Bloemen en planten in ontvangst nemen en uitpakken.
Bloemen en planten verzorgen voordat je ze in de winkel zet.
Producten uit de groene sector verkoopklaar maken.
Slide 46 - Slide
Les 6 (1.6): In de winkel.
Aan het einde van deze les kun je
Producten op een slimme manier in de winkel plaatsen.
In de gaten houden of de producten er goed uitzien in de winkel.
Producten in de winkel verzorgen.
Slide 47 - Slide
Welke uitspraak klopt bij dit plaatje?
A
De artikelen zijn massaal gepresenteerd.
B
De artikelen zijn mooi gepresenteerd.
Slide 48 - Quiz
Welke uitspraak klopt bij dit plaatje?
A
De artikelen zijn massaal gepresenteerd.
B
De artikelen zijn mooi gepresenteerd.
Slide 49 - Quiz
De Winkelroute
Winkeliers richten hun winkel vaak in met een bepaalde route van binnenkomst naar de kassa. Deze route richten ze bewust in om de winkel voor klanten zo prettig mogelijk te maken. Dit verhoogt de verkoop.
Slide 50 - Slide
Wat wordt bedoeld met de Winkelroute?
A
De route die de medewerkers volgen om de vakken te vullen.
B
De route van de leverancier naar de winkel.
C
De route die klanten volgen voordat ze bij de kassa komen.
Slide 51 - Quiz
Wat is de bedoeling van de winkelroute?
A
Klanten zijn zo snel mogelijk bij de kassa.
B
Hoe langer de route, hoe meer producten klanten zien en kopen.
C
Klanten kunnen de producten makkelijk vinden en bekijken.
D
Zowel B en C zijn waar.
Slide 52 - Quiz
Schappenplan
Je kunt producten op verschillende manieren presenteren, bijv in stellingkasten of op tafels. Sommige winkels maken een tekening waar de producten moeten staan. Dit wordt een schappenplan genoemd.
Slide 53 - Slide
De bedoeling van een schappenplan is dat de klant de producten goed kan vinden. Welke uitspraak past bij een goed schappenplan?
A
Producten van dezelfde productgroep staan bij elkaar.
B
Goedkope producten staan op ooghoogte, de duurdere producten staan hoger.
Slide 54 - Quiz
Spiegelen
De producten worden vóór in het schap geplaatst.
Het schap lijkt hierdoor goed gevuld.
De klant heeft overzicht op de producten.
Tijdens het spiegelen ziet de medelwerker wanneer een product bijna op is.
De schappen zien er netjes uit.
Slide 55 - Slide
Wat betekend FIFO
A
First In, First Out
B
Fit en Food
C
Fris en Fruitig
Slide 56 - Quiz
Wat wordt bedoeld met First In, First Out?
A
De werknemer die als eerste binnen komt mag als eerste weg.
B
De producten die het oudst zijn worden vooraan in het schap geplaatst zodat ze als eerste verkocht worden.
C
De werknemer die als laatste is komen werken wordt als eerste ontslagen.
D
Je voorziet alle producten van een houdbaarheidsdatum.
Slide 57 - Quiz
Een winkelier maakt de winkel aantrekkelijk voor klanten door de winkel bewust in te richten. Dit doet de winkelier door...
A
FIFO en spiegelen.
B
Een snelle winkelroute.
C
Een mooie productpresentatie.
D
Een vaste winkelroute, een schappenplan en het spiegelen van de producten.
Slide 58 - Quiz
Les 7 (1.7): Op de bloemenveiling.
Aan het einde van deze les kun je
Uitleggen hoe de bloemenveiling werkt.
Slide 59 - Slide
Les 8: Tussentijdse toets
Leer hiervoor:
1.5 Uitpakken en presenteren
1.6 In de winkel
1.7 Op de bloemenveiling
Slide 60 - Slide
Les 9 (2.4): Artikelen presenteren in winkels.
Aan het einde van deze les kun je
Vertellen wat de presentatieregels zijn voor artikelen op displays of in schappen.
Een ontwerp maken voor een presentatie waarbij je rekening houdt met de doelgroep en de huisstijl.
Verschillende presentatievormen benoemen.
Groene producten presenteren op een tafel of in een etalage, waarbij je gebruik maakt vorm, kleur en textuur.
Slide 61 - Slide
Ik koop regelmatig iets anders in de winkel dan het product waar ik voor kwam.
Nooit
Soms
Vaak
Slide 62 - Poll
Er zijn twee soorten artikelpresentaties:
Permanente presentaties. De producten staan altijd op dezelfde plaats in de winkel, vaak in schappen.
Tijdelijke presentaties. Hier worden steeds andere artikelen gepresenteerd. Bijvoorbeeld in een etalage.
Slide 63 - Slide
Hier zie je een voorbeeld van
A
Permanente artikelpresentatie.
B
Tijdelijke artikelpresentatie.
Slide 64 - Quiz
Hier zie je een voorbeeld van
A
Permanente artikelpresentatie.
B
Tijdelijke artikelpresentatie.
Slide 65 - Quiz
Dit is een voorbeeld van een display. Waar wordt een display voor gebruikt?
A
Als oplossing voor te weinig ruimte in de winkel.
B
Klanten kunnen dan nog sneller producten pakken.
C
Om een product te laten opvallen en kooplust op te wekken.
Slide 66 - Quiz
Presentatieregels zijn:
Dezelfde producten bij elkaar.
Verschillende producten van hetzelfde merk bij elkaar.
Plaats producten die het beste verkopen op ooghoogte.
Prijs - en promotiemateriaal is goed zichtbaar.
Slide 67 - Slide
Producten van hetzelfde soort bij elkaar.
Verschillende producten van één merk.
Best verkochte producten op ooghoogte.
Prijs en promotie is goed zichtbaar.
Slide 68 - Drag question
Presentatieregels voor een etalage of tijdelijke productpresentatie zijn:
Gebruik een blikvanger, een opvallend product.
Breng verschillen in hoogte en diepte aan.
Kies producten die goed bij elkaar passen (kleur, materiaal enz)
Pas herhaling van producten toe.
Werk met oneven aantallen.
De presentatie is van alle kanten aantrekkelijk.
Zorg voor duidelijke informatie en prijzen.
Slide 69 - Slide
Presentatievormen
Piramide - er zit een driehoekige vorm in de presentatie.
Symmetrie - de presentatie is in spiegelbeeld
Asymetrie - De ene helft is verschillend van de andere helft.
Ritme - herhaling van vormen
Slide 70 - Slide
hetklokhuis.nl
Slide 71 - Link
Les 10 (2.5): Decoraties maken van groene producten
Aan het einde van deze les kun je
Steektechnieken toepassen om een groene decoratie te maken in steekschuim.
De korenschoof-bindtechniek gebruiken om een boeket samen te stellen.
Bloemwerk zoals een boeket ontwerpen en maken, waarbij je rekening houdt met de wensen van de klant.
In je ontwerp rekening houden met compositie, kleur, vorm en textuur.
Een lijst maken van benodigdheden voor een boeket of voor een decoratief bloemwerk.
Slide 72 - Slide
Les 11(2.7): Thema's en trends
Aan het einde van deze les kun je
Vertellen wat een trend is en hoe trends ontstaan.
Werken met een thema als je een productpresentatie maakt.
Uitleggen hoe je het beste gebruik kunt maken van kleur in productenpresentaties.