Oefentoets H9

Welkom
Tas van tafel
Boeken + notitiespullen pakken
Ga in deze Lesson Up

1 / 28
next
Slide 1: Slide
BiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Welkom
Tas van tafel
Boeken + notitiespullen pakken
Ga in deze Lesson Up

Slide 1 - Slide

De zwarte lijn in de afbeelding laat zien hoe de hoeveelheid glucose in zijn bloed verandert. De blauwe balk geeft de normale hoeveelheid glucose in zijn bloed aan. Een aantal momenten op de grafieklijn is omcirkeld. Bij welke cirkel start de alvleesklier met de aanmaak van glucagon? Leg je antwoord uit (I, 2p)

Slide 2 - Open question

Thijs heeft bij Jasper thuis gegamed. Als hij thuiskomt heeft hij een loopneus en brandende ogen. Zijn vader zegt dat hij waarschijnlijk een allergische reactie heeft op de huidschilfers van de kat van Jasper.

Huidschilfers van katten zijn voor Thijs dan....

A
antibiotica
B
antistoffen
C
allergenen
D
mestcellen

Slide 3 - Quiz

Meisjes en jongens in Nederland krijgen een prik tegen het HPV-virus. Wat voor soort immuniteit levert dat op? (T1)
A
Natuurlijke actieve immuniteit
B
Natuurlijke passieve immuniteit
C
Kunstmatige actieve immuniteit
D
Kunstmatige passieve immuniteit

Slide 4 - Quiz

Welk van de bovenstaande beweringen is/zijn juist? (T2)
A
Beide beweringen zijn juist
B
Alleen bewering 1 is juist
C
Alleen bewering 2 is juist
D
Beide beweringen zijn onjuist

Slide 5 - Quiz

De eerste weken ontsnapt het virus aan het afweersysteem. Waar bevindt het virus zich op dat moment?
A
In het bloedplasma
B
In het maag-darmkanaal
C
In de cel
D
In de lever

Slide 6 - Quiz

Mocht je naar een gebied gaan waar veel honddolheid is, kun je van te voren een vaccin halen. Welke immuniteit levert dat op?
A
Kunstmatige actieve
B
Kunstmatige passieve
C
Natuurlijke actieve
D
Natuurlijke passieve

Slide 7 - Quiz

Leg uit of je bij hondsdolheid (bij mensen) ook natuurlijke actieve immuniteit hebt?

Slide 8 - Open question

EPO wordt aangemaakt door je nieren. Via welke weg verlaat EPO de nieren om uiteindelijk bij het beenmerg effect te hebben?
A
In de nierader
B
In de nierslagader
C
In de poortader
D
In de urineleider

Slide 9 - Quiz

Oud examenvraag. De giftigheid van parathion en para-ozon is afhankelijk van de manier van opname. Welke van de beweringen zijn juist?:

1. Para-oxon wordt in het spijsverteringskanaal of in de lever omgezet in een niet-giftige stof.
2. Parathion wordt in de lever omgezet in een niet-giftige stof.
3. Parathion wordt in het spijsverteringskanaal of in de lever omgezet in een giftigere stof.
A
1 en 2
B
1 en 3
C
2 en 3
D
1, 2 en 3

Slide 10 - Quiz

De Grizzlybeer heeft in de zomer een lichaamstemperatuur van ongeveer 37 graden. In de winter liggen de dieren meestal in hun holen te slapen. Hun lichaamstemperatuur daalt dan tot ongeveer 31 graden. Af en toe verlaten ze hun hol om voedsel te zoeken.

Vóór de winter slaat de Grizzlybeer een vetvoorraad op in zijn lichaam. Waar wordt in het lichaam veel vet opgeslagen?
A
Opperhuid
B
Lederhuid
C
Hoornlaag
D
Onderhuids bindweefsel

Slide 11 - Quiz

Tetanus is een ziekte die wordt veroorzaakt door een bacterie die na een verwonding in het lichaam terecht kan komen. De kans dat iemand met de tetanusbacterie besmet wordt, is vooral groot bij een wond waarin aarde of straatvuil terechtgekomen is. De bacterie maakt een giftige stof die al in kleine hoeveelheden dodelijk kan zijn. Als men vermoedt dat iemand besmet is met de bacterie, moet hij zo snel mogelijk behandeld worden. Er worden dan antibiotica toegediend. Ook wordt een injectie gegeven met antistoffen tegen het tetanusgif.

Waarom krijgt een tetanuspatiënt antibiotica toegediend?
A
Om de tetanusbacteriën te bestrijden
B
Om het tetanusgif onschadelijk te maken
C
Om de vorming van antigenen te bevorderen
D
Om de vorming van antistoffen te bevorderen

Slide 12 - Quiz

Sommige soorten ziekteverwekkers komen zo algemeen voor en worden zo gemakkelijk overgedragen, dat de meeste kinderen er al jong mee besmet raken. Als een kind van zo’n ziekte genezen is, treden er bij een volgende besmetting meestal geen ziekteverschijnselen meer op. Zulke ziekten worden kinderziekten genoemd omdat ze bijna nooit bij volwassenen voorkomen.
Voorbeelden van kinderziekten zijn: bof, mazelen, rode hond, roodvonk en waterpokken. Van deze ziekten wordt roodvonk door een bacterie veroorzaakt, de overige door virussen.
Sinds 1987 worden kinderen in Nederland ingeënt tegen bof, mazelen en rode hond. Het vaccin wordt het BMR-vaccin genoemd.
Bevat het BMR-vaccin antigenen? En bevat het antistoffen?
A
Alleen antigenen
B
Alleen antistoffen
C
Zowel antigenen als antistoffen
D
Geen van beiden

Slide 13 - Quiz

Iemand laat een blijvende tatoeage zetten. De wondjes die hierdoor ontstaan gaan bloeden.
Welke laag is of welke lagen zijn dan in ieder geval beschadigd?
A
Alleen de opperhuid
B
Alleen de hoornlaag en de kiemlaag
C
Alleen de hoornlaag, kiemlaag en lederhuid
D
De hoornlaag, kiemlaag, lederhuid en het onderhuids bindweefsel

Slide 14 - Quiz

Elk jaar worden in Nederland organen getransplanteerd.
Wanneer heeft zo’n operatie de meeste kans op succes?
A
Als de antigenen van de donor overeenkomen met de antigenen van de ontvanger.
B
Als de antigenen van de donor overeenkomen met de antistoffen van de ontvanger.
C
Als de antistoffen van de donor overeenkomen met de antigenen van de ontvanger.
D
Als de antistoffen van de donor overeenkomen met de antistoffen van de ontvanger.

Slide 15 - Quiz

1) Met welke letter wordt het niermerg aangegeven?
2) En met welke letter wordt de nierslagader aangegeven?
A
1 = P / 2 = R
B
1 = S / 2 = R
C
1 = Q / 2 = R
D
1 = Q / 2 = T

Slide 16 - Quiz

Ureum is een afvalstof die ontstaat bij het afbreken van....
A
Glucose
B
Glycogeen
C
Vetten
D
Eiwitten

Slide 17 - Quiz

Eén van de stoffen die door het bloed uit de lever worden afgevoerd, is ureum. Ureum is een afvalstof die ontstaat als de lever eiwitten afbreekt.

Door welk orgaan of door welke organen wordt ureum uitgescheiden?
A
Nieren
B
Lever
C
Galblaas
D
Endeldarm

Slide 18 - Quiz

Welke letter geeft de urineleider weer.

Slide 19 - Open question

In informatie 8 staat, dat uit bloedonderzoek bleek, dat mensen na het eten van vaccinaardappels immuniteit opgebouwd hadden tegen hepatitis B.

Wat heeft men in het bloed van deze mensen aangetroffen waaruit dat afgeleid kan worden?
A
Alleen hepatitis B antigenen
B
Alleen hepatitis B antistoffen
C
Zowel hepatitis B antigenen als antistoffen
D
Niks

Slide 20 - Quiz

In de spieren is een voorraad brandstof opgeslagen, die bij inspanning kan worden gebruikt.

In welke vorm is brandstof in spieren opgeslagen?

Slide 21 - Open question

Na een transplantatie van bijvoorbeeld een nier kunnen na enige tijd afstotingsverschijnselen bij de ontvanger optreden.
Twee voorbeelden van een niertransplantatie zijn:

1 transplantatie van een gezonde nier afkomstig van een ééneiige tweelingbroer van de ontvanger,
2 transplantatie van een gezonde nier afkomstig van een neef van de ontvanger.

Bij welke transplantatie is de kans op afstotingsverschijnselen het kleinst? Of maakt het geen verschil?
A
Bij transplantatie 1
B
Bij transplantatie 2
C
Maakt geen verschil

Slide 22 - Quiz

In informatie 8 staat dat bepaalde bloeddeeltjes, de zogenaamde B-cellen, een rol spelen bij ei-allergie.

Tot welke groep bloeddeeltjes behoren de B-cellen?

A
Bloedplaatjes
B
Rode bloedcellen
C
Witte bloedcellen
D
Zowel rode als witte bloedcellen

Slide 23 - Quiz

Hieronder een aantal stoffen die in het lichaam van de mens voorkomen:

1) aminozuren
2) koolhydraten
3) eiwitten

Van welke van deze stoffen kan in de lever de concentratie in het bloed gewijzigd worden?
A
Alleen 2
B
Alleen 3
C
Alleen 2 en 3
D
1, 2 en 3

Slide 24 - Quiz

In 1996 werd bij de Amerikaanse wielrenner Lance Armstrong zaadbalkanker geconstateerd, met uitzaaiingen naar de longen en de hersenen. Dankzij chemotherapie met een platinaverbinding genas hij. Hij won in 1999, 2000, 2001 en 2002 zelfs de Tour de France.De onderzoeker Rosenberg stelde vast dat bacteriën in aanwezigheid van een platinaverbinding stoppen met delen, maar wel uitgroeien tot reuzencellen. Vervolgens onderzocht hij die platinaverbinding op antitumoractiviteit. Bepaalde tumoren blijken inderdaad zeer gevoelig voor die platinaverbinding. De helft van de ingebrachte platinaverbinding wordt binnen 48 uur weer ongebruikt uitgescheiden.

Van welke organen is te verwachten dat zij het meest bijdragen tot deze uitscheiding?
A
Huid en lever
B
Darmen en nieren
C
Lever en nieren
D
Longen en darmen

Slide 25 - Quiz

Bij een bepaalde ziekte komen gelijktijdig de volgende verschijnselen voor:

1) de urine is donkergeel tot bruin gekleurd
2) het oogwit is geel gekleurd
3) de ontlasting is bleek van kleur

Waardoor zullen deze verschijnselen waarschijnlijk veroorzaakt zijn?
A
Galwegen zijn verstopt
B
Urineleiders zijn verstopt
C
Lever geeft teveel ureum af
D
Doordat de nieren rode bloedcellen doorlaten

Slide 26 - Quiz

De schommelingen in glucosegehalte van het bloed in de poortader, in de leverader en in de leverslagader worden met elkaar vergeleken. In welk van deze bloedvaten is het verschil tussen het minimum glucosegehalte en het maximum glucosegehalte van het bloed het kleinst en in welk het grootst?
A
Kleinst = leverader Grootst = poortader
B
Kleinst = leverader Grootst = leverslagader
C
Kleinst = leverslagader Grootst = poortader
D
Kleinst = leverslagader Grootst = leverader

Slide 27 - Quiz

De vorming van ureum vindt plaats in de ......1.......

Ureum wordt gevormd uit ........2........
A
1 = lever 2 = aminozuren
B
1 = lever 2 = glycogeen
C
1 = nieren 2 = aminozuren
D
1 = nieren 2 = glycogeen

Slide 28 - Quiz