werkwoordspelling oefeningen

verhuizen
Hij is twee jaar geleden .......
A
verhuist
B
verhuisd
1 / 20
next
Slide 1: Quiz
SpellingBasisschoolGroep 8

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

verhuizen
Hij is twee jaar geleden .......
A
verhuist
B
verhuisd

Slide 1 - Quiz

doorgeven (t.t.)
Ik ... het bericht van Ibrahim ...
A
gaf door
B
geven door
C
geef door

Slide 2 - Quiz

Pieter (verhuizen) morgen naar Alkmaar.
A
verhuisd
B
verhuist

Slide 3 - Quiz

De (inrichten) kamer was werkelijk prachtig geworden.
A
ingerichtte
B
inrichtte
C
ingerichte
D
inrichte

Slide 4 - Quiz

De (vergroten) foto was te klein uitgevallen.
A
vergrotte
B
vergrote
C
vergroote
D
vergrootte

Slide 5 - Quiz

vertellen
De chauffeur ......... over zijn ervaringen
A
vertellen
B
vertelt
C
verteld

Slide 6 - Quiz

opblazen
Mijn zus heeft de ballon ...
A
opgeblaast
B
opgeblazen
C
opgeblaasd
D
opgeblasen

Slide 7 - Quiz

eisen
De jongen ....... een cadeau.
A
eistte
B
eisdde
C
eiste
D
eisde

Slide 8 - Quiz

onderzoeken
De dokter heeft de patiënt ...
A
geonderzoekt
B
onderzocht
C
onderzochd
D
onderzochdt

Slide 9 - Quiz

uitkiezen
Gisteren ... onze juf twee kinderen ...
A
kiest uit
B
kiesde uit
C
kieste uit
D
koos uit

Slide 10 - Quiz

gebeuren
Het ........ wel vaker dat zij te laat is.
A
gebeurt
B
gebeuren
C
gebeurdt
D
gebeurd

Slide 11 - Quiz

vertrekken
Vorige week ... wij naar het buitenland
A
vertrekten
B
vertrokken
C
vertrokden
D
vertrokde

Slide 12 - Quiz

raden
Vorig jaar ........ hij het winnende getal.
A
raade
B
raadde
C
ried
D
raadte

Slide 13 - Quiz

Die man (belazeren - tt) alles en iedereen.
A
belazert
B
belazerd
C
belazerde
D
belazerte

Slide 14 - Quiz

Is er vorige week iets bij jullie (gebeuren)?
A
gebeurt
B
gebeurd

Slide 15 - Quiz

starten
De les is te laat ........
A
start
B
gestard
C
gestart
D
gestarten

Slide 16 - Quiz

vinden
De juf ........ de klas te druk
A
vind
B
vindt
C
vint

Slide 17 - Quiz

vinden
....... jouw zus dat ook?
A
vind
B
vindt
C
vint

Slide 18 - Quiz

vinden
...... jij hem aardig?
A
vind
B
vindt
C
vint

Slide 19 - Quiz

vinden
Ik ...... hem stom
A
vind
B
vindt
C
vint

Slide 20 - Quiz