What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
VWO 4 Frans week 7 vragend voornaamwoord
VWO 4 Frans week 7 vragend vnw.
1 / 24
next
Slide 1:
Slide
Frans
Middelbare school
vwo
Leerjaar 4
This lesson contains
24 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
50 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
VWO 4 Frans week 7 vragend vnw.
Slide 1 - Slide
1HV1 Première leçon
Les objectifs :
* Je kent de vragende voornaamwoorden.
Le programme :
Apprendre:
Manuel p. 52 - 53
Faire: (=doen/ maken)
Ex. 18, 20 (vanaf p.73)
Bonjour! Bienvenue à la semaine sept!
Slide 2 - Slide
Qu'est-ce qu'on va faire?
Remettre les lettres de la dernière semaine
Répéter le dernier cours
LessonUp vragend voornaamwoord
Travailler au niveau p. 100, 101
Corriger les devoirs ex. 11,13,14,18, 20
Faire les devoirs: Ex. 24,26,27 (vanaf p.78)
Réflexion du cours
Slide 3 - Slide
Répéter le dernier cours
Wat hebben we vorige keer ook alweer geleerd?
Het rad geeft de beurt!
Schrijf het werkwoord
choisir
in de:
- present
- passé composé
- futur
- imparfait
timer
5:00
Vertaal: Karim is sterker dan Jean
Vertaal: Die auto's zijn het duurst.
Vertaal: Wie rijdt het langzaamst?
Slide 4 - Slide
noem zoveel mogelijk Nederlandse vraagwoorden
Slide 5 - Mind map
noem zoveel mogelijk Franse vraagwoorden
Slide 6 - Mind map
Vragend voornaamwoord -
le pronom interrogatif
Het Frans kent 3 manieren om een zin vragend te maken.
Tu vas partir.
Vraagteken
erachter zetten
Tu vas partir
?
2. Zet
est-ce que
voor de zin
Est-ce que
tu vas partir?
3.
I
nversie
: draai onderwerp en persoonsvorm om
Vas-tu
partir?
Slide 7 - Slide
où
comment
quand
combien
quel âge
pourquoi
à quelle heure
waarom
hoeveel
waar
wanneer
hoe oud
hoe
hoe laat
Slide 8 - Drag question
Vragend voornaamwoord - le pronom interrogatif
WIE
Is
wie
het onderwerp? Gebruik
qui
. LET OP: est-ce que >
est-ce qui
!
Qui
a fait ça?
Qui est-ce qui
a fait ça?
Is
wie
het lijdend voorwerp? Gebruik
qui
, gevolgd door
est-ce que
of
inversie
.
Qui
as-tu vu?
Qui est-ce que
tu as vu?
Slide 9 - Slide
Welk Frans vragend voornaamwoord past?
À (wie) tu donnes le stylo ?
A
qui
B
qui est-ce qui
C
qui est-ce que
D
quoi
Slide 10 - Quiz
Welke vorm van 'qui'?
.... a-t-elle rencontré ?
A
Qui
B
Qui est-ce qui
C
Qui est-ce que
Slide 11 - Quiz
Vragend voornaamwoord - le pronom interrogatif
WELK(E)
Welk(e) is te vertalen met
quel
. De vorm hangt af van het zelfstandig naamwoord (m/v/ev/mv).
Slide 12 - Slide
Welke vraag is grammaticaal NIET correct?
A
Tu vas où ?
B
Où est-ce que tu vas ?
C
Où vas-tu ?
D
Vas-tu où ?
Slide 13 - Quiz
Welke vraag is grammaticaal NIET correct?
A
Quand elle est partie ?
B
Elle est partie quand ?
C
Quand est-ce qu'elle est partie ?
D
Quand est-elle partie ?
Slide 14 - Quiz
Vragend voornaamwoord - le pronom interrogatif
WAT (1)
Als je na
wat
een vorm van 'zijn' gebruikt én een zelfst. nmw., gebruik je
quel en een vorm van être
.
Slide 15 - Slide
(Wat) est ton film préféré?
A
Quelle
B
Quel
C
Quelles
D
Quels
Slide 16 - Quiz
(Wat) est ta meilleure note?
Slide 17 - Open question
Vragend voornaamwoord - le pronom interrogatif
WAT (2)
Staat er na
wat
géén vorm van 'zijn' + zelfst. nmw.? Kijk naar de functie in de zin.
Is
wat
onderwerp? Gebruik
qu'est-ce qui
.
Is
wat
lijdend voorwerp? Gebruik
que/qu'
gevolgd door
inversie
of
est-ce que
.
Slide 18 - Slide
Vragend voornaamwoord - le pronom interrogatif
Samenvatting
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Wie
Qui
Qui + inversie
Qui + est-ce qui
Wat
Qu'est-ce qui
Que + inversie
Qu' +
est-ce que
Wat + vorm van zijn + zelfstandig naamwoord
Quel(le)(s) + vorm van être
-
Slide 19 - Slide
Mijn resultaat was;
😒
🙁
😐
🙂
😃
Slide 20 - Poll
Travailler au niveau / differentiëren
slecht: fais exercice 24E page 100
gemiddeld: fais exercice 24F page 100
makkelijk: fais exercice 24G page 101
Slide 21 - Slide
Faire les devoirs
Poser des questions
aux voisins ou prof.
(= vragen stellen aan
je buurman of docent)
Travailler en silence.
(in stilte werken)
Ex. 24,26,27 +
schrijfopdracht(en)
timer
2:00
timer
5:00
Slide 22 - Slide
Fin du cours
1. Samenvatting van de les
Vandaag hebben we de vragende voornaamwoorden geleerd.
2. Korte check met een vraag of opdracht
Wie kan een zin maken met een vragend voornaamwoord? Rad laten draaien?
3. Positieve feedback
Wat ging er goed deze les?
4. Vooruitblik en afsluiting
De volgende les gaan we ons verder voorbereiden op de schrijftoets.
timer
10:00
Slide 23 - Slide
Slide 24 - Slide
More lessons like this
V4 Le pronom interrogatif
January 2025
- Lesson with
11 slides
Frans
Middelbare school
vwo
Leerjaar 4,5
V4 Le pronom interrogatif
December 2023
- Lesson with
11 slides
Frans
Middelbare school
vwo
Leerjaar 4,5
4vfa1 17-02-22 (Vragend voornaamwoord)
May 2023
- Lesson with
12 slides
Frans
Middelbare school
vwo
Leerjaar 4
4vfa1 17-02-22 (Vragend voornaamwoord)
30 days ago
- Lesson with
12 slides
Frans
Middelbare school
vwo
Leerjaar 4
Vragend voornaamwoord
January 2023
- Lesson with
21 slides
Frans
Enseignement Secondaire
V5 Le pronom interrogatif
February 2024
- Lesson with
26 slides
Frans
Middelbare school
vwo
Leerjaar 5
V4 Le pronom interrogatif
February 2024
- Lesson with
20 slides
Frans
Middelbare school
vwo
Leerjaar 4,5
V4 Le pronom interrogatif
February 2025
- Lesson with
20 slides
Frans
Middelbare school
vwo
Leerjaar 4,5