Je leert de betekenis van de woorden genotype en fenotype herkennen
Je geeft een voorbeeld van een fenotypische en van een genotypische kenmerk
Slide 2 - Slide
Begrippen uit de paragraaf
Erfelijk(heid)
Fenotype
Chromosomen
DNA
Slide 3 - Slide
Fenotype
Fenotype=het uiterlijk van een orgamisme
Slide 4 - Slide
Fenotype
Het uiterlijk van een organisme noemen we het fenotype
Fenotype bestaat uit:
Genotype (erfelijke eigenschappen)
Invloeden uit het milieu (de omgeving)
Slide 5 - Slide
Donkere huid, lichte huid
Django heeft een donkere huid en Arno heeft een lichtere huid. De huidskleur is erfelijk => genotype.
Gaat Arno 3 weken op vakantie naar Spanje dan is zijn huidskleur bruiner geworden. Zijn uiterlijk is veranderd => fenotype
Slide 6 - Slide
Het genotype bepaald het fenotype
Je erfelijk materiaal (genotype) bepaald of je een mens bent, bloedgroep, of je slim bent enzovoort. De zichtbare kenmerken noemen we fenotype, deze worden bepaald door je genotype en de omgeving.
Slide 7 - Slide
Fenotype
De eigenschappen van een organisme, waaronder het uiterlijk = fenotype
Genotype + invloeden uit de omgeving = fenotype
Het fenotype kan je veranderen het genotype NIET.
Slide 8 - Slide
Erfelijk materiaal in celkern
Bestaat bij de mens uit 23 paar chromosomen
Die zijn verdeeld in ongeveer 21.000 stukjes en die noemen we genen.
We hebben ongeveer 21.000 erfelijke eigenschappen
Slide 9 - Slide
Chromosomen van een man en vrouw
Slide 10 - Slide
Genotype
De erfelijke eigenschappen liggen in je celkern. In de chromosomen gemaakt van de stof DNA
Dit noemen we het genotype
Het genotype wordt bepaald bij de bevruchting en kan tijdens het leven niet meer veranderen!
Slide 11 - Slide
Variatie in genotypen
Iedereen heeft zijn eigen unieke erfelijke eigenschappen.
Daarom zien we veel verschillen en ook
overeenkomsten tussen mensen.
Kijk maar eens in het lokaal?
Slide 12 - Slide
genotype en fenotype
Verander je met een tatoeage
je genotype of fenotype?
Slide 13 - Slide
genotype of fenotype?
genotype of fenotype?
Slide 14 - Slide
Zijn alle eigenschappen erfelijk?
Je kunt niet aan iemands genotype zien hoe vrolijk hij of zij is. Een happy-gen, intelligentie-gen of zelfmoord-gen bestaan niet.
Genen bepalen dus zeker niet alles. En ze bepalen iets nooit alleen. Andere dingen spelen ook een rol, zoals wat je meemaakt, doet en de omgeving waarin je opgroeit.
Slide 15 - Slide
Aanleg
In sommige families is iedereen slim. Je kunt aanleg voor slimheid hebben.
Slimheid krijg je niet alleen van je ouders maar wordt je ook bepaald door jouw inzet.
Wat leer je thuis en wat leer je op school?
Doe jij je best om slimmer te worden, of niet?
Slimheid is een combinatie van genotype en omgeving.