Klare taal les 32 - Voltooide Tijd

Klare taal les 32 - Voltooide Tijd
1 / 14
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Klare taal les 32 - Voltooide Tijd

Slide 1 - Slide

Wat gaan we vandaag doen?
Groep 1 gaat met mij samen les 32 maken.

Groep 2 gaat zelfstandig werken aan les 21 (verkleinwoorden) en les 22 (voorzetsels) 

Belangrijk: volgende week toets over grammatica!!!

Slide 2 - Slide

Groep 1

Hlib
Hazem
Nour
Roni
Meti
Essa
Groep 2

Andrei
Ermyas
Anisa
Hamed
Mohammad Abbas
Mohammad Hammami
Mia
Darii
Rochyar

Slide 3 - Slide

Wat hebben we vorige week gedaan?

Slide 4 - Open question

Vorige week
Het ging vorige week over voorzetsels.
Hij, zij, hem, jullie, u ...

Regels:
Na een voorzetsel gebruik je:
mij, jou, u, haar, hem, ons, jullie en hen.

Slide 5 - Slide

Wat is een voorzetsel?

Slide 6 - Open question

Vorige week
Zonder voorzetsel:
mij/me, jou/je, u, haar, hem, ons, jullie, hen/hun/ze.

Slide 7 - Slide

Les 32 - Voltooide tijd

Slide 8 - Slide

Wat is voltooide tijd?

Slide 9 - Open question

Les 32 - Voltooide tijd
Voltooid = iets is al gebeurd, het is klaar. 
Ik woon in Nederland - Vroeger heb ik in Syrië gewoond

Je gebruikt de voltooide tijd als je informatie geeft over vroeger. 

Slide 10 - Slide

Regels
Je maakt de voltooide tijd vaak met het werkwoord hebben. 
En je gebruikt bij het werkwoord vaak 'ge'. 
Wij hebben gewoond.

Als je niet hebben gebruikt, gebruik je zijn
Je gebruikt soms ook 'be' in plaats van 'ge'. 
Hij is begonnen.

Slide 11 - Slide

Een belangrijke regel is 'soft ketchup'.
Wat is dit?

Slide 12 - Open question

Soft Ketchup
  1. Wat is het hele werkwoord? (maken)
  2. Haal van die hele werkwoord 'en' af of maak de ik-vorm. (maak)
  3. Eindigt dit woord met een letter uit soft ketchup? (laatste letter is k)
  4. Ja? Dan schrijf je een 't' (maakt)
  5. Nee? Dan schrijf je een 'd'  

Slide 13 - Slide

Soft Ketchup 
Deze regel is alleen voor regelmatige werkwoorden. 
Wat zijn onregelmatige werkwoorden?


Slide 14 - Slide