This lesson contains 24 slides, with interactive quiz and text slides.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
Introduceer en enthousiasmeer voor de module onthouden.
Doel: Introduceren van, en enthousiasmeren voor de module onthouden! Laten
zien dat jij ze iets kan vertellen over onthouden, dat ze willen horen (relevantie).
Essentie: Beter worden in onthouden in mogelijk en is voor iedereen handig. Onthouden is een vaardigheid die je door oefenen kunt verbeteren
Slide 2 - Slide
Introduceer de check.
Er verschijnen zo één voor één 10 woordparen (zoals trui - fiets)
Onthoud welke woorden bij elkaar horen (zonder ze op te schrijven)
De woordparentest
Slide 3 - Slide
Lees de instructie op de slide voor.
Extra informatie In het filmpje (op de volgende slide) komen één voor één 10 woordparen in beeld. Aan de leerlingen de taak om deze te onthouden. Vervolgens zal bij het tweede filmpje telkens één van de twee woorden worden getoond en moeten de leerlingen het andere woord opschrijven. Voorbeeld: het woordpaar is trui - fiets. Dan krijgen de leerlingen bij het tweede filmpje alleen het woord 'trui' te zien en moeten zij dus het woord 'fiets' opschrijven.
Woordparentest 1
Slide 4 - Slide
Kies de woordparentest die past bij het niveau van jouw klas (de eerste is wat makkelijker, de tweede is wat moeilijker de derde is de woordparentest die je gewend bent en is het lastigst).
Leg alvast uit hoe het straks overhoord gaat worden
Extra informatie In het filmpje (op de volgende slide) komen één voor één 10 woordparen in beeld. Aan de leerlingen de taak om deze te onthouden. Vervolgens zal bij het tweede filmpje telkens één van de twee woorden worden getoond en moeten de leerlingen het andere woord opschrijven. Voorbeeld: het woordpaar is trui - fiets. Dan krijgen de leerlingen bij het tweede filmpje alleen het woord 'trui' te zien en moeten zij dus het woord 'fiets' opschrijven.
Slide 5 - Slide
Kies de woordparentest die past bij het niveau van jouw klas (de eerste is wat makkelijker, de tweede is wat moeilijker de derde is de woordparentest die je gewend bent en is het lastigst).
Leg alvast uit hoe het straks overhoord gaat worden
Extra informatie In het filmpje (op de volgende slide) komen één voor één 10 woordparen in beeld. Aan de leerlingen de taak om deze te onthouden. Vervolgens zal bij het tweede filmpje telkens één van de twee woorden worden getoond en moeten de leerlingen het andere woord opschrijven. Voorbeeld: het woordpaar is trui - fiets. Dan krijgen de leerlingen bij het tweede filmpje alleen het woord 'trui' te zien en moeten zij dus het woord 'fiets' opschrijven.
Kijk je antwoorden na
1. Schilderij - Bikini
2. Lampenkap - Boer
3. Zon - Kat
4. Thee - Foto
5. Pen - Bierglas
6. Broccoli - Boom
7. Afrika - Bed
8. Kapstok - Jojo
9. Verfkwast - Mama
10. Barman - Schroef
Slide 6 - Slide
Lees de instructie op de slide voor.
Extra informatie In het filmpje (op de volgende slide) komen één voor één 10 woordparen in beeld. Aan de leerlingen de taak om deze te onthouden. Vervolgens zal bij het tweede filmpje telkens één van de twee woorden worden getoond en moeten de leerlingen het andere woord opschrijven. Voorbeeld: het woordpaar is trui - fiets. Dan krijgen de leerlingen bij het tweede filmpje alleen het woord 'trui' te zien en moeten zij dus het woord 'fiets' opschrijven.
Slide 7 - Slide
Sluit 'de check' af en introduceer 'het ervaren'.
Associëren
Hoe meer informatie je koppelt aan datgene wat je wilt leren, hoe makkelijker je het onthoudt.
Slide 8 - Slide
This item has no instructions
Associëren
Slide 9 - Slide
This item has no instructions
Visualiseren
Je hersenen zijn razendsnel in het bedenken
en het verwerken van beelden.
Slide 10 - Slide
This item has no instructions
Wat valt je op in het filmpje?
Slide 11 - Slide
This item has no instructions
Maak de beelden levendig!
Slide 12 - Slide
This item has no instructions
Laten we het uitproberen!
1. Combineer de twee woorden in een beeld.
2. Houd vast aan het eerste beeld dat in je opkomt.
3. Maak het levendig!
4. Laat voorgaande paren los.
Slide 13 - Slide
This item has no instructions
Woordparentest 2
Slide 14 - Slide
Lees de instructie op de slide voor.
Leg alvast uit hoe het straks overhoord gaat worden
Extra informatie In het filmpje (op de volgende slide) komen één voor één 10 woordparen in beeld. Aan de leerlingen de taak om deze te onthouden. Vervolgens zal bij het tweede filmpje telkens één van de twee woorden worden getoond en moeten de leerlingen het andere woord opschrijven. Voorbeeld: het woordpaar is trui - fiets. Dan krijgen de leerlingen bij het tweede filmpje alleen het woord 'trui' te zien en moeten zij dus het woord 'fiets' opschrijven.
Slide 15 - Slide
Lees de instructie op de slide voor.
Leg alvast uit hoe het straks overhoord gaat worden
Extra informatie In het filmpje (op de volgende slide) komen één voor één 10 woordparen in beeld. Aan de leerlingen de taak om deze te onthouden. Vervolgens zal bij het tweede filmpje telkens één van de twee woorden worden getoond en moeten de leerlingen het andere woord opschrijven. Voorbeeld: het woordpaar is trui - fiets. Dan krijgen de leerlingen bij het tweede filmpje alleen het woord 'trui' te zien en moeten zij dus het woord 'fiets' opschrijven.
Kijk je antwoorden na
1. TV - Kiezelsteen
2. Blaadje - Chips
3. Wortel - Leraar
4. Yoghurt - Zonnebrand
5. Badkamer - Eiland
6. Fietsenhok - Rook
7. Appel - Gras
8. Chinees - Cadeau
9. Stift - Bank
10. Tafel - Vliegtuig
11. Koffie - Boek
12. Kussen - Zonnebloem
13. Sinaasappel - President
14. Olifant - Vinger
15. Explosie - Watermeloen
16. Ketting - Schaar
17. Bal - Vrachtwagen
18. Koning - Snor
19. Chocola - Poster
20. Rapper - Schoen
Slide 16 - Slide
This item has no instructions
Tijd voor een verhaaltje
Luister naar het verhaal en probeer
zoveel mogelijk te onthouden.
Slide 17 - Slide
Lees de slide voor.
Als alle leerlingen stil zijn, kun je het audiofragment afspelen.
Schrijf zoveel mogelijk op van wat je nog weet van het verhaal, wees zo precies mogelijk.
Slide 18 - Open question
Laat de leerlingen de vraag beantwoorden.
Vraag aan de leerlingen of het moeilijk of makkelijk was om dingen uit de tekst te onthouden en waarom.
Bereid je voor
Informatie onthouden is makkelijker als je brein voorbereid is. Net als bij puzzelen, begin je met de randen, zodat je snapt waar losse stukjes moeten.
Daarom is het verhaal van zojuist onthouden moeilijk.
Slide 19 - Slide
Lees de slide voor.
Extra informatie
Door een tekst te scannen leg je als het ware de randen van de puzzel. Om een globaal beeld te krijgen van een tekst kan je de inhoudsopgave, titels en subtitels lezen. Vervolgens kan je de afbeeldingen bekijken, de vetgedrukte woorden en eerste en laatste zin van een alinea lezen.
De was doen
Het verhaal ging over de was doen.
Luister nog eens naar het verhaal en probeer weer zoveel mogelijk te onthouden.
Slide 20 - Slide
Lees de slide voor.
Speel het audiofragment nog een keer af. Deze keer weten de leerlingen dus de titel.
Scannen
Een manier om je brein voor te bereiden is door te scannen. Scan met je ogen de pagina's, kijk naar:
Titels en kopjes
Plaatjes en foto's
Dikgedrukte woorden
Probeer te ontdekken hoe de tekst is opgebouwd en waar het over gaat.
Slide 21 - Slide
Lees de slide voor.
Slide 22 - Slide
Sluit het onderdeel 'Het Ervaren' af en introduceer het onderdeel 'Mijn experiment'.
Ik ga de woordjes voor mijn proefwerk Frans van volgende week onthouden door de woorden te visualiseren.
Ik ga bewust oefenen met het scannen van teksten
Ik ga het geheugenpaleis uitleggen aan mijn broertje en zo proberen hem het spijsverteringsstelsel te laten onthouden.
Voorbeelden van een experiment
Slide 23 - Slide
Lees de slide voor.
Laat de leerlingen een van de experimenten kiezen die zij komende week gaan uitproberen.
Als de leerlingen zelf een goed idee hebben voor een experiment, kunnen zij deze ook uitvoeren. Daarbij is het wel belangrijk dat het concreet is.
Op de volgende slide kunnen de leerlingen hun experiment invullen.