1. Je mag afbreken tussen de delen van een samenstelling.
Bijvoorbeeld: kenteken-plaat, appel-schil.
2. Gebruik geen afbreekteken voor of na één letter.
Bjvoorbeeld: over-weg (en niet: o-verweg), ali-nea (en niet: a-linea of aline-a), maf-fia (en niet: maffi-a).
3. Schrijf geen apostrof voor een afbreekteken:
Bijvoorbeeld: pony-tje (en niet: pony'-tje).
4. Schrijf geen extra klinker in verkleinwoorden.
Bijvoorbeeld: vla-tje (en niet: vlaa-tje).