V1G 24/03

V1G - 24 maart
1 / 21
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

V1G - 24 maart

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen?
Herhalen tekstverbanden
Nieuwe tekstverbanden

Lesdoel:
Je herkent de tien tekstverbanden in de zin aan de signaalwoorden.

Slide 2 - Slide

Tekstverbanden
Tijd
Opsomming 
Vergelijking 
Tegenstelling 
Oorzaak-gevolg



Slide 3 - Slide

De man liep naar huis, maar de vrouw liep naar het station.
A
oorzaak-gevolg
B
opsomming
C
tegenstelling
D
vergelijking

Slide 4 - Quiz

De man liep naar huis, want de vrouw liep naar het station.
A
oorzaak-gevolg
B
opsomming
C
tijd
D
vergelijking

Slide 5 - Quiz

De man liep naar huis, terwijl de vrouw naar het station liep.
A
oorzaak-gevolg
B
opsomming
C
tijd
D
vergelijking

Slide 6 - Quiz

Tekstverbanden
Tijd                                                Uitleg (toelichting)
Opsomming                             Argumentatie
Vergelijking                              Doel-middel
Tegenstelling                          Samenvattend
Oorzaak-gevolg                     Concluderend
                                                       Voorwaarde

Slide 7 - Slide

Tekstverbanden
Uitleg (toelichting)
Er wordt een uitleg gegeven, voorbeeld.
bijvoorbeeld, zo, onder andere, dat wil zeggen

In de zorg zijn er verschillende beroepen, bijvoorbeeld fysiotherapeut, dokter of verpleegkundige.

Slide 8 - Slide

Tekstverbanden
Argumentatie
Er worden argumenten (redenen) gegeven om een stelling/mening te ondersteunen.
namelijk, omdat, want, dus

Je zou meer moeten fietsen, omdat het gezonder is en omdat het beter is voor het milieu.

Slide 9 - Slide

Door veel te oefenen, verbeterde ze haar Engels.
A
opsomming
B
uitleg
C
argumentatie
D
oorzaak-gevolg

Slide 10 - Quiz

Tekstverbanden
Doel-middel
Hoe kun je iets doen om een bepaald doel te bereiken?
om te, opdat, door middel van, daarmee

Ze studeert elke dag, daarmee hoopt ze haar toets te halen.

Slide 11 - Slide

Je zou meer moeten lezen, omdat het je helpt nieuwe dingen te leren en je taalniveau te verbeteren.
A
oorzaak-gevolg
B
argumentatie
C
doel-middel
D
toelichting

Slide 12 - Quiz

Tekstverbanden
Samenvattend
Een samenvatting van de belangrijkste punten in een tekst.
samengevat, kortom, al met al, oftewel

Kortom, als je veel water drinkt heb je meer energie en voel je je beter.


Slide 13 - Slide

Mijn moeder heet Kim, net zoals mijn nichtje.
A
argumentatie
B
opsomming
C
vergelijking
D
doel-middel

Slide 14 - Quiz

Tekstverbanden
Concluderend
Er wordt een conclusie gegeven van de informatie in de tekst.
concluderend, dus, hieruit volgt, vandaar dat, uit dit alles blijkt

Dus als je regelmatig leest, word je beter in de taal.

Slide 15 - Slide

Tekstverbanden
Voorwaarde
Wat is er nodig? Waar hangt iets van af?
tenzij, indien, als, mits

Je mag buiten spelen, als je de kamer hebt opgeruimd.

Slide 16 - Slide

Ik hou van chocolade, maar ik eet het niet vaak.
A
voorwaarde
B
concluderend
C
tegenstelling
D
vergelijking

Slide 17 - Quiz

Hij is erg slim, hij kan bijvoorbeeld heel goed rekenen.
A
opsomming
B
toelichting
C
concluderend
D
samenvattend

Slide 18 - Quiz

We mogen naar huis, omdat het te warm is in de school.
A
oorzaak-gevolg
B
argumentatie
C
voorwaarde
D
samenvattend

Slide 19 - Quiz

Tekstverbanden
Tijd                                                                 Uitleg (toelichting)
Opsomming                                              Argumentatie
Vergelijking                                               Doel-middel
Tegenstelling                                           Samenvattend
Oorzaak-gevolg                                      Concluderend
                                                                        Voorwaarde

Verder oefenen

Slide 20 - Slide

Einde van de les

Lesdoel:
Je herkent de tien tekstverbanden in de zin aan de signaalwoorden.

Slide 21 - Slide