Anatomie en fysiologie van de hersenen VZ3 3-3-25

 Anatomie en fysiologie van de hersenen 
3-3-25
VZ derde jaars
1 / 48
next
Slide 1: Slide
VerzorgendeMBOStudiejaar 1

This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

 Anatomie en fysiologie van de hersenen 
3-3-25
VZ derde jaars

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Lesinhoud
  • Anatomie herhalen
  • Hersenkwabben
  • Functies
  • Linker en rechter hersenhelften
  • Centraal zenuwstelsel

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Hoe gaan we dat doen
12.55- 13.10: Opstart
13.10 - 13.30: korte theorie
13.30 - 14.15: werken aan opdracht
14.15: afronden

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Opbouw zenuwstelsel
- Onderverdeeld in Centrale zenuwstelsel (CZS) en perifere zenuwstelsel (PZS)
- Centraal: hersenen en ruggenmerg
- Perifeer: alle zenuwen buiten het centrale zenuwstelsel.

Wij gaan ons richten op de hersenen 

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Welke delen van de hersenen
zou je al kunnen benoemen?

Slide 6 - Mind map

This item has no instructions

De hersenen
Het overkoepelende controlecentrum van je lichaam. 
Alle informatie komt binnen in de hersenschors, en wordt daarna verder gestuurd. 
Verschillende onderdelen; 

- Grote hersenen
- Tussenhersenen
- Hersenstam (middenhersenen, brug, verlengde merg)
- Kleine hersenen



Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Bovenaanzicht
Met de hersenhelften, de hersenstam, de kleine hersenen, grijze en witte massa 

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Hersenkwabben
Om beter te kunnen beschrijven welk deel van de hersenen welke taak heeft, zijn de hersenen ook verdeeld in kwabben.

- Frontale kwab
- Pariëtale kwab
- Temporale kwab
- Occipitale kwab




Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Duo opdracht 
Maak in tweetallen (of individueel) een praatplaat. 

Wat verwerk je hierin: 
  1. links en rechts hersenhelft
  2. de verschillende kwabben
  3. schrijf hierbij wat de functie is van de kwabben

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Verbindingen
Corpus callosum, oftewel de hersenbalk, verbind de 2 hersenhelften met elkaar

Hersenhelft heet ook wel hemisfeer  

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Als iemand na een hersenbloeding een verlamming heeft aan zijn rechter arm, dan zat de bloeding..
A
In de linker hersenhelft
B
In de rechter hersenhelft

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

Slide 18 - Video

This item has no instructions

Week 1-5: Het zenuwstelsel en neurologische aandoeningen
1. Anatomie en fysiologie hersenen
2. CVA (Cerebrovasculair Accident)
3. TIA (Transient Ischemic Attack)
4. Hersenbloeding
5. Toetsmoment: Kahoot en toetsopdracht

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Les 2


TIA

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Wat gaan we leren aankomende weken  
Aan het einde van  de weken kan je:
- Aan een zorgvrager het verschil tussen een herseninfarct en een hersenbloeding uitleggen,
- Minimaal drie risicofactoren van een CVA benoemen
- De drie belangrijkste signalen voor een CVA benoemen
- Het verschil tussen een CVA en een TIA beschrijven
- Uitleggen waarom het belangrijk is om zo snel mogelijk naar het ziekenhuis bij verdenking op een CVA

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Hoe gaan we dat doen
12.30- 12.40: Opstart
12.40 - 12.50: korte theorie
12.50 - 13.30: Werken aan opdracht
14.30: Pitchen en afronden

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Een beroerte is een verzamelnaam voor een:
  • TIA
  • Herseninfarct
  • Hersenbloeding. 

Een TIA en een herseninfarct komen vaker voor dan een hersenbloeding.

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

TIA = Transiënte ischemische aanval
  • een tijdelijke afsluiting van een bloedvat in de hersenen. De afsluiting wordt veelal veroorzaakt door een bloedprop.
  • geen blijvende afsluiting
  • kortdurende uitvalsverschijnselen
Duurt dit langer dan 24 uur, dan is het geen TIA, maar een CVA(infarct)

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Storingen in de bloedsomloop van de hersenen
TIA
TIA is een tijdelijke verstoring van de bloedvoorziening van de hersenen,  door...
  • slagaderverkalking
  • een stolsel (trombus)
  • een losgeraakt stolsel (embolus)

Volledig herstel van klachten <24u.

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Vasculaire dementie
- Ontstaat bij meerdere herseninfarcten
- Vaatschade (sluipend)
- Zuurstof/afsterving
Risicofactoren:
- Hoge bloeddruk
- Tia
- Diabetes

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Uitleg opdracht
Wall of knowles.
3 groepje - 3 flapovers
elk groepje werkt een thema uit
flapovers worden opgehangen
elk groepje pitch kort wat die heeft gevonden. 

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Les 3
CVA

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Aan het eind van deze les kunnen jullie:
  • Het verschil tussen een CVA en een TIA uitleggen.
  • De rol van de verzorgende IG in het herkennen van een CVA of TIA benoemen.
  • De verschillende delen van de hersenen en hun functies beschrijven.
  • De eerste symptomen van een CVA herkennen en hierop adequaat reageren.
  • De rol van medicatie en het belang van onderzoeken bij CVA en TIA uitleggen.
  • Casusbespreking: herkennen van symptomen en opstarten van de juiste zorginterventies.

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Waarom is dit belangrijk voor verzorgenden IG?
Verzorgenden IG spelen een belangrijke rol in het herkennen van symptomen van een CVA of TIA, aangezien jullie vaak als eerste zorgprofessionals contact hebben met de patiënt. Vroege herkenning en adequate reactie kunnen het verschil maken in het herstel van de patiënt en het voorkomen van langdurige schade. Bovendien draagt kennis over de werking van de hersenen en de juiste medicatie bij aan een goede zorgverlening en het begrijpen van de behandelingsprocessen.

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

"Wat denken jullie dat er gebeurt in de hersenen bij een CVA?

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

CVA
Cerebro  - cerebrum = hersenen (Latijns)
Vasculair = betrekking hebbend op de vaten (Latijns)
Accident = ongeluk (Latijns)

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

5 - 10  min.
Zoek de meest voorkomende oorzaken op voor een CVA.
Schrijf ze op.

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Oorzaken CVA
Hoge bloeddruk
Hartritme stoornis
Obesitas
Hoog Cholesterol
Diabetes Mellitus
Aneurysma
Arteriosclerose

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Zoek op: (10 min)
Frontale kwab
Pariëtale kwab
 kwab
Temporaal kwab

"Wat zou er kunnen gebeuren als een patiënt een beroerte heeft in de verschillende kwabben?
Schrijf het op:

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Frontale kwab:

De frontale kwab is verantwoordelijk voor functies zoals planning, besluitvorming, beweging, sociale interactie en emoties.

Gevolgen van een beroerte:
Motorische problemen: Verlies van controle over bewegingen, bijvoorbeeld verlamming aan één kant van het lichaam (hemiplegie).
Cognitieve en gedragsveranderingen: Problemen met plannen, redeneren, concentratie en zelfcontrole. Dit kan ook leiden tot persoonlijkheidsveranderingen.
Spraakproblemen: Moeite met spreken of begrijpen van taal (afasie).
Emotionele labiliteit: Stemmingswisselingen of ongepaste emotionele reacties.

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Pariëtale kwab:
De pariëtale kwab speelt een rol bij het verwerken van sensorische informatie (zoals tast, pijn en temperatuur) en helpt bij het begrijpen van ruimtelijke relaties.

Gevolgen van een beroerte:
Sensorische stoornissen: Verlies van gevoel of verstoord gevoel aan de tegenovergestelde kant van het lichaam.
Problemen met ruimtelijk inzicht: Moeite met het herkennen van objecten of het bepalen van de locatie van objecten in de ruimte (apraxie).
Visuele perceptie: Problemen met het begrijpen van visuele informatie of het herkennen van vormen.

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Occipitale kwab:
De occipitale kwab is voornamelijk verantwoordelijk voor de verwerking van visuele informatie.

Gevolgen van een beroerte:
Visuele stoornissen: Blinde vlekken (scotomen) of verlies van gezichtsveld (hemianopsie). Dit kan ook leiden tot moeite met het herkennen van objecten of gezichten (agnosie).
Visuele hallucinaties: In sommige gevallen kunnen patiënten visuele hallucinaties ervaren.
Problemen met visuele verwerking: Verminderde capaciteit om visuele informatie goed te interpreteren.

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Temporaal kwab:
De temporaal kwab is betrokken bij het horen, geheugen en taalverwerking.

Gevolgen van een beroerte:
Hoorproblemen: Gehoorverlies of problemen met het begrijpen van geluiden en taal.
Geheugenproblemen: Aantasting van het lange-termijngeheugen, bijvoorbeeld moeite met het onthouden van gebeurtenissen of het herkennen van bekende gezichten.
Taalproblemen: Moeite met het begrijpen of produceren van taal (afasie).
Veranderingen in emoties: De patiënt kan veranderingen in emoties ervaren, zoals ongepaste angst of agressie.

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Gevolgen van een CVA

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Zoek de volgende woorden op (5 - 10 min)
Afasie 
Agnosie 
Apraxie 
Neglect 
Schrijf het op.

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Begrippen toegelicht
Afasie = taalstoornis
Agnosie = problemen met herkennen van objecten 
Apraxie = problemen met uitvoeren van handelingen 
Neglect = niet of minder bewust van 1 kant van het lichaam en de omgeving hiervan. 


Slide 42 - Slide

Het één zeggen en het ander bedoelen.

Probleem met begrijpen en produceren van taal.
Casus
  1. Wat zijn de belangrijkste risicofactoren voor het ontwikkelen van een ischemisch CVA en welke van deze risicofactoren zouden kunnen bijdragen aan de aandoening van mevrouw Jansen?
  2. Waarom heeft mevrouw Jansen moeite met spreken en het vinden van woorden? Wat is de medische verklaring voor deze symptomen in relatie tot haar herseninfarct?
  3. Wat zijn de eerste stappen in het management van een patiënt met een ischemisch CVA, en welke rol speelt de tijd bij de behandeling van deze aandoening?

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Antwoorden
1) In het geval van mevrouw Jansen is haar verhoogde bloeddruk (170/95 mmHg) een belangrijke risicofactor. Hoewel er geen vermelding is van andere risicofactoren zoals roken of diabetes, kan de verhoogde bloeddruk in combinatie met andere niet-gedocumenteerde factoren zoals stress of een verborgen genetische aanleg bijdragen aan het ontstaan van een ischemisch CVA.

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

Antwoord vraag 2
Mevrouw Jansen heeft moeite met spreken (dysartrie) en het vinden van woorden, wat waarschijnlijk het gevolg is van de ischemie (zuurstoftekort) in de rechter hersenhelft. Dit suggereert dat het infarct zich in een gebied van de hersenen bevindt dat verantwoordelijk is voor spraak en taal.

Dysartrie: Dit is een aandoening waarbij de spieren die betrokken zijn bij de spraak (zoals de tong en lippen) niet goed functioneren, vaak door beschadiging van de motorische controlecentra in de hersenen. Bij een rechtszijdige herseninfarct kan dit leiden tot moeite met het articuleren van woorden.

Afasie: Hoewel de symptomen van mevrouw Jansen zich vooral concentreren op het vinden van woorden, kan een infarct in de rechter hersenhelft (specifiek de taalcentra, meestal links, kunnen ook aan de rechterkant secundaire effecten hebben) leiden tot afasie of spraakproblemen. Afasie kan variëren van moeite met het begrijpen van taal tot het moeilijk kunnen uitspreken van de juiste woorden.

Aangezien mevrouw Jansen rechtszijdige symptomen vertoont (dysartrie en hemiparese rechts), zou het infarct waarschijnlijk in een rechter hersenhelft-gebied kunnen liggen dat invloed heeft op taal en motorische controle.


Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Antwoord vraag 3
Snel handelen
Bevestigen van de diagnose
Behandeling met trombolyse  
Behandeling met antistollingsmedicatie 
Behandeling van risicofactoren
Ondersteunende zorg

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

"Waarom is het belangrijk om snel te handelen? Wat zou er gebeuren als de verkeerde behandeling wordt gekozen?"

Slide 47 - Slide

This item has no instructions

Snel herkennen van een CVA/beroerte

Slide 48 - Slide

This item has no instructions