This lesson contains 18 slides, with text slides and 3 videos.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
VVE
Bijeenkomst 5
Slide 1 - Slide
Vandaag:
- (interactief) Voorlezen
- Rekenen & wiskunde
- Werken aan portfolio
Slide 2 - Slide
Slide 3 - Video
Waarom?
Onderzoek toont aan dat kinderen hier veel van opsteken. Leren nieuwe woorden, raken gewend aan boeken en ervaren dat lezen leuk is. Het geeft een grote voorsprong bij leren lezen en verhaalbegrip op de basisschool. Minder kans op dyslexie of andere leesproblemen.
Je kunt baby’s al vanaf de geboorte voorlezen. Tot drie maanden is het vooral goed om tegen baby’s te praten en te zingen tijdens het voorlezen. Vanaf zeven maanden kun je plaatjes aanwijzen en benoemen. Op die manier leren baby’s nieuwe woorden begrijpen. Vanaf één jaar kun je korte verhaaltjes voorlezen.
Slide 4 - Slide
Welke boeken?
0-3 maanden
Jonge baby’s kijken graag naar plaatjes
met veel contrast: zwart-wit, felle kleuren
en donkere contouren. Zo ontwikkelen
zij hun visuele waarneming (zien). Vertel,
rijm en zing erbij.
Slide 5 - Slide
3 - 8 maanden
Kies voor boeken die de zintuigen prikkelen, zoals knisperboekjes. Dit zijn stoffen boekjes waarvan de pagina’s een knisperend geluid maken.
Maar ook voelboekjes met verschillende stoffen en materialen en boekjes met geluid zijn aanraders. En kartonnen boekjes met flapjes die je omhoog kunt doen en waar dan een ander plaatje onder zit. Vanaf ongeveer acht maanden openen baby’s de flapjes graag zelf.
Slide 6 - Slide
8 - 12 maanden
Kies voor boeken met herkenbare plaatjes van bijvoorbeeld dieren, auto’s, eten, kleding en speelgoed. Wijs het plaatje aan en benoem het. Zo leren baby’s nieuwe woorden.
Slide 7 - Slide
1 - 2 jaar
Vanaf één jaar kunnen dreumesen korte, simpele verhaaltjes begrijpen. Hoe vaker je voorleest, hoe meer nieuwe woorden en korte zinnen je baby leert.
Slide 8 - Slide
Richtlijnen voorleestijd per leeftijd
0-3 maanden: drie keer per dag een paar minuten
3-8 maanden: drie keer per dag vijf minuten
8-12 maanden: drie keer per dag vijf à tien minuten
1-2 jaar: drie keer per dag tien à vijftien minuten
Slide 9 - Slide
Slide 10 - Video
Opdracht
Lees het artikel op de padlet; Interactief voorlezen: ja! Maar hoe?
Slide 11 - Slide
Rekenen en wiskunde
Slide 12 - Slide
Slide 13 - Slide
Slide 14 - Video
Fasen in het tellen
- Herkennen van een kleine hoeveelheid
- Akoestisch tellen
- Asynchroon tellen
- Ordenen van voorwerpen tijdens het tellen (synchroon en structurerend tellen)
- Resultatief tellen
- Resultatief verkort tellen
Slide 15 - Slide
Opdracht
- Bedenk met je groep (max. 3 studenten) een spel voor kleuters om de cijfers mee te oefenen.
- Bedenk met je groep (max. 3 studenten) een activiteit om kleuters inzicht te geven in de begrippen: meest, minder, evenveel, minder, meer?
* Leg het spel uit aan de andere groepen in de klas.
Slide 16 - Slide
Opdracht
Zoek met je groep (max. 3 studenten) op internet een telliedje om het getalbegrip van de kleuter te oefenen.
Leer het liedje uit je hoofd en bedenk er passende
gebaren bij.
Presenteer het liedje aan de andere groepen in de klas.