Toetsbespreking V5 ges T3 2024-2025

Toetsbespreking T3
In deze presentatie staan voorbeelden van (mogelijke) goede antwoorden gegeven door klasgenoten.
1 / 18
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5,6

This lesson contains 18 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Toetsbespreking T3
In deze presentatie staan voorbeelden van (mogelijke) goede antwoorden gegeven door klasgenoten.

Slide 1 - Slide

toelichting op het nakijken
een V betekent dat er iets ontbreekt

ja en..., want...., dus.., er is geen afdoende toelichting gegeven (zie soms commentaar docent)

een punt met een golfje ervoor wil zeggen dat het een twijfel antwoord is dat op het examen fout gerekend zal worden

Alleen de punten voor de opgave moet je optellen!

Slide 2 - Slide

vraag 1          max. 2p
1. Florence + Romeins - TV5-I
2. vertrek naar Amerika - TV5-II
3. nieuwe steden + christelijke plicht - TV4
4. soldaten uit Rome + Caesar - TV2
5. kiesrechtbeweging - TV8-II
6. nieuwe elite klassensamenleving - TV8-I
4 - 3 - 1 - 2 - 6 - 5

Slide 3 - Slide

VRAAG 2        max. 2p
-Dit kan de levenswijze van de jagers-verzamerlaars bevestigen, doordat je op het linker plaatje zie je hoe mensen aan het jagen zijn dus dat bebestigd dat het gaat om jagers-verzamelaars gaat, want die leefden onderandere van de jacht.
-Dit kan ook genuanceerd worden, omdat je op je op het rechter plaatje ziet hoe er oorlog wordt gevoerd, wat niet bij de jagers-verzamelaarss hoort aangezien het nomaden waren die dus van plek naar plek reisden en dus (niet spullen mee konden nemen om oorlog te voeren).

Slide 4 - Slide

vraag 3        max 2p
In vergelijking met de Galliërs in Frankrijk gingen de Germanen laat over op het gebruik van het Latijnse alfabet, omdat de grenzen van het Romeinse Imperium eindige onder de Noordelijke rivieren zoals de Rijn. De Germanen leefde vooral boven deze rivieren waardoor ze niet in aanraking kwamen met het Latijnse alfabet die de Romeinen gebruikte. Terwijl de Galliërs hun gebied veroverd werd door Romeinen en zij wel in aanraking kwamen met het Latijns alfabet hierdoor gingen zij dus eerder gebruik maken van het Latijns alfabet dan de Germanen.

Slide 5 - Slide

vraag 4    max 2p
De bron duidt aan dat beide partijen voordeel hadden bij een samenwerking om de volgende redenen:
-voor de Frankische koning was de samenwerking met de Katholieke kerk nodig vanwege het feit dat de koning hier roem voor op aarde kreeg en een plek in de hemel.
-Voor de Paus was deze samenwerking belangrijk omdat hij in ruil voor het woord van God bescherming kreeg van de Frankische vorst.

Slide 6 - Slide

vraag 5                max 1p
- KA:''de opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.'', omdat je linksboven in de bron kunt zien dat er steden waren die stadsrechten hadden gekregen, de steden mochten dus zelf gaan regeren en werden dus zelfstandiger.

Slide 7 - Slide

Vraag 6             max 4p
Verandering: Je ziet dat het schilderij uit 1481 veel natuurgetrouwer is dan die uit 1275. Dit komt door de renaissance, want tijdens de renaissance gingen mensen opnieuw kijken naar de Klassieke cultuur en deze kenmerken toepassen op de kunst die toen werd gemaakt.
Continuïteit: Beide bronnen gaan over het geloof, namelijk de aanbidding van de maagd Maria door de aartsengel Gabriël. Dit laat dus zien dat zowel in de middeleeuwen als in de renaissance periode het geloof een grote rol speelt.

Slide 8 - Slide

vraag 7           max 3p
1. dat Andries zijn kapitaal met handel verdiende en zijn broers ook, maar dan met andere gebieden. Kan je koppelen aan het kenmerkende aspect: Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie. Andries en zijn broers verdienden allemaal hun kapitaal met handel in een ander gebied, wat laat zien dat er wereldwijde handelscontacten waren.
2. Dat Andries burgemeester werd kan je koppelen aan het kenmerkende aspect: De bijzondere plaats in staatkundig opzich en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse republiek. Nederland was in die tijd een hele bijzondere en vooruitstrevende staat, in die tijd hadden de rest van de landen vooral vorsten en adel. In de republiek daarentegen, was bijvoorbeeld zijn vader ook een bierbrouwer.
3. Dat Andries het verzoek van Fredrik Hendrik blokkeerde kan je koppelen aan het kenmerkende aspect: Het streven van vorsten naar absolute macht. Dat Andries dit verzoek afwees was niet gek, vorsten wilden in die tijd allemaal absolute macht hebben en deden daar snel een poging toe. Als Fredrik Hendrik dan te veel macht had gehad, was het hem misschien gelukt om de volledige macht te krijgen, dat was niet de bedoeling.

Slide 9 - Slide

vraag 8           Max 3p
Het was ook een militair, omdat de Filips Alva en een militair leger naar Nederland toe stuurden, dit waren allemaal spanjaarden die je in de bron het hart van de Hollandse Maagd ziet uittrekken.
Ook was het een economisch conflict, omdat Alva zorgde dat de belastingen omhoog gingen, (wat natuurlijk nooit iemand leuk vind ook nu niet) dit is te zien aan Avaritia (hebzucht) die allemaal geld uit de schatkist steelt
Het conflict was zelf ook religieus, omdat koning Filips zeer Katholiek was terwijl vooral Noord Nederland protestands was. In de bron zie je dit doordat de provincies uit elkaar worden getrokken, wat toen ook het geval was, omdat het Zuiden katholiek was en het Noorden protestants.

Slide 10 - Slide

vraag 9           Max 3p
-Volgens lodewijks eigen beeld krijg je de (absolute)macht van god, het droit divin, maar in de Republiek waren er regenten die meestal niet eens van adel waren aan de macht. Dus daarom verwijst Lodewijk XIV vanuit zijn beeld naar de mannen die hen regeerden.
-De handel van de Republiek was gebasseerd op handelskapitalisme dus op de koop een verkoop van goederen, dit werkte enorm goed en beter dan het mercantilisme van Lodewijk XIV, dat is een economie waarin je alles doet voor de export. Dus daarom zal Lodewijk XIV vanuit zijn beeld verwijzen naar de handel
-Volgens Lodewijk XIV moest je een koninklijk huis eren en de (absolute)macht geven want die hadden zij tenslotte van God gekregen, iets wat dus in Frankrijk wel gebeurde. Maar dat deed de Republiek niet want daar waren de regenten aan de macht. Dus daarom vindt Lodewijk XIV vanuit zijn beeld dat de Republiek het huis van Oranje vernederde.

Slide 11 - Slide

vraag 10           Max 2p
de brief werd gebruik door voor- en tegenstanders van abolitionsime tijdens de verlichting omdat de voorstanders hierin wijzen naar dat als ze als slaaf werden gemaakt, het ongeldig werd gemaakt dat ze vrij en rechtmatig van vrijheid en eigendom mogen genieten. dat hoort bij het kenmerkend aspect: uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden transatlantische slavenhandel, ende opkomst van het abolitionisme. omdat de voorstander voor de uitbouw van de europese overheersing waren.
Terwijl de tegenstanders juist vinden dat er in de brief word gezegd dat als een indiaan of elk ander mens zich tot het christendom ontdekt worden dat zij geenzins van hun vrijheid of bezit van hun eigendommen mogen worden ontnomen. dat past bij het kenmerkend aspect: rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen. omdat de sociale verhoudingen van de indiaan werd toegepast op het terein van de samenleving ''godsdienst''.

Slide 12 - Slide

vraag 11           Max 4p
Ten eerste is thomas paine een voorstander van natuurrechten. Dit kan je opmaken uit de bron waarin staat: 'De mens heeft geen eigendommen in de mens.' Hieruit blijkt dat Paine vind dat ieder mens gelijk is en over zijn eigen rechten zou moeten mogen bepalen.

Ten tweede is Paine en voorstander van volkssoevereiniteit. Dit blijkt uit de bron waarin staat:'Noch zal er ooit..Om voor altijd te bevelen hoe de wereld bestuurd zal worden, of wie haar zal regeren.' Hier uit kun je opmaken dat Paine vind dat het parlement niet het recht heeft om over ene volk te heersen maar dan het volk dat dus zelf zou moeten doen, volksoevereiniteit dus.

Slide 13 - Slide

vraag 12           Max 2p
De Franse revolutie ging om gelijkheid, omdat voor de revolutie er sprake was van een standenmaatschappij met veel macht bij de vorst. De derde stand wilde gelijkheid, omdat zij als enigen belasting betaalden. Zij richtten de nationale vergadering op om zo een grondwet te krijgen voor gelijkheid, gelijkheid was dus het belangrijkste thema in de revolutie.
Robespierre hield zich hier zelf niet aan, omdat hij radicaal was. Als je een andere mening had als de radicalen werd je vermoordt. Hierdoor was er dus geen gelijkheid.

Slide 14 - Slide

vraag 13           Max 2p
2: De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving. Dit kenmerkend aspect past bij de 2e uitspraak omdat de aanleg van het Noordzeekanaal etc. en uitbreiding van de spoorwegen zorgde voor snellere en makkelijkere transport van goederen.
3: De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme. Dit kenmerkend aspect past bij de 3e uitspraak omdat Aletta Jacobs, als eerste Nederlandse vrouw die ging studeren, een groot voorbeeld was voor het feminisme in Nederland.

Slide 15 - Slide

vraag 14           Max 3p
Het rijksmuseum past bij de politieke stroming Nationalisme want het is een museumsgebouw waar nederland trots op is want er wordend dingen tentoongesteld wat de cultuur van nederland laat zien en goede periodes van Nederland het is een museum waar nederland echt trots op is en dat is echt nationalistisch (trots op eigen land, eenwording van een land, cultuur, taal, vlag) Er was kritiek op het katholieke uiterlijk want Nederland was niet meer katholiek en juist meer protestants en wou dus niet hun Nationalistische trotse museumsgebouw te katholiek hebben want dat paste niet meer bij Nederland.

Slide 16 - Slide

vraag 15           Max 4p
Kern van een juist antwoord:
– Owen probeert hier het kapitalisme met het socialisme te verenigen door wel goede omstandigheden voor de arbeiders te verzorgen (zoals een opleiding), wat bij het socialisme past, en door die goede omstandigheden gaan de arbeiders meer produceren waardoor de winst groter wordt, wat past bij het kapitalisme. 2p
– Passend tekstelement socialisme: ‘Daarna bezagen wij de andere schoolvertrekken, waar wij een les biologie aan meisjes van 12 jaar mochten zien’. 1p
– Passend tekstelement kapitalisme: ‘Haar inkomsten komen uit de talrijke katoenfabrieken in de stad Lanark’. 1p

Slide 17 - Slide

vraag 16          Max 3p
- Bron 9 past bij de opkomst van stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden, omdat er in de bron staat dat er toekenning was van stadsrechten en dit past bij de toenemende zelfstandigheid.
- Bron 10 past bij de bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlands Republiek, omdat er in de bron wordt genoemd over de Gouden Eeuw, wat past bij de economische bloei waardoor rijkdom ontstond.
- Bron 11 past bij de democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap, omdat er in de bron staat dat Napoleon aan de macht was gekomen aan het einde van de revolutie en zijn broer Nederland ging moderniseren naar revolutionaire inzichten.

Slide 18 - Slide