Toets werkwoordspelling lj2 versie A

Toets werkwoordspelling lj2
1 / 18
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 2

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Toets werkwoordspelling lj2

Slide 1 - Slide

Opdracht A
Vul bij de volgende vragen steeds de juiste vorm in van het werkwoord dat tussen haakjes staat. Je kunt uit de zin opmaken of de zin in de tegenwoordige tijd of verleden tijd staat. Als dat niet zo is, dan staat het voor de zin vermeld. Schrijf de werkwoorden op met daartussen een komma en spatie, bijvoorbeeld: 
geloof, verhuizen

Slide 2 - Slide

v.t. - Nederland ... (vergroten) met die goal de voorsprong op zijn ... (verbazen) tegenstander.

Slide 3 - Open question

t.t. - De opnieuw ... (bekleden) bank ... (worden) morgen ... (betalen).

Slide 4 - Open question

v.t. - De coach ... (kijken) ... (lachen) naar het publiek.

Slide 5 - Open question

v.t. - De spelers ... (wensen) echter niet met de pers te praten.

Slide 6 - Open question

De kaartjes voor Nederland-Duitsland kunnen vanaf nu worden ... (bestellen).

Slide 7 - Open question

v.t. - De ... (verkleden) tegenstanders gingen ... (teleurstellen) naar huis.

Slide 8 - Open question

t.t. - De ... (vergroten) foto ... (worden) zo wel iets minder scherp.

Slide 9 - Open question

Ik heb ... (dromen) dat wij onze mond niet konden ... (houden) en dat we daardoor een geheim ... (verklappen).

Slide 10 - Open question

Gisteren ... (landen) het vliegtuig vanwege de storm op een andere luchthaven.

Slide 11 - Open question

Als je ziek bent, dan is het wel noodzakelijk dat je dit op tijd ... (melden).

Slide 12 - Open question

t.t. - ... (vinden) jij ook niet dat hij zo erg op die bekende Nederlander lijkt?

Slide 13 - Open question

Het woord werd door hem verkeerd ... (vertalen).

Slide 14 - Open question

De ... (aftreden) minister was teleurgesteld in haar partijgenoten.

Slide 15 - Open question

Opdracht B
Op de volgende dia staat een tekst. In die tekst staan 4 fouten met betrekking tot werkwoordspelling. Noteer de fout gespelde werkwoorden onder elkaar en zet ernaast wat de juiste vorm had moeten zijn. 
Bijvoorbeeld: 
verhuizt - verhuist
gewonne - gewonnen 

Slide 16 - Slide

Yes, het is weer bijna carnaval! Dat is toch echt het mooiste feest van het jaar waarbij je veel verkleedde mensen rond ziet lopen. Alhoewel, ik vindt dat het mooiste feest van het jaar, maar daar schijnt niet iedereen het mee eens te zijn. Vorig jaar heb ik samen met mijn vriendinnen flink gedanst in verschillende kroegen op Stratum. In één van die kroegen ontmoette we ook een leuke jongen. Hij heette Jaap en hij kwam uit de buurt van Utrecht. Daar zijn ze natuurlijk niet zo’n groot feest gewent als hier. Helaas heb ik hem na carnaval niet meer gezien, maar dat geeft niet. Komende maand wordt bepaald welke outfit we met de vriendinnengroep aan gaan trekken. Zij wilden graag als stewardess, maar dat vond ik niet leuk aangezien ik iedere dag al zo’n uniform aan moet.

Slide 17 - Slide

Vul hier de 4 fout gespelde werkwoorden in en verbeter ze.

Slide 18 - Open question