BSR 18/3 2t Lezen §5 Hoofd- en bijzaken

  • Lees de tekst 'De laatste loodjes wegen het zwaarst.'
  • Klaar? Verder in je leesboek.
  • Log alvast in op LessonUp! 
Herhaling periode 1
§5 Hoofd- en bijzaken
Startopdracht:
timer
8:00
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

  • Lees de tekst 'De laatste loodjes wegen het zwaarst.'
  • Klaar? Verder in je leesboek.
  • Log alvast in op LessonUp! 
Herhaling periode 1
§5 Hoofd- en bijzaken
Startopdracht:
timer
8:00

Slide 1 - Slide

  • Je hebt de stof van Lezen periode 1 herhaald.
  • Je kunt onderscheid maken tussen hoofd- en bijzaken in een tekst.
  • Je kunt bepalen wat de kernzin van een alinea is.
Lesdoelen

Slide 2 - Slide

In deze les:
  • De stof van Lezen 
    paragraaf 1 t/m 4 herhalen.
  • Hoe kun je onderscheid maken tussen hoofd- en bijzaken in een tekst?
  • Opdracht 1 samen maken (en nakijken).
  • Opdracht 2 zelfstandig maken.
  • Gezamenlijk afronden.

Slide 3 - Slide

De laatste loodjes wegen het zwaarst

Slide 4 - Mind map

Verbanden
tussen zinnen
  • Een duidelijke tekst bestaat uit zinnen die met elkaar verbonden zijn. Je kunt tekstverbanden herkennen door middel van signaalwoorden
Tekstverbanden en signaalwoorden
In teksten staan vaak woorden als later, terwijl, ten eerste, ook, maar, toch. Dat soort woorden noemen we signaalwoorden. Ze geven aan op welke manier woorden, zinnen en alinea’s in een tekst met elkaar te maken hebben. Zo’n samenhang heet het tekstverband. Je kunt een tekst beter begrijpen als je let op tekstverbanden. Je leert nu vier soorten verbanden.

Slide 5 - Slide

Tekstverbanden en signaalwoorden
Tegenstellend verband
maar, toch, hoewel, echter, daarentegen, tegenover.
Chronologisch verband
eerst, daarna, vroeger, later, nu.
Opsommend verband
bovendien, daarnaast, vervolgens, en, ten eerste,
ten tweede, ook
Toelichtend verband
als, bijvoorbeeld, zoals,
denk maar aan
Een tegenstellend verband geeft aan dat zaken worden genoemd die elkaars tegenovergestelde zijn.
Als gebeurtenissen volgens een bepaalde tijdsvolgorde gebeuren of moeten gebeuren, heb je te maken met het chronologisch verband.
Als een aantal zaken die bij elkaar horen na elkaar worden genoemd, dan noem je dat een opsommend verband.
Bij een toelichtend (ook wel voorbeeldgevend) verband wordt extra informatie (een uitleg of een voorbeeld) gegeven over een onderwerp.

Slide 6 - Slide


Onbekende woorden


Als je in een tekst een onbekend woord tegenkomt, kijk dan eerst of je de betekenis van dat woord uit de tekst kunt halen. Je hebt vorig jaar geleerd dat dit op drie manieren kan: een synoniem zoeken, een omschrijving zoeken, een voorbeeld of een tegenstelling zoeken. Je leert er nu een woordraadstrategie bij. 

Slide 7 - Slide


Maken: 
Vraag 1 t/m 7
timer
10:00
zelfstandig of in tweetallen

Slide 8 - Slide

De belangrijkste informatie in een tekst of een video noem je hoofdzaken.
Wat niet zo belangrijk is, zijn bijzaken.
Een bijzaak is een toelichting (meer informatie
of uitleg) of een voorbeeld. 

Signaalwoorden waaraan je kunt zien dat er een toelichting of een voorbeeld volgt, zijn: zo, onder andere, dat wil zeggen, je moet daarbij denken aan, met andere woorden, neem nou, bijvoorbeeld en zoals.
Hoofd- en bijzaken

Slide 9 - Slide



Zo vind je hoofdzaken: 


  • De hoofdzaken van een tekst of video vind je vaak in de inleiding of in het slot.
  • Hoofdzaken vind je ook in de kernzinnen. Vaak is de kernzin van een alinea de eerste of de laatste zin.

Slide 10 - Slide

Wat?
Cursus 1.5 Hoofd- en bijzaken.
Maak o
pdracht 1 en 2.
Blz. 30-32 van je boek.

Hoe?
Keuze: zelfstandig of in tweetallen.

Hulp
De 4 B's en het oogje.
Tijd
Timer.
Klaar?
Verder in je leesboek.
timer
10:00
(Ver)werken

Slide 11 - Slide

Nakijken: 
opdracht 1
blz. 30-31

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

  • Je hebt de stof van Lezen periode 1 herhaald.
  • Je kunt onderscheid maken tussen hoofd- en bijzaken in een tekst.
  • Je kunt bepalen wat de kernzin van een alinea is.
Lesdoelen

Slide 14 - Slide


Tegenstellend verband


Chronologisch verband


Opsommend verband


Toelichtend verband

Lisanne miste haar trein, maar kwam toch op op tijd voor haar sollicitatiegesprek
Eerst moet het gehakt bakken, daarna de groenten toevoegen en dan kan de saus worden gemaakt.
Ik heb een kat, konijn, hamster en een hond.

Ellie had de inbraak bij de buren niet gehoord. Ze sliep namelijk niet thuis.

Ik speel elk weekend games, zoals GTA, Fifa en Mario Kart.
"Vorig jaar sportte ik drie keer in de week, maar daar heb ik nu geen tijd meer voor."

Slide 15 - Drag question

Neem deel onze LessonUp klas
Wat kun je hier vinden?
  • LessonUps
  • Video's
  • Handige websites 

Klassencode
u2tc: ncejj

Slide 16 - Slide