macro economie H12

1 / 58
next
Slide 1: Slide
EconomieHBOStudiejaar 1

This lesson contains 58 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Herhaling
H10 en H11

Slide 3 - Slide

Het MEVA-model kent SRAS en LRAS (k.t. en l.t. geaggregeerd aanbod). Welke stelling is fout?
A
Bij SRAS staan prijzen vast
B
De SRAS toont de productiecapaciteit van een land
C
De LRAS toont de productiecapaciteit van een land.
D
Bij LRAS zijn prijzen flexibel.

Slide 4 - Quiz

Wat is het beste antwoord?
Het ISLM-model ...
A
toont de goederen- en dienstenmarkt
B
toont de goederen- en diensten markt en geldmarkt.
C
relatie tussen rente en evenwichtsinkomen op de g/d markt.
D
relatie tussen rente en evenwichtsinkomen op de g/d markt en geldm.

Slide 5 - Quiz

Wat is het nationaal spaarsaldo?
A
S = Y - C - O
B
S = Y - C - B
C
S = B - O
D
S = I + O

Slide 6 - Quiz

Wanneer is er sprake van evenwicht in Keynesian Cross?
A
PE = C + I + G
B
PE = Y
C
PE = C + I(r) + G
D
AE = Y

Slide 7 - Quiz

Uit welke vergelijking kun je afleiden dat er sprake is van het ISLM-model?
A
C = 0,8 (Y-T) + 10
B
Y = PE
C
I = 40 - 2r
D
G = 80

Slide 8 - Quiz

Waarom is IS-curve dalend?
A
Door negatief verband tussen rente en investeringen
B
Door negatief verband tussen rente en inkomen
C
Door negatief verband tussen inkomen en investeringen

Slide 9 - Quiz

Waarom is LM-curve stijgend?
A
Hoe meer inkomen, hoe meer aanbod van geld
B
Door positief verband tussen rente en aanbod van geld
C
Hoe minder inkomen, hoe meer vraag naar geld
D
Door positief verband tussen rente en inkomen

Slide 10 - Quiz

ISLM

Slide 11 - Slide

Als de overheidsbestedingen (G) stijgen, dan...
A
schuift IS naar rechts
B
schuift IS naar links
C
schuift LM naar rechts
D
schuift LM naar links

Slide 12 - Quiz

Als de overheidsbestedingen stijgen, dan ...
A
stijgt inkomen en rente blijft gelijk
B
stijgt inkomen en rente stijgt
C
D
stijgt inkomen en rente daalt

Slide 13 - Quiz

Als de maatschappelijke geldhoeveelheid groter wordt, dan...
A
schuift IS naar rechts
B
schuift IS naar links
C
schuift LM naar rechts
D
schuift LM naar rechts

Slide 14 - Quiz

Als de maatschappelijke geldhoeveelheid groter wordt, dan...
A
stijgt het inkomen en stijgt de rente
B
stijgt het inkomen en blijft rente gelijk
C
stijgt het inkomen en daalt de rente

Slide 15 - Quiz

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

ISLM

Slide 29 - Slide

G stijgt. Geen reactie van CB.
Wat zijn de gevolgen in het ISLM-model?

Slide 30 - Open question

.

Slide 31 - Slide

ISLM

Slide 32 - Slide

G stijgt. Reactie CB: grotere M.
Wat zijn de gevolgen in het ISLM-model?

Slide 33 - Open question

Slide 34 - Slide

ISLM

Slide 35 - Slide

G stijgt. Reactie CB: kleinere M.
Wat zijn de gevolgen in het ISLM-model?

Slide 36 - Open question

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Slide

Slide 39 - Slide

Slide 40 - Slide

Slide 41 - Slide

Slide 42 - Slide

Slide 43 - Slide

Slide 44 - Slide

Stel G stijgt, wat gebeurt er volgens dit model?

Slide 45 - Open question

Slide 46 - Slide

Slide 47 - Slide

Slide 48 - Slide

Slide 49 - Slide

Slide 50 - Slide

Slide 51 - Slide

Slide 52 - Slide

Slide 53 - Slide

Slide 54 - Slide

antwoord oefenopgave 1 b en c

Slide 55 - Open question

Slide 56 - Slide

Slide 57 - Slide

antwoord oefenopgave 1 b en c 
b) IS: Y = -20r + 480
LM: Y = 20r + 160
IS = LM geeft r = 8 en Y = 320
c) capaciteit is 360.
onderbesteding van 40
40/360 x 100% = 11,1% onbenut

Slide 58 - Slide