Samengestelde zinnen

1 / 19
next
Slide 1: Slide
NederlandsBasisschoolGroep 6

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Wat is de persoonsvorm:
De voetbal vloog over het doel
A
De voetbal
B
vloog
C
over
D
het doel

Slide 3 - Quiz

Wat is het onderwerp:
De voetbal vloog over het doel
A
De voetbal
B
vloog
C
over
D
het doel

Slide 4 - Quiz

Wat is de persoonsvorm:
Na het buitenspelen was de voetbal lek
A
buitenspelen
B
was
C
de voetbal
D
lek

Slide 5 - Quiz

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Daar komt de agent aan en hij heeft haast
A
enkelvoudige zin
B
samengestelde zin

Slide 9 - Quiz

Hij wast zich met zeep
A
enkelvoudige zin
B
samengestelde zin

Slide 10 - Quiz

Ik ren over het perron want de trein vertrekt bijna
A
enkelvoudige zin
B
samengestelde zin

Slide 11 - Quiz

Oh, daar ligt een slapende Chihuahua
A
enkelvoudige zin
B
samengestelde zin

Slide 12 - Quiz

De persoonsvorm(en):
weinig mensen praten zonder gebaren
A
weinig mensen
B
praten
C
gebaren
D
praten, gebaren

Slide 13 - Quiz

Onderwerp(en):
weinig mensen praten zonder gebaren
A
weinig mensen
B
mensen
C
weinig mensen, gebaren
D
weinig mensen, zonder gebaren

Slide 14 - Quiz

persoonsvorm(en):
Ik heb ruzie met mijn vriendin en zij wil mij niet meer zien
A
heb
B
heb ruzie
C
heb, wil
D
wil zien

Slide 15 - Quiz

onderwerp(en):
Ik heb ruzie met mijn vriendin en zij wil mij niet meer zien
A
ik, mijn vriendin
B
ik, zij
C
ik, mij
D
zij, mij

Slide 16 - Quiz

Persoonsvorm(en):
Ik zwaai naar de generaal maar zij ziet mij niet

A
zwaai
B
ziet
C
zwaai, ziet
D
ziet niet

Slide 17 - Quiz

persoonsvorm(en):
We fietsen over de weg totdat we bij de molen zijn
A
fietsen
B
fietsen over
C
zijn
D
fietsen, zijn

Slide 18 - Quiz

Onderwerp(en):
Ik zoek een gebaar voor nee dat iedereen kent
A
Ik
B
een gebaar voor nee
C
ik, iedereen
D
een gebaar voor nee, iedereen

Slide 19 - Quiz