14: categorie 's - des/in de

categorie 14 - 's 
1 / 12
next
Slide 1: Slide
NT2Voortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

categorie 14 - 's 

Slide 1 - Slide

's = in de 
Soms schrijf je 's voor een periode van de dag, bijvoorbeeld ochtend.

's ochtends = in de ochtend

Hij wandelt 's ochtends altijd in het park.
's Ochtends wandelt hij in het park.

Slide 2 - Slide

's = in de 
Meer voorbeelden:
's morgens
's middags
's avonds
's nachts

Slide 3 - Slide

Wat betekent 's?
A
op de
B
in de
C
voor de
D
naast de

Slide 4 - Quiz

In de ochtend = ....
A
's ochtends
B
s' ochtends
C
's ochtend
D
s' ochtend

Slide 5 - Quiz

In de middag = ...
A
s' middags
B
's middags
C
's middag
D
s' middag

Slide 6 - Quiz

In de nacht = ...
A
's nacht
B
s' nachts
C
s' nacht
D
's nachts

Slide 7 - Quiz

In de avond = ...
A
's avonds
B
s' avond
C
's avond
D
's avonds

Slide 8 - Quiz

Maak een zin met:
's middags

Slide 9 - Open question

Maak een zin met:
's morgens

Slide 10 - Open question

Maak een zin met:
's avonds

Slide 11 - Open question

Klaar
Maak de opdrachten op papier.

Slide 12 - Slide