Herhalingsles 2.1 en 2.2

Agenda van de les

- Herhaling 4.4 en 4.5
- oefenopdrachten 

1 / 27
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Agenda van de les

- Herhaling 4.4 en 4.5
- oefenopdrachten 

Slide 1 - Slide

Waar staan we nu?
Schrijf op:
- Wat gaat goed?
- Wat kan beter?
- Tips/tops

Slide 2 - Slide

2.1 en 2.2
Communisme, fascisme en nationaalsocialisme 

Slide 3 - Slide

Leerdoel
Aan het einde van de les kan ik de verschillen en overeenkomsten uitleggen van het fascisme, communisme en nationaalsocialisme en uitleggen welke gevolgen ze hadden in Europa 

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Totalitaire leiders
Boven : Jozef Stalin; Adolf Hitler; Francisco Franco
Beneden : Mao Zedong; Benito Mussolini; Kim Il-Sung

Slide 6 - Slide

Fascisme
1. Legt de nadruk vooral op waar men tegen is (democratie).
2. Nationalistisch
3. Leider is belangrijk!
4. Totalitair
5. Gaat meer uit van het gevoel dan van het verstand.
6. Verheerlijking van geweld

Slide 7 - Slide

 Kenmerken van het fascisme.

  • Een sterke leider (dictatuur; geen democratie).
  • Niet het individu is belangrijk, maar het volk als geheel.
  • Militarisme.
  • Nationalisme.

Slide 8 - Slide

Kenmerken nationaalsocialisme
- Een sterke leider (dictatuur; geen democratie).
- Niet het individu is belangrijk, maar het volk als geheel.
- Militarisme.
- Nationalisme.

Slide 9 - Slide

Maar wacht eens even..... dat is net zoals het fascisme!!!!!

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Kenmerken communisme
- Een sterke leider (dictatuur; geen democratie).
- Arbeiders (fabrieken)
- Revolutie 
- Karl Marx
-Planeconomie

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Video

Wat zijn twee verschillen tussen het fascisme en het communisme?

Slide 14 - Slide

Wat hoort niet bij communisme?
A
Marx
B
Privé-eigendom
C
De Russische Revolutie
D
Planeconomie

Slide 15 - Quiz

Wat hoort bij een planeconomie?
A
Kapitalisme
B
Showprocessen
C
Vijfjarenplan
D
Collectivisatie

Slide 16 - Quiz

Hoe wordt het gedwongen samenwerken van boeren genoemd?
A
Planeconomie
B
Showprocessen
C
Vijfjarenplan
D
Collectivisatie

Slide 17 - Quiz

Stalin ziet iemand als vijand en die persoon wordt direct opgepakt.
Wat hoort hier niet bij?
A
Showproces
B
Rechtsstaat
C
Terreur
D
Strafkamp

Slide 18 - Quiz

Wie was er aan de macht in Duitsland voor het einde van de Eerste Wereldoorlog?
A
De keizer
B
Een dictator
C
Een president
D
Een koning

Slide 19 - Quiz

Wat was de grootste oorzaak van de slechte situatie in Duitsland?
A
Verlies van de 1e WO
B
Vlucht van Keizer Wilhelm II
C
NSDAP werd groter en groter
D
Het vredesverdrag van Versailles

Slide 20 - Quiz

Wat waren directe gevolgen van het vredesverdrag van Versailles?
A
Werkloosheid
B
Vlucht van Keizer Wilhelm II
C
NSDAP werd groter en groter
D
Hyperinflatie

Slide 21 - Quiz

Wat was een gevolg van de werkloosheid in Duitsland?
A
Leger werd weer groter
B
Vlucht van Keizer Wilhelm II
C
NSDAP werd groter en groter
D
Hyperinflatie

Slide 22 - Quiz

Wat hoort niet bij fascisme?
A
Kapitaal is van de staat
B
Één sterke leider
C
Nationalisme
D
Geweld is een goed middel

Slide 23 - Quiz

Wat hoort niet bij nationaal-socialisme?
A
Één sterke leider
B
Leger heropbouwen
C
Nationalisme
D
Alle burgers zijn gelijk

Slide 24 - Quiz

Welk begrip
past hier het
beste bij?
A
Censuur
B
Nationalisme
C
Indoctrinatie
D
Persoonsverheerlijking

Slide 25 - Quiz

Communisme
Fascisme
nationaal- socialisme
Niet denken, maar doen
1 leider
Geweld verheerlijkt
Mussolini
Vijfjarenplan
Lenin
Hitler
Rassenleer
Lebensraum
NSDAP
strafkampen
Vrede van Versailles ongedaan maken
Totalitaire dictatuur
Stalin

Slide 26 - Drag question

Afmaken 4.6
Klaar?
Aan de slag met een samenvatting / tijdbalk.

Slide 27 - Slide