Par. 1: Rusland en de Sovjet-Unie!

Rusland en de Sovjet-Unie!
1 / 31
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

Items in this lesson

Rusland en de Sovjet-Unie!

Slide 1 - Slide

We maken samen 

de intro-vragen van het uitgedeelde boekje!

Slide 2 - Slide

Paragraaf 1:

veranderingen in de 19e eeuw!

Slide 3 - Slide

Hoofdvraag:

Welke grote veranderingen vonden plaats in de 19e eeuw!

Slide 4 - Slide

1: De Industrialisatie begint!

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

De industrialisatie

 
leidde tot een tweedeling in de maatschappij!

Slide 7 - Slide

Arme arbeiders!
rijke ondernemers!

Slide 8 - Slide

De rijke 

ondernemers waren voorstander van het liberalisme!

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

2: Er ontstaat een arbeidersklasse!

Slide 11 - Slide

De arbeidersklasse



werd enorm uitgebuit en had het slecht!

Slide 12 - Slide

Volgens 

De Duitse denker Karl Marx zullen arbeiders het niet langer pikken!

Slide 13 - Slide

Er zal een 


revolutie komen en dan wordt alles gelijk!

Slide 14 - Slide

De Socialisten wilden gelijkheid bereiken zonder geweld en via de weg van de politiek
De Communisten wilden gelijkheid bereiken met geweld (Revolutie).

Dit ging gebeuren in Rusland

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Slide 17 - Video

We gaan de samenvatting maken 

van paragraaf 1:



Veranderingen in de wereld!

Slide 18 - Slide

Wat is industrialisatie?
A
Een periode van grote en snelle verandering door de komst van industrie.
B
Het ontstaan van industrie (fabrieken) in een gebied waar eerst vooral landbouw was.
C
Een speciale dans.
D
Mensen die in fabrieken werken.

Slide 19 - Quiz

De Industrialisatie begon in de
A
17e eeuw
B
18e eeuw
C
19e eeuw
D
20e eeuw

Slide 20 - Quiz

Vul het juiste woord in:
Verstedelijking is een ............... van de industrialisatie.
A
oorzaak
B
gevolg

Slide 21 - Quiz

Een oorzaak van de industrialisatie was dorpen en kleine stadjes uitgroeiden tot grote steden
A
Juist
B
Onjuist

Slide 22 - Quiz

Wat is belangrijk voor liberalen?
A
gelijkheid
B
broederschap
C
vrijheid
D
geloof

Slide 23 - Quiz

Liberalisme draait vooral om:
A
veligheid
B
vrijheid
C
religie
D
gelijkwaardigheid

Slide 24 - Quiz

Wat is GEEN kenmerk van het Liberalisme?
A
Persoonlijke vrijheid
B
Weinig regels voor de economie
C
Actieve rol van de overheid
D
Passieve rol van de overheid

Slide 25 - Quiz

Wie is dit?
A
Karl Marx
B
Vladimir Lenin
C
Nicolaas II
D
Josef Stalin

Slide 26 - Quiz

Welk van de volgende begrippen is geen ideologie?
A
kapitalisme
B
communisme
C
Dictaturisme
D
socialisme

Slide 27 - Quiz

Welke stroming komt op voor persoonlijk- en economische vrijheid?
A
communisme
B
liberalisme
C
katholisme
D
Hindoeisme

Slide 28 - Quiz

Waar hoort het volgende kenmerk bij
Iedereen is gelijk
A
Communisme
B
Fascisme

Slide 29 - Quiz

Wat hoort NIET bij het communisme?
A
Alles is in bezit van de staat/overheid
B
Bezit en rijkdom worden verdeeld over iedereen
C
Protesteren en demonstreren
D
Sommige hoge mensen krijgen net iets meer dan gewone mensen

Slide 30 - Quiz

Einde van deze paragraaf!

Slide 31 - Slide