3tna 1.5 tekstverbanden en signaalwoorden deel 2

  • Log in op LessonUp.
  • Maak de startopdracht.
  • Klaar? Begin alvast aan het huiswerk.
3TNA
§5 Tekstverbanden en signaalwoorden
Startopdracht:
timer
5:00
Schrijf met drie tekstverbanden een kloppende zin. Je mag zelf kiezen welke tekstverbanden en signaalwoorden je kiest. Basis: blz. 32. Kader: blz. 33.
1 / 18
next
Slide 1: Slide
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

  • Log in op LessonUp.
  • Maak de startopdracht.
  • Klaar? Begin alvast aan het huiswerk.
3TNA
§5 Tekstverbanden en signaalwoorden
Startopdracht:
timer
5:00
Schrijf met drie tekstverbanden een kloppende zin. Je mag zelf kiezen welke tekstverbanden en signaalwoorden je kiest. Basis: blz. 32. Kader: blz. 33.

Slide 1 - Slide

  • Je kunt verbanden in een tekst herkennen aan de hand van signaalwoorden. Opsomming, tijdsvolgorde, voorbeeld. tegenstelling, oorzaak-gevolg, conclusie, doel-middel, voorwaarde.
Lesdoelen

Slide 2 - Slide

In deze les:
  • Huiswerk bespreken.
  • Startopdracht bespreken.
  • Herhalingsuitleg paragraaf 5:
    tekstverbanden en signaalwoorden.
  • Zelfstandig werken.
  • Afronden en checken.

Slide 3 - Slide

Vul hier één zin van jouw startopdracht in.
Zet er ook bij welk tekstverband je hebt toegepast.

Slide 4 - Open question

Tekstverband & signaalwoorden 

tekstverband
signaalwoorden
opsomming
ten eerste, ten tweede, ten slotte, ook, verder, en

tijdsvolgorde (chronologie)
vroeger, later, nu, eerst, vervolgens, terwijl, intussen, daarna, nadat

voorbeeld of uitleg
bijvoorbeeld, zoals, als, denk aan

Slide 5 - Slide

Tekstverband & signaalwoorden 

tekstverband
signaalwoorden
tegenstelling
maar, hoewel, echter, toch, daarentegen, aan de ene kant … aan de andere kant
oorzaak-gevolg
doordat, daardoor, als gevolg van, dat komt door, het gevolg is
conclusie
dus, daarom, dat houdt in, kortom, concluderend, al met al

Slide 6 - Slide

Mijn zusje vindt een pretpark niet leuk, omdat ze nergens in durft.
Wat voor een soort signaalwoord is OMDAT?
A
Conclusie
B
Reden
C
Tegenstelling
D
Opsomming

Slide 7 - Quiz

Ik eet geen vlees, toch lijkt het mij wel heel lekker.
Wat voor een soort signaalwoord is TOCH?
A
Tegenstelling
B
Conclusie
C
Volgorde
D
Tijd

Slide 8 - Quiz

Welk verband herken je in de laatste zin van alinea 3?
A
opsomming
B
tegenstelling
C
chronologisch
D
toelichtend

Slide 9 - Quiz

In de zomervakantie had ik een bijzonder aardig baantje, maar daar heb ik nu geen tijd meer voor.
Wat is het signaalwoord?

Slide 10 - Open question

Tekstverband & signaalwoorden 

tekstverband
signaalwoorden
doel-middel
zodat, om te, door middel van, met behulp van

voorwaarde
als (… dan), indien, tenzij, wanneer, mits

Slide 11 - Slide

Doel-middel
Bij het tekstverband doel-middel gaat het om het bereiken van een bepaald doel. Hiervoor is een middel nodig.
Bijvoorbeeld: Ik ga vanavond vroeg naar bed, zodat ik morgen fit ben voor de wedstrijd.
Doel: fit zijn voor de wedstrijd
Middel: vroeg naar bed gaan
 


Slide 12 - Slide

Voorwaarde
Het tekstverband voorwaarde geeft aan wat nodig is voordat iets anders kan gebeuren. 

Bijvoorbeeld: Ik blijf in conditie, als ik voldoende sport.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Wat?
Cursus 1.5 Tekstverbanden en signaalwoorden (vanaf blz. 32).
Basis: Maak opdracht 3, 5 en 6.
Kader: Maak opdracht 4, 5, 6 en 7.
In je boek en je schrift.
Hoe?
Keuze: zelfstandig of tweetallen.
Hulp
Oogje + groene stukje theorie.
Tijd
Timer.
Klaar?
Maak met ieder tekstverband en signaalwoord een zin.
timer
20:00
Aan het werk

Slide 15 - Slide

  • Je kunt verbanden in een tekst herkennen aan de hand van signaalwoorden. Opsomming, tijdsvolgorde, voorbeeld. tegenstelling, oorzaak-gevolg, conclusie, doel-middel, voorwaarde.
Lesdoelen

Slide 16 - Slide

Ik kijk een tutorial
Ik ga collecteren
Ik leer voor mijn toets
omdat ik wil leren vlechten
met als doel zo veel mogelijk geld op te halen
door middel van het kijken op wiskunde academie

Slide 17 - Drag question

Zet de zinnen met signaalwoorden bij de juiste verbanden
Opsommend verband
Tegenstellend verband
Voorbeeldgevend verband
Voorwaardelijk verband
Verband van doel-middel
Voor het feest kopen we behalve chips, ook nog chocolade, en nootjes ook nog eiersalade en toastjes 
Door middel van praten proberen we de ruzie op te lossen.
We wilden Netflix kijken. Zo hadden we de keuze uit Lucifer, the Blacklist of Emily in Paris
Ik ga volgend jaar studeren, tenzij ik zak voor het eindexamen.



Het doel van de volgende wedstrijd is winnen. Daarom trainen we nu extra hard.
Ik moet op tijd opstaan, echter ik druk maar steeds die snooz-knop in. 
Wanneer jij aardig tegen me bent, zal ik dat ook tegen jou zijn.
Ten slotte eindigden we de vakantie met een dagje strand. 

Slide 18 - Drag question