Herhaling Unidad 3 & 4 periode 2

1 / 21
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

We starten in 5 minuten met de les.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Lesprogramma
A: Spreekvaardigheid- Describir imagenes
Thema's:
- Je gaat een persoon beschrijven
- Je gaat een object beschrijven (vorm/kleur/materiaal)
- Instructieboekje
- Presentatie van 5 minuten, video-opdracht.

B: Woordenschat: opfrissen van vorige les/ 10minuten
C: Herhaling: Pretérito perfecto en Lijdend Voorwerp
D: Pretérito Imperfecto pagina 62/ 102 t/m 105
E: Tekstboek: Cuando era pequeño, opdracht 1 t/m 3 p. 56
D: Werkboek: opdracht 1, 3, 4 en opdracht 6. Pagina 66 t/m68



Slide 4 - Slide

Lesdoelen
Lesdoelen voor vandaag:
Después de la clase... 
  • R: Ken je de pretérito perfecto
  • T1: Je kan pretérito perfecto in de juiste vorm invullen.
  • R: Kan je de lijdenvoorwerp vervangen naar lo-los/la-las
  • R: Imperfecto toepassen
  • T1: JE KAN IMPERFECTO IN DE JUISTE VORM IN SIMPELE CONTEXT ZETTEN.
  • T2 Je kan onderscheid in gebruik maken tussen perfecto en imperfecto in een text.



 

Slide 5 - Slide

Pretérito Imperfecto wordt gebruikt....
Om gebruikelijke of herhaalde acties in het verleden te beschrijven.
Mi abuela me escribía muchas cartas. (Mijn oma schreef me vele brieven.)

Om een situatie of een toestand uit het verleden te beschrijven.
Estaba contenta. (Zij was blij.)

Om een actie te beschrijven die plaatsvindt in een onbepaalde tijd.
Hablámos por teléfono. (We waren over de telefoon aan het praten.)
Pasaba al perro. (Hij was de hond aan het uitlaten.)

Om een tijd of leeftijd in het verleden aan te duiden.
Tenía 18 años. (Zij was 18 jaar oud)

Om een persoon of plaatst te beschrijven.
Tenía el pelo largo y los ojos azules. 

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

 Lo/los/la/las

Slide 8 - Slide

Lo/los
La/Las
Werkboek:
Pagina 54 t/m 57
  • Opdracht 9
  • Opdracht 12 (lijdend voorwerp onderstrepen)
  • Opdracht 14 en 15
  • Opdracht 17

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Tijdsaanduidingen imperfecto
Maak de volgende opdrachten:
  • Opdracht: 1 t/m 4 pagina 65
Werkboek pagina 66 & 67
  • opdracht 1
  • opdracht 3
  • opdracht 4
  • opdracht 6 

Slide 11 - Slide


Ya no
Para acciones que hemos planeado y hecho.

Todavía no/ Todavía
  • Para acciones que hemos planeado y hecho o no hemos planeado y hecho.

  • Pero tenemos tiempo para hacer.

Slide 12 - Slide

Todo cambia
Opdracht 1 t/m 5, werkboek pagina 67
Opdracht 7 t/m 11, werkboek pagina 68 & 69

Uitleg groot en klein!
Mini herhaling

Slide 13 - Slide

las
los 
la
lo
camiseta
vestido
vaqueros
zapatillas
falda
traje
sandalias

Slide 14 - Drag question

La-Las
Lo-Los

Slide 15 - Slide

Lijdend voorwerp als pers.vnw
Meewerkend voorwerp als pers.vnw
Sleep naar de juiste plek
Me
Te
?
Me
Te
?
Nos
Os
?
Nos
Os
?
Le
Lo
Les
Los

Slide 16 - Drag question

Welke werkwoorden zijn regelmatig en welke zijn onregelmatig in de imperfecto?
Regelmatig
Onregelmatig
ir
saber
conducir
ver
ser
estudiar
tener
salirse

Slide 17 - Drag question

Slide 18 - Slide

Net zoals Gustar,
Gebruiken wij het w.w. DAR, Encantar, apetecer en gustar
  • A mí me da miedo el agua.
  • A Manuel le gustan los perros.
  • A mis padres les apetece ir al cine. 

Slide 19 - Slide

El verbo gustar
Sleep het Spaanse woord naar de Nederlandse vertaling. 
ellos/as
yo
él/ella
nosotros/as
vosotros/as
le
me
os
te
les
nos

Slide 20 - Drag question

Noem de correcte tijd van deze vervoeging?
-ar
-aba
-abas
-ába
-abais
-aban
-er/-ir
-ía
-ías
-ía
-íamos
-íais
-ían

Slide 21 - Slide