vergelijking, metafoor, metoniem, hyperbool, understatement, litotes en eufemisme

Beeldspraak
1 / 14
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Beeldspraak

Slide 1 - Slide


Dat meisje
is zo onschuldig als    een lammetje

werkelijkheid                                               beeld

Slide 2 - Slide

Metafoor  
Bij een metafoor wordt het beeld alleen genoemd, de werkelijkheid wordt niet genoemd.                                    

Het is hier een zwijnenstal, ruim op!
                             beeld

De werkelijkheid is bijvoorbeeld een slaapkamer.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Hoge bomen vangen veel wind

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

Planning komende weken:
Woordenschat H3 maken: opdracht 3 en 5 uitleg in de online-les
. Je hoort van mij of je beide opdrachten moet maken.

Formuleren H3 maken: opdracht 2 uitleg  via LessonUp. 

Inleveren uiterlijk maandag via magister opdrachten.


Slide 7 - Slide

Beeldspraak is altijd figuurlijk.
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 8 - Quiz

'De wind huilt door de bomen.' Welke vorm van beeldspraak is dit?
A
metafoor
B
personificatie
C
vergelijking
D
-

Slide 9 - Quiz

Welke vorm van beeldspraak herken je? De samenleving is ziek.
A
metafoor
B
metonymia
C
vergelijking
D
personificatie

Slide 10 - Quiz

'Zij zingt als een nachtegaal.' Welke vorm van beeldspraak is dit?
A
vergelijking
B
metonymie
C
metafoor
D
personificatie

Slide 11 - Quiz

'Geef mij nog eens een glas'. Welke vorm van beeldspraak is dit?
A
hyperbool
B
metafoor
C
personificatie
D
metonymia

Slide 12 - Quiz

Welke vorm van beeldspraak? Mijn ouderlijk huis is nog steeds een veilige haven voor mij.
A
personificatie
B
vergelijking
C
metafoor
D
-

Slide 13 - Quiz

Slide 14 - Video