Voorbereiding:
Iedereen krijgt een bingo-kaart. Deze is bij iedereen anders.
Iedereen krijgt een stiftje.
Het spel:
De leerkracht trekt een kaartje van een fruitsoort. Ze roept af welk fruit er op haar kaartje staat.
Heb jij deze fruitsoort op jouw kaart staan? Teken er dan een kruis door.
Heb je een volle lijn met kruisjes? Dan roep je ‘Bingo!’
De leerkracht kijkt dan na of je inderdaad een rijtje vol hebt. Klopt het? Dan krijg je een prijs!
Heb je daarna een volle kaart? Dan roep je ‘Bingo!’ Ook dit kijkt de leerkracht weer na. Als het klopt, krijg jij ook een prijs!