4.4 rekenen en een slecht oplosbaar zout maken

Hst 4.4: rekenen en een slecht oplosbaar zout maken
1 / 54
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 4

This lesson contains 54 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Hst 4.4: rekenen en een slecht oplosbaar zout maken

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
  • uitleggen mbv Binas T45A welke twee zoutoplossingen je kunt kiezen om een slecht oplosbaar zout te bereiden
  • beschrijven hoe je een slecht oplosbaar zout uit een mengsel kunt halen

Slide 2 - Slide

Geef de oplosvergelijking van
K2(CO3)

Slide 3 - Open question

Geef de indampvergelijking van kwik(II)nitraat-oplossing

Slide 4 - Open question

2 zoutoplossingen mengen
Als je 2 zoutoplossingen met elkaar mengt, kunnen er 2 dingen gebeuren: 
  • Het blijft een heldere oplossing: alle ionen blijven in oplossing
  • Het wordt een troebele suspensie: 2 soorten ionen reageren met elkaar en worden een slecht oplosbaar zout. Dit heet een neerslag

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Let op! dit is geen indampvergelijking. Het lijkt er wel op!

Slide 10 - Slide

Neerslag kun je gebruiken! 
Als er een neerslag ontstaat, heb je eigenlijk een nieuw zout gemaakt! 

Hoe doe je dat?

Slide 11 - Slide

Goed leren!
  • Alle zouten met kalium-, natrium- en ammonium-ionen lossen goed op in water

  • Alle zouten met nitraat-ionen lossen goed op in water

Slide 12 - Slide

Loodjodide maken
Loodjodide is slecht oplosbaar (BINAS).
Om loodjodide te maken moet je Pb2+ ionen samenbrengen met  I-  ionen.

Slide 13 - Slide

Pb2+
s
?
?
I1

Slide 14 - Slide

Je wilt dus Pb2+ met I-           ionen mengen.
De Pb2+ moet dus opgelost zijn, net als de I-.
Welke ionen blijven ook 
alweer altijd opgelost ??

Slide 15 - Slide

Wat zijn de namen van de (4) ionen die (vrijwel) altijd opgelost blijven?

Slide 16 - Open question

De Pb2+ moet dus opgelost zijn, net als de  
Loodnitraat en natriumjodide zijn goede keuzes.
I1

Slide 17 - Slide

De Pb2+ moet dus opgelost zijn, net als de CO32-. Loodnitraat en natriumjodide zijn goede keuzes.

Slide 18 - Slide

Hoe zou je het loodjodide nu uit de vloeistof kunnen halen?
A
indampen
B
extraheren
C
filtreren
D
adsorberen

Slide 19 - Quiz

tribune-ionen
Ionen die er wel zijn maar die niet meedoen met de reactie.

Slide 20 - Slide

aq
aq

Slide 21 - Slide

Een slecht oplosbaar zout maken.
Beschrijf hoe je bariumcarbonaat kunt maken uit oplossingen van andere zouten.
A
Bariumchloride en calciumcarbonaat
B
bariumnitraat en natriumcarbonaat
C
Zilverchloride en natriumcarbonaat
D
Natriumchloride en kaliumcarbonaat

Slide 22 - Quiz

werkplan
1. zout-oplossingen gebruiken: Ba2+, NO3-, Na+, CO32-
2. T45A

3. neerslagreactie:  Ba2+ + CO32- --> BaCO3
4. na filtreren: residu = BaCO3 en filtraat = Na+, NO3- (tribune-ionen)



Slide 23 - Slide

Hoe kun je calciumcarbonaat maken uit oplossingen van andere zouten?
A
calciumnitraat en natriumcarbonaat
B
calciumnitraat en magnesiumcarbonaat
C
natriumchloride en magnesiumcarbonaat
D
natriumchloride en natriumcarbonaat

Slide 24 - Quiz

werkplan
1. zout-oplossingen gebruiken: Ca2+, NO3-, Na+, CO32-
2. T45A


3. neerslagreactie:  Ca2+ + CO32- --> CaCO3
4. na filtreren: residu = CaCO3 en filtraat = Na+, NO3-



Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide


Leg uit hoe je vervuilende lood-ionen kan verwijderen uit een oplossing van natriumnitraat.
Geef alle stoffen die je gebruikt, handelingen en de kloppende reactievergelijkingen.

Slide 27 - Slide

Voeg een natriumjodide-oplossing toe en filtreer de ontstane suspensie                                  
                                                        NaI (s) aq--> Na+ (aq) + I- (aq)
                                                        Pb2+ (aq) + 2 I- (aq) --> PbI2 (s)
                                                        filtreren verwijdert residu: PbI2 (s) 
         Filtraat = tribune-ionen = Na+ (aq) + NO3- (aq)

T45A
NO3-
I-
Na+
g
g
Pb2+T
g
s

Slide 28 - Slide

Leg uit hoe je nu vast natriumnitraat zou kunnen maken

Slide 29 - Open question

Slide 30 - Slide

Kwalitatieve analyse 

Slide 31 - Slide

Kwalitatieve analyse 

Slide 32 - Slide

Kwalitatieve analyse 



Bevat reageerbuis 1 calciumcarbonaat of calciumnitraat ? 
                             Maak een plan met alle stoffen die je gebruikt,
                             reactievergelijkingen en waarnemingen die je
                              verwacht
timer
4:00

Slide 33 - Slide

Kwalitatieve analyse: Bevat reageerbuis 1
 calciumcarbonaat of calciumnitraat 


stap 1: doe spatelpunt van de stof in een reageerbuis
stap 2: voeg water toe
                                                              stap 3/4: 
                                                              CaCO3 (s)   aq-->  lost niet op = troebel
                                     Ca(NO3)2 (s) aq--> Ca2+(aq) + 2 NO3-(aq) = helder
Waarneming? ==> dus conclusie = .........................................................
T45A
NO3-
CO32-
Ca2+
g
s

Slide 34 - Slide

Kwalitatieve analyse: Bevat reageerbuis 2
natriumchloride of zilverchloride


stap 1: doe spatelpunt van de stof in een reageerbuis
stap 2: voeg water toe
                                            stap 3/4: 
                                            AgCl (s)   aq-->  lost niet op = troebel
                                            NaCl (s) aq--> Na+(aq) + Cl-(aq) = helder
Waarneming? ==> dus conclusie = .........................................................
T45A
Cl-
Na+
g
Ag+
s

Slide 35 - Slide

Kwalitatieve analyse 

Slide 36 - Slide

Kwalitatieve analyse 

Slide 37 - Slide

Kwalitatieve analyse 

Slide 38 - Slide

Exp3: calciumcarbonaat, natriumchloride of lood(II)chloride 
                                     stap 1: doe spatelpunt van zouten in reageerbuizen
                                      stap 2: voeg water toe
                                      stap 3/4
CaCO3 (s) aq--> lost niet op = troebel
NaCl (s) aq--> Na+(aq) + Cl-(aq) = helder
PbCl2(s) aq-->Pb2+(aq) + 2 Cl-(aq) helder
stap 5: voeg oplossing met ion toe dat 1 neerslag geeft 
Na+(aq) + I-(aq) --> geen reactie = helder
Pb2+(aq) + 2 I-(aq) --> PbI2 (s) = troebel 
                    
                                       
T45A
Cl-
CO32-
Ca2+
s
Na+
g
Pb2+
g

Slide 39 - Slide

4.4 Rekenen met oplossingen:
[deeltjes] = concentratie van deeltjes
 = hoeveel mol bevindt zich in 1L = mol/L = M
Leerdoel 4.4.1: je kunt berekeningen uitvoeren aan zoutoplossingen waarbij je gebruik maakt
                                van molverhouding en de verdunning hiervan

Slide 40 - Slide

Rekenen met oplossingen:
[deeltjes] = concentratie van deeltjes
 = hoeveel mol bevindt zich in 1L = mol/L = M

Slide 41 - Slide

Rekenen met oplossingen:
[deeltjes] = concentratie van deeltjes
 = hoeveel mol bevindt zich in 1L = mol/L = M
Bij scheikunde rekenen we aan reacties vrijwel altijd in mol. We kunnen ook rekenen met hoeveel mol in 1L aanwezig zal zijn.

stap 1: bereken m.b.v. de molverhouding hoeveel mol van de deeltjes aanwezig is
stap 2: bereken het totale volume waarin dit aanwezig is
stap 3: deel het aantal mol door het (totale) volume (in L) = mol/L = M

Bv: 20 g Na3PO4 opgelost in 2,0 L water. Bereken [Na+] en [PO4]3-

                    
                                       

Slide 42 - Slide

Rekenen met oplossingen:
[deeltjes] = concentratie van deeltjes
 = hoeveel mol bevindt zich in 1L = mol/L = M
stap 1/2: bereken hoeveel mol van de deeltjes aanwezig is en het totale volume
stap 3: deel het aantal mol door het (totale) volume (in L) = mol/L = M

Bv: 20 g Na3PO4 opgelost in 2,0 L water. Bereken [Na+] en [PO4]3-
20 g = 20g/163,94 g/mol = 0,122 mol Na3PO4
                    Na3PO4      aq--> 3 Na+ + PO43-
                             1               :         3            :     1          
                         0,122mol  :  0,366 mol  : 0,122 mol            volume = 2,0 L 
==> 0,122mol/ 2,0 L = 0,061 mol/L = 0,061M PO43-    en 0,366 mol/2,0 L = 0,183 M Na+

Slide 43 - Slide

Rekenen met oplossingen:
[deeltjes] = concentratie van deeltjes
 = hoeveel mol bevindt zich in 1L = mol/L = M
1-4 = berekeningen direct met zoutoplossingen
5    = berekening met zoutoplossingen EN neerslag
1) Bereken de [NO3-] als 5,0 g mangaan(II)nitraat opgelost wordt in 350 mL water.
2) Bereken de [Mn2+] als 5,0 g mangaan(II)nitraattetrahydraat opgelost wordt in 235 mL water.
3) Bereken hoeveel gram koper(II)sulfaatpentahydraat in 0,50 L opgelost is als  [sulfaat] = 0,50 M
4) Bereken hoeveel gram koper(II)sulfaatpentahydraat opgelost is in
    2,5 L 0,50 M koper(II)sulfaatpentahydraat-oplossing 
5) Bereken hoeveel gram neerslag gevormd wordt als 2,5 L 0,50 M koper(II)sulfaatpentahydraat
    gemengd wordt met 1,25 L 0,50 M bariumnitraat-oplossing

Slide 44 - Slide

Bereken hoeveel gram koper(II)sulfaatpentahydraat opgelost is in
2,5 L 0,50 M koper(II)sulfaatpentahydraat-oplossing

Slide 45 - Open question

1) Bereken de [nitraat] als 5,0 g mangaan(IV)nitraat opgelost wordt in 350 mL water.
A
5,0 g/302,398 g/mol = 0,0165 mol ==> 0,0165 mol/0,350 L = 0,0472 mol/L
B
5,0 g/302,398 g/mol = 0,0165 mol ==> 0,0165 mol/0,350 L = 0,0472 mol/L mangaan(IV)nitraat : nitraat = 1 : 1 ==> 0,0472 M nitraat
C
5,0 g/302,398 g/mol = 0,0165 mol ==> 0,0165 mol/0,350 L = 0,0472 mol/L mangaan(IV)nitraat : nitraat = 1 : 4 ==> 0,189 M nitraat
D
5,0 g/302,398 g/mol = 0,0165 mol ==> 0,0165 mol/350 mL = 0,0000472 mol/L mangaan(IV)nitraat : nitraat = 1 : 4 ==> 0,000189 M nitraat

Slide 46 - Quiz

2) Bereken de [Mn2+] als 5,0 g mangaan(II)nitraattetrahydraat opgelost wordt in 235 mL water.

Slide 47 - Open question

3) Bereken hoeveel gram koper(II)sulfaatpentahydraat in 0,50 L opgelost is als [sulfaat] = 0,50 M
A
CuSO4 : SO4^2- = 1 : 1 ==>0,50 M SO4^2- = ==> 0,50 mol/L CuSO4*5H2O 0,25 * 249,68 = 62,42 g CuSO4*5H2O = 6,2*10^1 g CuSO4*5H2O
B
CuSO4 : SO4^2- = 1 : 1 ==>0,50 M SO4^2- = ==> 0,50 mol/L CuSO4*5H2O 0,50 * 249,68 = 124,84 g CuSO4*5H2O = 1,2*10^2 g CuSO4*5H2O
C
CuSO4 : SO4^2- = 1 : 1 ==>0,50 M SO4^2- = ==> 0,50 mol/L CuSO4*5H2O 0,25 * 159,61 = 4,0*10^1 g CuSO4*5H2O
D
CuSO4 : SO4^2- = 1 : 1 ==>0,50 M SO4^2- = ==> 0,50 mol/L CuSO4*5H2O 0,50 * 159,61 = 8,0*10^1 g CuSO4*5H2O

Slide 48 - Quiz

5) Bereken hoeveel gram neerslag gevormd wordt als 2,5 L 0,50 M koper(II)sulfaatpentahydraat
gemengd wordt met 1,25 L 0,50 M bariumnitraat-oplossing

Slide 49 - Open question

uitwerking
CuSO4*5H2O aq--> Cu2+ + SO42- + 5 H2O
2,5 L 0,50 M = 1,25 mol CuSO4*5H2O = 1,25 mol Cu2+ = 1,25 mol SO42- 
Ba(NO3)2 aq--> Ba2+ + 2 NO3-
1,25 L 0,50 M = 0,625 mol bariumnitraat = 0,625 mol Ba2+ = 1,25 mol NO3-
MENGEN: Ba2+ + SO42- --> BaSO4
B           0,625 mol 1,25 mol       0 mol
O          -0,625        -0,625          +0,625
E           0                0,625 mol   0,625 mol ==> 0,625 * 233,38 g/mol = 145,86 g = 1,5*102 g

Slide 50 - Slide

rekenen aan [overgebleven ionen]
Na afloop is er: 1,25 mol NO3- en 0,625 mol SO42- over
Bereken de molariteit van de overgebleven ionen !

Slide 51 - Slide

Rekenen aan oplossingen
Na afloop is er: 1,25 mol nitraat en 0,625 mol sulfaat over
Bereken de molariteit van de overgebleven ionen !

Slide 52 - Open question

uitwerking molariteit
formule: [ion] = mol /L = M
het totale volume na afloop is: 2,5 L + 1,25 L = 3,75 L

nitraat: 1,25 mol / 3,75 L = 0,333 mol/L ==> [nitraat] = 3,3*10-1 M (2 sign)
sulfaat: 0,625 mol / 3,75 L = 0,167 mol/L ==> [nitraat] = 1,7*10-1 M

Slide 53 - Slide

Leerdoelen
  • uitleggen mbv Binas T45A welke twee zoutoplossingen je kunt kiezen om een slecht oplosbaar zout te bereiden
  • beschrijven hoe je een slecht oplosbaar zout uit een mengsel kunt halen
  • Leerdoel 4.4.1: je kunt berekeningen uitvoeren aan zoutoplossingen waarbij je gebruik maakt van  de molverhouding en de verdunning hiervan

Slide 54 - Slide