Adverbios

1 / 32
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Wat is een bijvoeglijk naamwoord?

  • zegt iets over een zelfst. nw 
       la comida sana.
       es una canción buena

  • Het komt in getal en geslacht met dit zelfst. nw. overeen.


Wat is een bijwoord? 

  • Zegt iets over een werkwoord, 
      Comemos sanamente.
      La cantante canta bien.

  • het is onveranderlijk.

Slide 2 - Slide

Adverbios en -mente
Een bijwoord vorm je met: 
de vrouwlijke vorm van het bijvoeglijknaamwoord + mente

- rápido           rápidamente
- completo    completamente
- fácil               facilmente
- total              totalmente

Slide 3 - Slide

Bijwoorden van hoeveelheid
demasiado    =   teveel
Luisa trabaja demasiado.
mucho           = veel
Ana viaja mucho.
bastante        = aardig wat/tamelijk veel
Pedro estudia bastante
poco              = weinig
Rosa estudia poco.
Wat zijn bijwoorden?
woorden die iets zeggen over een werkwoord, een bijvoeglijk naamwoord of een ander bijwoord. Ze zijn onveranderlijk. 

Slide 4 - Slide

muy en mucho
  • muy is een bijwoord en staat voor een bijvoeglijk naamwoord. Het betekent dan "heel" of "erg".
  • mucho(veel) als bijwoord zegt iets over een werkwoord. Het is dan onveranderlijk. vb: Juan trabaja mucho.
  • mucho als bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord. In dat geval past het zich aan aan het zelfstandig naamwoord waar het bij staat. 
vb: Hay mucha gente. Tengo muchos libros. 

Slide 5 - Slide

Onregelmatige vormen
Bijvoeglijk nw
Bijwoord
Bueno     (goed)
Bien
Malo        (slecht)
Mal
La comida buena.             La comida mala.
Hablas bien el español.   Hablas mal el alemán.

Slide 6 - Slide

Wat is het bijwoord van suficiente?
A
suficientamente
B
suficientmente
C
suficientemente
D
suficiéntemente

Slide 7 - Quiz

Wat is het bijwoord van fácil?
A
facilmente
B
fácilmente
C
facilemente
D
fácilamente

Slide 8 - Quiz

Wat is het bijwoord van normal?
A
Normalomente
B
Normalamente
C
Normalmente
D
Normalemente

Slide 9 - Quiz

Wat is het bijwoord van loco?
A
Locomente
B
Locamente
C
Locemente
D
Loqamente

Slide 10 - Quiz

Juan habla_____veces por teléfono.
A
mucha
B
mucho
C
muchas
D
muchos

Slide 11 - Quiz

Mi padre siempre trabaja______.
A
mucha
B
mucho
C
muchas
D
muchos

Slide 12 - Quiz

Es importante estudiar_____en el colegio.
A
mucho
B
mucha
C
muchos
D
muchas

Slide 13 - Quiz

La música es muy_____en la fiesta.
A
bien
B
buena
C
bueno
D
buen

Slide 14 - Quiz

Ariana actúa_____pero canta muy bien.
A
mal
B
malo
C
mala
D
malas

Slide 15 - Quiz

Yo practicaba deportes...
A
energéticamente
B
energéticomente

Slide 16 - Quiz

Yo comía pizza...
A
alegramente
B
alegremente

Slide 17 - Quiz

Yo mandaba mensajes...
A
rápidomente
B
rápidamente

Slide 18 - Quiz

Maak hier een bijwoord van:
lento (langzaam)

Slide 19 - Open question

Maak hier een bijwoord van:
probable.

Slide 20 - Open question

Maak hier een bijwoord van:
Total

Slide 21 - Open question

Vocabulario
langzaam           lento
gelukkig              afortunado
waarschijnlijk   probable
groot                    grande
juist                       justo
goed                     bueno/a
snel                       rápido

Slide 22 - Slide

Este tren es muy (langzaam).

Slide 23 - Open question

(Gelukkig) __ casi hemos llegado a Buenos Aires.

Slide 24 - Open question

(Waarschijnlijk) __ llueva en Buenos Aires.

Slide 25 - Open question

En esta ciudad hay edificios muy (groot) __.

Slide 26 - Open question

(Juist) __ hoy hay una fiesta en Buenos Aires.

Slide 27 - Open question

La música en la fiesta es muy (goed) __.

Slide 28 - Open question

Me lo paso muy (goed) __ aquí en Argentina.

Slide 29 - Open question

32a/8 Me voy (snel) __, porque he quedado con mi amigo.

Slide 30 - Open question

¡A practicar! Adverbios (bijwoorden)

Slide 31 - Slide

¡Buen trabajo!

Slide 32 - Slide