What is LessonUp
Search
Channels
Log in
Register
‹
Return to search
Les 6: Herhaling schoonmaak (regels)/ schoonmaakplanning
Herhaling schoonmaak
1 / 27
next
Slide 1:
Slide
Zorg en Welzijn
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 3
This lesson contains
27 slides
, with
interactive quizzes
and
text slides
.
Lesson duration is:
60 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Herhaling schoonmaak
Slide 1 - Slide
Lesdoel:
De leerling:
- Kan uitleggen wat schoonmaakfrequentie inhoudt
-Kan uitleggen welke verschillende schoonmaakmiddelen er zijn en waar ze voor gebruikt worden
-kan de schoonmaakregels benoemen.
-kan uitleggen waarom we schoonmaken
Slide 2 - Slide
Schoonmaakfrequentie zegt wat over hoe vaak iets moet worden schoongemaakt
A
waar
B
niet waar
Slide 3 - Quiz
schoonmaakfrequentie is
A
hoe vaak je het gebruikt
B
hoe vaak je het schoonmaakt
C
waarmee je het schoon moet maken
D
waarom je het schoon moet maken
Slide 4 - Quiz
De schoonmaakfrequentie van de ramen is wekelijks
A
waar
B
niet waar
Slide 5 - Quiz
De garage moet huishoudelijk schoon zijn
A
waar
B
niet waar
Slide 6 - Quiz
Als je spinnenwebben weghaalt en de ramen lapt, op welk reinheidsniveau werk je dan?
A
Ruwschoon.
B
Smetschoon.
C
Huishoudelijk schoon.
Slide 7 - Quiz
Hoe maak je hier schoon?
A
Ruw schoon
B
Huishoudelijk schoon
C
Smet schoon
Slide 8 - Quiz
Hoe maak je hier schoon?
A
Ruw schoon
B
Huishoudelijk schoon
C
Smet schoon
Slide 9 - Quiz
Smetschoon
A
Iemand met smetvrees maakt op deze manier schoon.
B
Het betekent dat het smetteloos schoon is.
C
Het betekent dat het vrij is van bacteriën en ander onzichtbaar vuil.
D
Het betekent dat het overdreven schoon is.
Slide 10 - Quiz
Davy heeft zijn kamer opgeruimd, afgestoft, gestofzuigd en de vloer gedweild. Hoe schoon is zijn kamer nu?
A
Huishoudelijk schoon.
B
Ruw schoon
C
Smetschoon
D
Slide 11 - Quiz
Voor bepaalde ruimtes gelden strengere hygiëne-eisen. Deze ruimtes moeten vrij zijn van micro-organismen. Hoe noem je deze vorm van hygiëne?
A
Huishoudelijk schoon
B
Smetschoon
C
Bedrijfshygiëne
Slide 12 - Quiz
Hoe maak je hier schoon?
A
Ruw schoon
B
Huishoudelijk schoon
C
Smet schoon
Slide 13 - Quiz
Margriet moet een ruimte schoonmaken. In welke volgorde voert ze onderstaande stappen uit?
Zet de stappen in de juiste volgorde.
1. Vensterbanken stoffen
2. Vloer moppen
3. Stofzuigen
4. Ramen lappen
5. Spinnenrag van plafond verwijderen
A
3,1,5,4,2
B
4,5,1,3,2
C
1,3,4,5,2
D
5,4,1,3,2
Slide 14 - Quiz
Een juiste schoonmaakregel is
A
Van boven naar beneden
B
Van beneden naar boven
Slide 15 - Quiz
Er zijn verschillende schoonmaakniveaus.
Welke hoort niet in het rijtje thuis?
A
Smetschoon
B
Huishoudelijk schoon
C
Brandschoon
D
Ruwschoon
Slide 16 - Quiz
Een juiste schoonmaakregel is
A
Eerst nat dan droog
B
Eerst droog dan nat
Slide 17 - Quiz
Welk reinigingsniveau past dennis toe als hij de badkamer sopt en poetst met een desinfecterend middel?
A
Huishoudelijk schoon
B
ruwschoon
C
smetschoon
Slide 18 - Quiz
Davy heeft zijn kamer opgeruimd, afgestoft, gestofzuigd en de vloer gedweild. Hoe schoon is zijn kamer nu?
A
Huishoudelijk schoon.
B
Ruw schoon
C
Smetschoon
D
Gewoon schoon
Slide 19 - Quiz
Wat is de juiste volgorde van schoonmaken?
A
Opruimen, van boven naar beneden, van schoon naar vies, van droog naar nat
B
Opruimen, van vies naar schoon, van boven naar beneden, van droog naar nat
C
Opruimen, van vies naar droog, van nat naar schoon, van boven naar beneden
Slide 20 - Quiz
Zet de stappen van schoonmaken in de juiste volgorde
A. Nat schoonmaken.
B. Schoonmaakspullen pakken.
C. Stofvrij maken
A
A-B-C
B
C-B-A
C
B-C-A
Slide 21 - Quiz
De juiste Schoonmaakregel is
A
Werk van binnen naar buiten.
B
Werk van laag naar hoog.
C
Werk van schoon naar vuil.
D
Eerst sanitaire ruimtes schoonmaken daarna kamer.
Slide 22 - Quiz
Wat betekent dit gevarensymbool?
A
giftig
B
lange termijn gezondheidsgevaar
C
oxiderend
D
bijtend
Slide 23 - Quiz
Welke gevarensymbool is dit?
A
Giftig
B
Bijtend
C
Ontvlaambaar
D
Explosief
Slide 24 - Quiz
Welke gevarensymbool is dit?
A
Giftig
B
Milieugevaarlijk
C
Oxiderend
D
Ontvlaambaar
Slide 25 - Quiz
Wat betekent dit gevarensymbool?
A
Acute gezondheidseffecten
B
Oxiderend
C
Lange termijn gezondheidsgevaarlijk
D
Bijtend
Slide 26 - Quiz
Wat betekenen de wassymbolen?
Bleken
Professioneel reinigen
Strijken
Drogen
Wassen
Slide 27 - Drag question
More lessons like this
Les 6: Herhaling schoonmaak (regels)/ schoonmaakplanning
1 day ago
- Lesson with
27 slides
Zorg en Welzijn
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 3
B1: Herhaling schoonmaakregels
October 2023
- Lesson with
22 slides
Zorg en Welzijn
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 3
B1: Herhaling schoonmaakregels
November 2022
- Lesson with
23 slides
Zorg en Welzijn
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 3
Les 7: Herhaling schoonmaak (regels)
January 2024
- Lesson with
27 slides
Zorg en Welzijn
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 3
Les 6: Herhaling schoonmaak (regels)/ schoonmaakplanning
October 2024
- Lesson with
29 slides
Zorg en Welzijn
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 3
Les 7: Herhaling schoonmaak (regels)
January 2024
- Lesson with
25 slides
Zorg en Welzijn
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 3
WERKEN AAN ZELFREDZAAMHEID IN HUIS SAMENVATTING
May 2021
- Lesson with
12 slides
Voortgezet speciaal onderwijs
Werken in een dagbesteding deel A.
May 2021
- Lesson with
28 slides
Zorg en Welzijn
Voortgezet speciaal onderwijs
Leerroute 3