheidsgedrag & stressvolle situaties.


Om dit te onderzoeken heeft zij de vreemde situatie test bedacht. Door dit experiment zijn er verschillende hechtingstypen vastgesteld.






Slide 12 - Slide

Een kind wordt in een ruimte geplaatst met moeder.
Ouder gaat even weg: het kind reageert / Ouder komt terug: het kind reageert.
Door middel van dergelijk onderzoek onderscheidde Mary Ainsworth verschillende hechtingstypen of hechtingsrelaties.
nu filmfragment Moderne herhaling van dit experiment
Zie het verschil van reactie van de verschillende kinderen.

Slide 13 - Video

01:07-05:44
(4min)
Laat het belang van sensitief, continuïteit en metalliseren zien

Slide 14 - Video

This item has no instructions

wat kan een oorzaak zijn van minder sensitief reageren op het kind?

Slide 15 - Mind map

Trauma bij je ouders
Psychische Aandoeningen:
Verslavingen:
Veel stress
Culturele of religieuze normen
Problemen in de relatie
Gezondheidsproblemen:
Mentaliseren                              

Slide 16 - Slide

Een collega loopt langs je in de gang en reageert niet wanneer jij ‘Goedemorgen’ zegt. Jij denkt: ‘Zou die opmerking tijdens de vergadering van gisteren verkeerd zijn gevallen? Ik was ook wel geërgerd omdat er weer geen aandacht was voor mijn agendapunten. Of zou hij met zijn gedachten ergens anders zijn? Was zijn moeder niet ernstig ziek? Ik ga het hem toch even vragen straks.’
Mentaliseren
  • Is het denken over ons eigen voelen en denken, en dat van anderen. 
  • Het is het kunnen begrijpen en interpreteren van gedrag als gevolg van gevoelens en gedachten, van motieven en intenties.


Herken jij de emoties van een ander?                         
Een collega loopt langs je in de gang en reageert niet wanneer jij ‘Goedemorgen’ zegt. Jij denkt:                        

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Het effect van hechting
  • Durven verkennen van de wereld
  • Kunnen bouwen aan relaties met anderen
  • Vertrouwen
  • Zelfvertrouwen
  • Gevoel van eigenwaarde
  • Veerkracht 
  • verbandenleggen tussen gedrag en het effect daarvan. 

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Onveilige hechting






Onveilige hechting, welke kinderen lopen risico?
Als er iets misgaat in de hechting, spreken we van onveilige hechting.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Onveilige hechting, welke kinderen lopen risico?
  • Adoptie kinderen/ pleegkinderen
  • Ongewenste kinderen
  • Verwaarloosde, mishandelde kinderen
  • Kinderen uit gebroken gezinnen
  • Kinderen van ouders die zelf niet goed gehecht zijn
  • Kinderen van ouders met psychische problemen
  • Kinderen van ouders met een verstandelijke beperking



Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Gehechtheidsrelaties onderverdeeld in vier categorieën.          

1. Veilig gehecht: 
2. Vermijdend gehecht: 
3. Ambivalent (afwerend) gehecht: 
4. Gedesorganiseerd gehecht:                          
Opdracht onderzoeken:
  1. Kenmerken
  2. Omstandigheden verzorgers
  3. Gevolgen


Slide 21 - Slide

In groepjes onderzoeken (op flappen)
 4 patronen van hechting:
1. Veilig gehecht: goede balans exploratiedrang en gehechtheidsgedrag. 
2. Vermijdend gehecht:  De opvoeder relatief vaak afwijzend, zakelijk of weinig sensitief is. Gevolg voor kind negeren of vermijden de opvoeder en gedragen zich zelfstandig.
 3Ambivalent (afwerend) gehecht: De opvoeder is vaak inconsequent sensitief, onvoorspelbaar voor het kind en afwezig op cruciale momenten. Gevolg weinig geneigd zelfstandig activiteiten uit te voeren, afwezigheid opvoeder leidt tot angst, terugkeer voor boosheid en verontwaardiging.
4Gedesorganiseerd gehecht: De omgang met de ouder is vaak inconsequent geweest en onvoorspelbaar terwijl ook vaak sprake is van bedreigende en beangstigende vormen van verzorging. Gevolg zoeken enigszins toenadering, tegelijkertijd levert dat stress en angst op. 

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Gevolgen van een onveilige hechting kunnen zijn

  • Gedragsproblemen en psychiatrische aandoeningen
  • Verminderde sociale vaardigheden
  • Meer kans op kinderen met hechtingsproblemen (domino-effect)
  • Laag zelfvertrouwen.
  • Gevoelig voor stress.
  • Bang zijn voor afwijzing.
  • Moeite hebben met intimiteit.
  • Faalangst.
  • Liever alleen willen zijn.
  • Bevestiging zoeken bij anderen.
  • Anderen op een afstand houden óf je juist vastklampen aan anderen.
  • Last hebben van bindingsangst en/of verlatingsangst.

Slide 23 - Slide

Laag zelfvertrouwen.
- Gevoelig voor stress.
- Bang zijn voor afwijzing.
- Moeite hebben met intimiteit.
- Faalangst.
- Liever alleen willen zijn.
- Bevestiging zoeken bij anderen.
- Anderen op een afstand houden óf je juist vastklampen aan anderen.
- Last hebben van bindingsangst en/of verlatingsangst.
- Hechtingsproblemen met je kinderen, omdat je je kinderen niet kan geven wat zij nodig hebben vanwege je eigen problematiek.
Hechtingsproblematiek vs. hechtingsstoornis
  • Een kind wat niet goed gehecht is heeft niet meteen een hechtingsstoornis. 

  • Een onveilige hechting is te herstellen. 
  • Tot het 6elevensjaar is het goed mogelijk. 
  • Na het 6e levensjaar is het moeilijker, want dan is de kans op terugval groot.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Casus:
Sarah (4 jaar) valt van haar stoel. Ze zat te wiebelen. Haar knie doet erg pijn en ze huilt. Boos zegt haar moeder ''Jeetje, dat gejank van jou altijd. Had je maar niet zo moeten wiebelen. Eigen schuld!''
Moeder blijft zitten en vervolgt het gesprek met haar man.

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Welke hechtingsstijl zou hieruit kunnen ontstaan?
A
Onveilig-vermijdend gehecht
B
Veilig gehecht
C
Onveilig-afwerend gehecht
D
Gedesorganiseerd gehecht

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Casus:
Als Sarah (4 jaar) naar bed gaat geeft haar moeder haar een dikke knuffel en wenst haar goedenacht. Sarah vertelt dat ze bang is en niet wilt slapen. De moeder valt uit en zegt dat ze niet zo stom moet doen, dat ze gek wordt van dat gezeur. Later heeft de moeder spijt van haar uitval en maakt ze Sarah wakker om haar nog een extra kus te geven. Sarah blijft verbaasd achter in haar bed en roept haar moeder weer. Ze sliep net en is nu weer wakker. Moeder roept van beneden dat Sarah geen klein kind meer is en dat ze moet gaan slapen.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Welke hechtingsstijl zou hieruit kunnen ontstaan?
A
Onveilig-vermijdend gehecht
B
Veilig gehecht
C
Onveilig-afwerend gehecht
D
Gedesorganiseerd gehecht

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Hoe zie je aan een client of hij onveilig gehecht is?




















                                                                                                    34.35sec 
https://www.youtube.com/watch?v=pyEmwTYK28Y  34.35 sec.

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Slide 30 - Video

This item has no instructions

Hechtingsproblemen bij mensen met een verstandelijke beperking
Reactie hierop:

  •  negatieve zelfbeeld, 
  • de sociale interactie met anderen 
  • regulatieproblemen 
  • probleemgedrag


Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Rol als begeleider
Vanuit die veilige basis werk je aan een positief intern werkmodel van zichzelf: 
Bouw aan het “eigen ik”: ‘Je mag er zijn’
                                         
                                                              Welke vaardigheden 
                                               heb je nodig?

Slide 34 - Slide

https://www.moetd.nl/documenten/trainingsmateriaal/lvb/hou%20me%20vast%20maar%20raak%20me%20niet%20aan.pdf


  • Sensitiviteit, responsiviteit en empathischIn de communicatie met mensen met een (ernstige) ontwikkelingsbeperking is het extra belangrijk om sensitief en responsief te zijn. Dit betekent dat je goed let op signalen die de cliënt geeft (zoals pijn, verdriet of plezier) en dat je vervolgens reageert op een manier die de persoon nodig heeft. 
  • In tijd van nood signaleringsplan
  • goed observeren
  • Wees betrouwbaar
  • Wees consequent in je reacties en gedrag: met andere woorden, wees jezelf. Wees echt, want alleen
  •  daardoor ben je betrouwbaar en voel je je zeker van jezelf;
  • Doe wat je belooft (en het liefst iets meer);
  • Wees punctueel: begin op tijd en eindig op tijd;
  • Stel grenzen en handhaaf die consequent;
  • Werk rustig;
  • Wat er ook gebeurt, jij hebt de situatie in de hand. Pas daarom een goed en duidelijk crisisbeleid toe. Wees
  •  op alles voorbereid, maak en gebruik voor alle cliënten een signaleringsplan en weet wat je te doen staat
  •  als er een crisis komt; Bied een minimum aan regels, maar een maximum aan duidelijkheid;
  • Voorspelbaarheid geeft rust, bied een dagelijks gestructureerd leefklimaat met een vast dag-
  •  weekprogramma. Met vaste afspraken over omgangsvormen, taken en eisen.

Slide 35 - Link

This item has no instructions

Hechting
Tot slot............

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

wat neem je mee naar de praktijk van deze les?

Slide 37 - Mind map

This item has no instructions