Bewegen en gezondheid Herhaling/oefentoets

De grote wat-weten-jullie-al-test!
1 / 35
next
Slide 1: Slide
Bewegen sport en maatschappijMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

De grote wat-weten-jullie-al-test!

Slide 1 - Slide


Waarom koelen we in sommige gevallen een geblesseerd lichaamsdeel?
A
Dit vermindert de bloedstroom
B
Beperken van zwelling
C
Zorgt voor pijnvermindering
D
Alle antwoorden zijn goed

Slide 2 - Quiz

Een sporter heeft meer slaap nodig dan iemand die niet of nauwelijks sport?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 3 - Quiz

Waarom is bewegen goed voor je?
A
Het vermindert stress
B
Het zorgt ervoor dat je beter slaapt
C
Het stimuleert je spijsverteringssysteem
D
Alle antwoorden zijn juist

Slide 4 - Quiz

Wanneer eet je genoeg?
A
Je lichaam kan dit zelf aangeven door een 'hongergevoel'
B
Wanneer je 3 maaltijden per dag eet en 2 tussendoortjes
C
Wanneer je het aantal Kcal eet wat je actief verbrand met sporten en bewegen
D
Wanneer je evenveel Kcal eet wat je op een dag verbrand (zowel actief als in rust)

Slide 5 - Quiz

Een goede warming-up duurt ongeveer.....
A
20 minuten
B
10 minuten
C
5 minuten
D
Dit is afhankelijk van de duur van je sportactiviteit

Slide 6 - Quiz

Elke warming-up heeft, wat betreft de opbouw, vier aandachtspunten waarmee je rekening moet houden. Benoem deze vier aandachtspunten.

Slide 7 - Open question

Uit welke 3 fasen bestaat een goede warming-up?

Slide 8 - Open question

Anatomie
Fysiologie
De manier waarop het lichaam in elkaar zit
De manier waarop het lichaam beweegt

Slide 9 - Drag question

Hoe heet het vocht dat het smeermiddel is voor je gewrichten en extra wordt aangemaakt tijdens de warming-up?

Slide 10 - Open question

Zet de volgende onderdelen op volgorde: sarcomeer, spier, actine + myosine, spierbundel, pees, spiervezels

Slide 11 - Open question

Slide 12 - Slide

Hoe noemen we hersenen en ruggenmerg samen?
A
Animaal zenuwstelsel
B
Perifeer zenuwstelsel
C
Centraal zenuwstelsel
D
Autonoom zenuwstelsel

Slide 13 - Quiz

Hemoglobine is...
A
een eiwit die voor sterke botten zorgt
B
een vitamine die je bloed rood kleurt
C
een eiwit die zuurstof vervoert
D
een eiwit dat ijzer transporteert

Slide 14 - Quiz

Wat is primaire blessurepreventie?
A
voorkomen verergeren bestaande blessures
B
voorkomen van blessures
C
verminderen opkomende blessure
D
voorkomen blessuregevoelige situatie

Slide 15 - Quiz

Met een bloedneus moet je..
A
Voorover buigen en 10 min blijven zitten
B
Achterover buigen en 10 min blijven zitten

Slide 16 - Quiz


Een botbreuk is een acute blessure

A
waar
B
niet waar

Slide 17 - Quiz

De belastbaarheid heeft te maken met de endogene factoren van de sporter;
De belasting van de sporter heeft te maken met exogene factoren.

1. Het karakter van de sport, de kwaliteit van de accommodatie en het materiaal zijn endogene factoren;
2. Iemands conditie, de aanleg, de mentaliteit en ervaring zijn exogene factoren.
A
1 is waar en 2 is niet waar
B
1 is niet waar en 2 is waar
C
beide zijn waar
D
beide zijn niet waar

Slide 18 - Quiz

Hoe heet deze spier?
A
Bicep
B
Tricep

Slide 19 - Quiz

Welke pijl geeft de antagonist
van de bicep weer?
A
Rood
B
Groen
C
Geel

Slide 20 - Quiz

Hoe heet deze grote spier?
A
Gluteus maximus
B
Schouderblad
C
Grote schouderspier
D
Monnikskapspier

Slide 21 - Quiz

Sporten met tape om je enkel te ondersteunen is een voorbeeld van...
A
Een endogene factor
B
Een exogene factor

Slide 22 - Quiz

Het dragen van een helm tijdens het mountainbiken is een voorbeeld van...
A
Een endogene factor
B
Een exogene factor

Slide 23 - Quiz

Voldoende water drinken per dag is belangrijk voor het lichaam. Maar hoeveel is voldoende?
A
1 tot 1.5 liter per dag
B
1.5 tot 2 liter per dag
C
2 tot 2.5 liter per dag
D
2.5 tot 3 liter per dag

Slide 24 - Quiz

Wat is primaire blessurepreventie?
A
voorkomen verergeren bestaande blessures
B
voorkomen van blessures
C
verminderen opkomende blessure
D
voorkomen blessuregevoelige situatie

Slide 25 - Quiz

De belastbaarheid heeft te maken met de endogene factoren van de sporter;
De belasting van de sporter heeft te maken met exogene factoren.

1. Het karakter van de sport, de kwaliteit van de accommodatie en het materiaal zijn endogene factoren;
2. Iemands conditie, de aanleg, de mentaliteit en ervaring zijn exogene factoren.
A
1 is waar en 2 is niet waar
B
1 is niet waar en 2 is waar
C
beide zijn waar
D
beide zijn niet waar

Slide 26 - Quiz

Welke drie vormen van blessurepreventie zijn er?
A
Primair, secundair en tertiaire preventie
B
Eerste, tweede en derdegraads preventie
C
Low, medium en high protection
D
Statische, dynamische en valpreventie

Slide 27 - Quiz


Een botbreuk is een acute blessure

A
waar
B
niet waar

Slide 28 - Quiz

Wat is primaire blessurepreventie?
A
voorkomen verergeren bestaande blessures
B
voorkomen van blessures
C
verminderen opkomende blessure
D
voorkomen blessuregevoelige situatie

Slide 29 - Quiz

Wat is een voorbeeld van een tertiaire blessurepreventie?
A
Scheenbeschermers dragen bij voetbal
B
De ICE-regel toepassen wanneer iemand z'n enkel verstuikt

Slide 30 - Quiz

Acute exogene blessure
Acute endogene blessure
Chronische exogene blessure
Chronische endogene blessure
Er is sprake van herhaaldelijke overbelasting waardoor er degeneratie van bijv. de spier optreedt. Voorbeeld: tenniselleboog
Veroorzaakt door een relatief kleine overbelasting. Bijvoorbeeld een zweepslag
Ontstaan door direct inwerkend geweld op het lichaam. bijvoorbeeld een trap tegen de enkel
Ontstaan door herhaaldelijk direct inwerkend geweld van buitenaf. Bijvoorbeeld een bokser die telkens een klap op zijn hoofd krijgt

Slide 31 - Drag question

Wat is de volgorde van handelen bij een (ernstig) ongeval?
1
2
3
4
5
Let op veiligheid van jezelf, het slachtoffer en omstanders
Stel het slachtoffer gerust
Beoordeel de situatie (wat is het letsel)
Schakel professionele hulp in
Help het slachtoffer zo goed mogelijk

Slide 32 - Drag question

Handschoentjes
Pleisters
Steriele gaasjes
Isolatiedeken
Desinfectiemiddel
Snelverband
Dit heb je nodig als je iemand met een bloeding helpt, om besmetting tegen te gaan
Middel om een wond schoon te maken, meestal een vloeistof of creme met sterilon
Dit heb je nodig bij kleine wondjes, om te voorkomen dat er viezigheid in het wondje komt
Dit is steriel verpakt en zijn vrij van bacteriën. Hierdoor kan een (grotere) wond goed schoongehouden worden
Dit gebruik je om een slachtoffer te beschermen tegen afkoeling en in enkele gevallen tegen verhitting
Een combinatie van steriel gaas en verband. 

Slide 33 - Drag question

Ik denk dat ik een voldoende ga
halen voor BSM
Ja
Twijfel
Nee

Slide 34 - Poll

Heel veel succes met leren!

Tips:
Pak het serieus aan (voorbereiding)
Neem de tijd (voor, maar ook tijdens de toets)
Lees de vragen goed door! 
Leer het boek (1.1 t/m 1.4 en de spieren)
Gebruik de lesson-up's in je voorbereiding en maak de diagnostische vragen! 

Slide 35 - Slide