chap6-26-maart-chap.6-grammaire H-lefutur-proche-def-2-3h

BONJOUR TOUS LE MONDE ET BIENVENUE
Bonjour
et 
bienvenue!!
Vendredi 21 mars 2025
1 / 45
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

BONJOUR TOUS LE MONDE ET BIENVENUE
Bonjour
et 
bienvenue!!
Vendredi 21 mars 2025

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

3h2

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

2H2

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Startklaar 
-ton livre:  Grandes Lignes 1 VMBO-GT/HAVO:  Cahier d'activités A
- ton cahier 

-
ton stylo bleu

Pose ton sac-à dos par terre, s'il vous plaît

timer
2:00

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

1, 2, 3

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Le programme de la leçon
  • Terugblijk op de vorige les (ww. aller)
  • Le futur proche (o.t.t.t)
  • Lesevaluatie  
  • Les devoirs          


timer
5:00

Slide 9 - Slide

Formatief evalueren: toepassing
https://cipt.be/toolbox/wp-content/uploads/2018/09/voorbeeld-begintaak-als-activatie-van-voorkennis-Engels-3-aso-1.pdf
Leerdoelen
Aan het einde van de les:
Kun je de volgende vragen beantwoorden:

- Wat betekent ''le futur proche''?
- Wanneer gebruik je ''le futur proche''?
- Hoe maak je ''le futur proche''?

Slide 10 - Slide

Leerdoelgericht werken: 
Voor iedere leerling is duidelijk waar er aan gewerkt gaat worden. Docenten geven vanuit deze leerdoelen vorm aan
de inhoud van hun lessen. Om dit voor leerlingen behapbaar te houden wordt alleen het hoognodige aangeboden. Iedere les worden de beoogde leerdoelen kenbaar gemaakt en
worden onderwijsactiviteiten ingezet die moeten leiden tot het beoogde leerdoel. Hierbij wordt gericht ingezet op succeservaringen. Leerdoelen worden vanuit hoge positieve verwachtingen van alle leerlingen geformuleerd en zetten in op succeservaringen. 

Prenez vos ordinateurs. Connectez - vous à LessonUp.

Log in met jouw echte voornaam!

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Vul de vormen van het ww. ALLER in ott in. 
Aller:
Je, tu, il, elle, on
nous, vous, ils/elles

Slide 12 - Mind map

This item has no instructions

Vul de juiste vorm van 'aller
Ils ...... à Paris.
A
vont
B
allons
C
vais
D
allez

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Vul de juiste vorm van aller:
vous ________ (aller)
A
vais
B
va
C
allons
D
allez

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Slide 15 - Link

This item has no instructions

Et maintenant à vous!
Sleep de juiste vormen van het werkwoord aller naar de juiste persoon.
Je
Tu
Il/elle/on
ils/elles
Nous
Vous
vais
va
allez
vas
vont
allons

Slide 16 - Drag question

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

2. Le futur proche
Leerdoelen
Aan het einde van deze les kun je de volgende vragen beantwoorden:
1. Wat is le futur proche?
2. Wanneer gebruik je het?
2. Hoe maak je het?

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Le futur proche?
Wat betekent ''le futur proche''?
  • Nabij toekomst (straks, morgen gaat doen)
  • In het Nederlands = de o.t.t.t

Slide 19 - Slide

This item has no instructions


Bekijk deze zin. Beantwoord de vragen: 

Exemple:

Morgen, ga ik een film kijken.
Demain, je vais regarder un film.



Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Le future proche
Wanneer gebruik je le futur proche?
om aan te geven dat  een handeling plaats gaat vinden in de nabij toekomst (straks, morgen, na school...)

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Le future proche
Hoe maak je le futur proche?
(o.t.t.t)

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

ALLER (ott) + heel ww 
Ik ga zwemmen. 
Jij gaat zingen.
Hij/zij gaat praten.
Wij gaan eten. 
Jullie gaan tekenen.
Zij gaan wandelen.

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Grammaire H-futur proche
Wat en waar?
chapitre 6- grammaire H- GL (les van 26 maart)
Hoe en hoe lang?
20 min indiv.
Hulpmiddelen
wb, p. 83 en een online woordenboek
Ben je klaar? 
Log in in LessonUp. Maak de geplande opdrachten
Lesevaluatie
Wat heb jij vandaag geleerd?

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Le futur proche
Wij gaan een paar oefeningen samen doen.

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Le futur proche
gaat over
A
het verleden
B
de toekomst

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Le futur proche:
uit welke twee werkwoorden bestaat deze tijd? Twee antwoorden zijn goed.
A
vorm van 'avoir'
B
vorm van 'aller'
C
hele werkwoord (infinitief)
D
voltooid deelwoord

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

Quelle phrases sont au futur proche?
A
Je mange une pizza.
B
Ce soir, tu vas manger une pizza?
C
Pendant les vacances, tu vas visiter Paris?
D
Il joue au foot avec ses amis.

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Lesevaluatie

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Hoe maak je le futur proche?
A
venir + infinitif
B
aller + heel werkwoord
C
venir + de + infinitif
D
aller + de + infinitif

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

Le futur proche:
Kies het goede antwoord
A
Je vais visiter Paris
B
Je vas visiter Paris
C
Je visite Paris
D
Je va visiter Paris

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

Geef jezelf een cijfer hoe jij je hebt vandaag hebt gewerkt aan de opdrachten
010

Slide 32 - Poll

This item has no instructions

Wat vond je van deze les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 33 - Poll

This item has no instructions

Les devoirs
Faire (maken)
ex. 30d-e, , 31 en 32 (wb, p. 77 t/m 79)
Apprendre (leren)
Grammaire H (p. 83).

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Verrijkende opdracht
Als je eerder klaar bent met de geplande opdrachten van deze les, kun je deze opdracht maken. Gebruik de link in de volgende dia

Leerdoel: een tekst in grote lijnen begrijpen

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Was de uileg duidelijk?
0100

Slide 36 - Poll

This item has no instructions

Slide 37 - Link

This item has no instructions

Au  revoir

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

In de volgende les

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

1. Terugblik op de vorige les
In de vorige les hebben jullie geoefend met het ww. ''ALLER'' (gaan) in combinatie met voorzetsels voor plaatsen.

Exemple: Je vais à la boulangerie = ik ga naar de bakkerij

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Lidwoorden de en het
la (v)
le (m)
l' (znw begint met een klinker/ een stomme h
les (meervoud)



 À = NAAR

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Teugblik op de vorige les
Kunnen jullie de juiste voorzetsel voor plaatsen gebruiken in combinatie met het ww. aller (gaan)?

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Terugblik op de vorige les
Bekijk even het schema van de voorzetsels met ''aller''
Beantwoord  de onderstaande vragen


Slide 43 - Slide

This item has no instructions

Vul de juiste vorm van 'aller' + naar in.
Tu ..... cinéma (le)?
A
vont à
B
vas au
C
vais
D
va en

Slide 44 - Quiz

This item has no instructions

Vul de juiste vorm van 'aller' + naar in.
Elle ..... boulangerie (la).

Slide 45 - Open question

This item has no instructions