V2 Tijden van het werkwoord - herhaling

Lesdoelen
1 / 10
next
Slide 1: Slide
NederlandsSecundair onderwijs

This lesson contains 10 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 7 min

Items in this lesson

Lesdoelen

Slide 1 - Slide

Welke werkwoordstijd herken je in deze zin?
'Jaap ter Haar was een Nederlands historicus en schrijver.'
A
voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
B
onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
C
voltooid verleden tijd (vvt)
D
onvoltooid verleden tijd (ovt)

Slide 2 - Quiz

Welke werkwoordstijd herken je in deze zin?
'Men had hem afgekeurd voor de militaire dienst.'
A
voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
B
onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
C
voltooid verleden tijd (vvt)
D
onvoltooid verleden tijd (ovt)

Slide 3 - Quiz

Welke werkwoordstijd herken je in deze zin?
'Hij ging voor de wereldomroep werken.'
A
voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
B
onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
C
voltooid verleden tijd (vvt)
D
onvoltooid verleden tijd (ovt)

Slide 4 - Quiz

Welke werkwoordstijd herken je in deze zin?
'Hij heeft verschillende prijzen gewonnen.'
A
voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
B
onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
C
voltooid verleden tijd (vvt)
D
onvoltooid verleden tijd (ovt)

Slide 5 - Quiz

Welke werkwoordstijd herken je in deze zin?
'Veel van zijn boeken zijn nog steeds populair.'
A
voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
B
onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
C
voltooid verleden tijd (vvt)
D
onvoltooid verleden tijd (ovt)

Slide 6 - Quiz

Vul het werkwoord in.
(beantwoorden - ott)
U ... toch zeker deze e-mail?

Slide 7 - Open question

Vul het werkwoord in.
(bereiden - ovt)
Hij ... een lekker maal voor zijn ouders.

Slide 8 - Open question

Vul het werkwoord in.
(zwemmen - vtt)
We ... tijdens de sportdag.

Slide 9 - Open question

Vul het werkwoord in.
(zwemmen - vvt)
We ... tijdens de sportdag.

Slide 10 - Open question