Week 29 - afronding werkwoordspelling

Week 29 - afronding werkwoordspelling
1 / 33
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 1

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 100 min

Items in this lesson

Week 29 - afronding werkwoordspelling

Slide 1 - Slide

Welkom th1b!
Ga lekker zitten en pak je spullen: 
 - je schrift en pen;
  - je leerwerkboek Nieuw Nederlands
 
Je laptop blijft nog in je tas. 
Je zit volgens de plattegrond.










maandag 30 september 2024

Slide 2 - Slide

Lesdoelen, aan het einde van deze les:
  • Weet ik wat een onregelmatig werkwoord is.
  • Kan ik de pv van onregelmatige werkwoorden correct spellen.

Planning van deze les
  • Lezen slaan we deze keer over 
  • Taalvoutje
  • Terugblik §12 voltooid deelwoord 
  • Uitleg theorie §13 onregelmatige werkwoorden.
  • Zelf aan de slag met opdrachten §13.
  • voorbereiding s.o. 19 maart

Slide 3 - Slide

Lezen in je leesboek
Je leest 10 minuten in stilte.

Na afloop kun je een vraag krijgen over wat je gelezen hebt. 
timer
8:35

Slide 4 - Slide

Taalvoutje van de week

Slide 5 - Slide

Terugblik
In de vorige les heb je geleerd hoe je voltooide deelwoorden schrijft.

Huiswerk was: opdracht  2,3,4 en 5 van §12 voltooid deelwoord.
 

Slide 6 - Slide

Terugblik
  • Zwakke werkwoorden krijgen in de verleden tijd -te of -de achter de stam en het voltooid deelwoord eindigt meestal op -t of -d:
    stoppen - stopte - gestopt; steunen - steunde - gesteund.
  • Sterke werkwoorden krijgen in de verleden tijd een andere klank en het voltooid deelwoord eindigt meestal op -n of -en:  
    lezen - las - gelezen; gaan- gingen - gegaan.

Slide 7 - Slide

Samen aan de slag
WAT?           In viertallen opdracht 1 van §12  - dit is een spel over het voltooid                         deelwoord
                                           
HOE             schuif tafels in groepjes, luister eerst naar speluitleg. Je krijgt                                speelkaartjes.             
HULP?        Lees de theorie blz. 246 van Nieuw Nederlands
TIJD            10 minuten.


           



timer
10:00

Slide 8 - Slide

Regels persoonsvorm tegenwoordige tijd (pvtt)
Je hebt geleerd dat er drie manieren zijn om de pvtt te spellen:
- ik-vorm: ik loop, loop je
- ik-vorm+tjij loopt, hij/zij/het loopt, u loopt, loopt u?
- hele werkwoord: wij lopen, jullie lopen, zij lopen

Bij onregelmatige werkwoorden gelden deze regels niet.

Slide 9 - Slide

§13 Onregelmatige werkwoorden
De persoonsvorm van onregelmatige werkwoorden schrijf je niet volgens de normale regels. Ook het voltooid deelwoord is anders.
De vormen van deze werkwoorden moet je uit je hoofd leren.

Het gaat om de volgende zes werkwoorden:
  • hebben
  • kunnen
  • mogen - let op: deze staat niet bij de theorie §13 
  • willen
  • zijn
  • zullen

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Je (zullen) wel moe zijn na zo'n intensief weekend.

Slide 13 - Open question

De docent veronderstelt dat iedereen het huiswerk gemaakt (hebben).

Slide 14 - Open question

Hij (willen) dat vandaag geregeld hebben.

Slide 15 - Open question

Roy en Max (willen) gisteren naar de bioscoop gaan.

Slide 16 - Open question

(zullen) jij dat misschien voor mij willen doen?

Slide 17 - Open question

§11 Persoonsvorm verleden tijd sterke werkwoorden
  • Het werkwoord verandert van klank in de verleden tijd.
  • Je schrijft wat je hoort.

Voorbeelden sterke werkwoorden:
  • Vliegen - Vlogen
  • Lopen - Liepen
  • Roepen - riepen

Slide 18 - Slide

§11 Persoonsvorm (pv) verleden tijd sterke werkwoorden
-d of -t?
Kijk naar het meervoud
reden -> reed
bonden -> bond
beten - > beet

Let op: een pv in de verleden tijd eindigt nooit op dt

Slide 19 - Slide

§12  Voltooid deelwoord (vd) 
  • Een voltooid deelwoord (vd) is één van de vormen van het werkwoord. 
  • Voltooid betekent dat iets klaar of afgelopen is. Bijvoorbeeld: Hij heeft zijn fietsband geplakt, zij hebben uren gelopen, dat is echt gebeurd
  • Een voltooid deelwoord staat nooit alleen in de zin, maar staat altijd samen met een vorm van hebben, zijn of worden
  • Begint meestal met ge-, maar kan ook met be-, her- of ont- beginnen. 
  • Eindigt soms op -n of -en
  • Eindigt soms op -t of -d.


Slide 20 - Slide

§12  Voltooid deelwoord (vd)  
  • Twijfel je tussen -d of -t? Gebruik dan de verlengproef. 
Bijvoorbeeld: Je hoort: gewerkte → je schrijft: gewerkt.
Je hoort: behandelde → je schrijft: behandeld
  • Hoor je het niet goed, gebruik dan ’t ex-kofschip of 't sexy fokschaap.
    Haal van het hele werkwoord -en af. Is de laatste letter een medeklinker uit 't sexy fokschaap? 
    Ja! - schrijf dan t
    Nee! - schrijf dan d

Let op bij woorden als durven en reizen: gedurfd en gereisd.

Slide 21 - Slide

Zelf aan de slag
WAT?           Maak opdracht 2 t/m 5 van §13 onregelmatige werkwoorden                                     
HOE            Zelfstandig, op je laptop of in je boek. Ga naar cursus 7                                               Spelling, §13 onregelmatige werkwoorden, blz. 248            
HULP?        Lees de theorie online of op blz. 248 van Nieuw Nederlands
TIJD            10 minuten.
KLAAR?     Maak §14 mixopdrachten 


           



timer
10:00

Slide 22 - Slide

Evaluatie
  • Ik weet wat een onregelmatig werkwoord is.
  • Ik kan de pv van onregelmatige werkwoorden correct spellen.

Huiswerk woensdag 19 maart
Maak §14 mixopdrachten online. Hiermee oefen je voor het s.o. voor woensdag 19 maart

Slide 23 - Slide

Welkom th1a!
Tafels uit elkaar en pak een pen en je leesboek.



Je laptop blijft dit lesuur in je tas. 
Je zit volgens de plattegrond.










maandag 30 september 2024

Slide 24 - Slide

Lesdoelen, aan het einde van deze les:
  • kan ik de persoonsvorm van zwakke, sterke en regelmatige werkwoorden correct spellen.

Planning van deze les
  • toelichting op vragen in s.o.
  • s.o. maken
  • Na afloop in stillezen in je leesboek

Slide 25 - Slide

Terugblik onregelmatige werkwoorden
De persoonsvorm van onregelmatige werkwoorden schrijf je niet volgens de normale regels. Ook het voltooid deelwoord is anders.
De vormen van deze werkwoorden moet je uit je hoofd leren.

Het gaat om de volgende zes werkwoorden:
  • hebben
  • kunnen
  • mogen - let op: deze staat niet bij de theorie §13 
  • willen
  • zijn
  • zullen

Slide 26 - Slide

Toelichting toetsvragen s.o.
11 vragen, bij de meeste moet je de persoonsvorm van het werkwoord correct opschrijven.

Let op, bij de eerste toetsvraag:
  • Truc persoonsvorm tegenwoordige tijd  -denk aan een werkwoord als voorbeeld
  • Sterke werkwoorden, welke regel geldt?
  • Truc zwakke werkwoorden in de verleden tijd

Slide 27 - Slide

s.o. maken
WAT?            Je maakt het s.o. over werkwoordspelling

HOE?
            Antwoorden invullen op je antwoordblad. 
                        Niet op je toets schrijven!
                        Geen vragen over de toets.
TIJD               40 minuten. 
KLAAR?        Ga lezen in je leesboek. Geen laptops!
                         



KLAAR?           


timer
1:00

Slide 28 - Slide

Welkom th1a!
Ga lekker zitten en pak je  je schrift, je leesboek en je etui
 
Je laptop blijft in je tas. 
Je zit volgens de plattegrond.










maandag 30 september 2024
donderdag 20 maart 2025

Slide 29 - Slide

Aan het einde van deze les:
  • heb je het s.o. van een klasgenoot nagekeken. 



Planning van deze les :
 
  • lezen in je leesboek
  • Nakijken s.o. van een klasgenoot.

Slide 30 - Slide

Lezen in je leesboek
Je leest 10 minuten in stilte.

Na afloop kun je een vraag krijgen over wat je gelezen hebt. 
timer
10:00

Slide 31 - Slide

Zelf aan de slag
WAT?            s.o. van een klasgenoot nakijken met het antwoordmodel.

HOE?
            Antwoorden nakijken, punten per vraag optellen.
                        Elk goed antwoord = 1 punt. 
                                               
TIJD               15 minuten. 
KLAAR?        s.o. bij mij inleveren en ga lezen in je leesboek of huiswerk                                      maken voor een ander vak
                         



KLAAR?           


timer
10:00

Slide 32 - Slide

Evaluatie
Je eigen gemaakte s.o. krijg je terug voor inzage. Daarna weer bij mij inleveren. Ik kijk het nogmaals na voor een definitief cijfer.

Volgende les maandag 24 20 maart:
  • we starten met cursus 6 Formuleren
  • neem je spullen voor Nederlands mee

Slide 33 - Slide