4.f woordenschat

4.f woordenschat
1 / 10
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 10 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

4.f woordenschat

Slide 1 - Slide

Programma
-Huiswerk nakijken + controleren
10 min
-Herhalen genre
10 min
-Woordenschat
10 min
-Herhalen hoofdstuk 4

-Zelfstandig werken
15 min

30 min

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
Wat behandelen we vandaag?

  • Ik weet hoe ik de betekenis van woorden kan achterhalen.
  • Ik kan een gegeven betekenis aan een woord koppelen.
  • Ik kan zelf de betekenis van een woord bedenken of uit de zin afleiden. 
  • Ik kan zelf nieuwe zinnen maken waaruit de betekenis van woorden blijkt. 

    Slide 3 - Slide

    Huiswerk controleren + nakijken
    Open je schrift. 
    Ga naar Google Classroom. 
    In de map "Nederlands h1t" vind je een kopje met "Antwoorden". 
    Daarin staan de antwoorden van vorige les.
    Kijk je gemaakte opdrachten na. 


    Slide 4 - Slide

    Welke genres ken je nog?

    Slide 5 - Mind map

    Genre


    Genre;
    Mengvormen;
    Kenmerken;
    Doel.

    Slide 6 - Slide

    Woordenschat


    alledaags - boodschap - dichterlijk - hoogstens - ongrijpbaar - pakkend - situatie - tekortschieten - uitdrukking - werkelijkheid - beperking - heimelijk - imposant - incasseren - indertijd - lijvig - logisch - nestelen - praktisch - raaskallen - alliteratie - alternatief - cliché - deugen - inspiratie - socioloog - ter ore komen - traditie - uitermate - variëren - associatie - beschrijven - exemplaar - gedrag - hammam - herkennen - oorspronkelijk - rijmen - strofe - uitdrukken - adolescent - behandelen - berucht - dystopie - mengvorm - opmaken - slinks - tegenwoordig - term - type.

    Slide 7 - Slide

    Toets TW3


    Structuur van een tekst: inleiding, middenstuk, slot, onderwerp, hoofdgedachte, deelonderwerp. 
    Verbanden in een tekst: functie, tekstverbanden en signaalwoorden.
    Woorden uit de woordenschat: zie vorige slide. 

    Slide 8 - Slide

    Oefeningen
    Wie?
    Zelfstandig.
    Wat?
    Samenvattingen maken paragraaf B en C. 
    Hoe?
    Oefenboek blz 62-69
    Handboek blz 50-53.
    Hulp?
    Docent.
    Tijd?
    Tot 12:50.
    Uitkomst?
    Je beheerst de leerdoelen.
    Klaar?
    Huiswerk volgende week, zie Magister/Studiewijzer. 

    Slide 9 - Slide

    Welke leerdoelen beheers je nu?
    Deze leerdoelen beheers ik nu al
    Deze leerdoelen beheers ik nog niet. Dus ga ik hier nog mee verder oefenen/lezen. Anders vraag ik hulp aan de docent.
    Ik weet welke genres er zijn in de jeugdliteratuur.
    Ik kan genres herkennen.
    Ik kan beschrijven welke speciale kenmerken verschillende genres hebben.

    Ik kan zelf een gedicht schrijven of een verhaal ontwerpen binnen een bepaald genre. 

    Slide 10 - Drag question