Les 5.8.2 Spelling

Nederlands
Klas 1 KGT - 5.8.2 Spelling
1 / 17
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

This lesson contains 17 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Nederlands
Klas 1 KGT - 5.8.2 Spelling

Slide 1 - Slide

Vandaag in deze les:
Stillezen
Lesafspraken
Terugblik
Lesdoel
Huiswerk bespreken
Instructie
Aan de slag

Slide 2 - Slide

Stillezen
Pak je leesboek, stripboek, etc.

timer
10:00

Slide 3 - Slide

Lesafspraken:
  • Je hebt respect voor elkaar en je omgeving
  • Je hebt de spullen op orde en huiswerk gemaakt
  • Je hebt de aandacht bij de les en bent stil wanneer nodig
  • Bij samenwerken werk je zachtjes
  • Wil je iets vragen of zeggen, steek dan je hand op
  • Tassen op de grond, petten/mutsen/jassen/telefoon in kluisje
  • Geen eten/drinken/kauwgom

Slide 4 - Slide

Terugblik
  • Hoofdstuk 1 t/m 4 afgerond
  • Toets 4 is afgerond
  • Paragraaf 5.3 - 5.5 - 5.7

Slide 5 - Slide

Spelling:
Lesdoel: In deze paragraaf leer je;
  • hoe je een voltooid deelwoord goed spelt.
  • hoe je bijvoeglijk naamwoorden goed spelt.
  • hoe je trappen van vergelijking maakt.
  • tien dicteewoorden.

Slide 6 - Slide

Huiswerk bespreken
  • We kijken een aantal opdrachten na m.b.v. de online methode.

Slide 7 - Slide

Instructie
  • Ga in je lesboek naar blz. 167 en neem de volgende aantekeningen over.
  • Kijk nog even naar het filmpje over het VD.

Slide 8 - Slide

Aantekening

Slide 9 - Slide

Aantekening
Bijvoeglijk Naamwoord (BN) 167
Een bn hoort altijd bij een zn  en zegt hier iets over.
Meestal staat er een -e achter een bn. Er zijn andere vormen bn:
Stoffelijk: bn geeft aan van welk materiaal iets is gemaakt: -en.
Volt.dw als bn: zet er -e achter en schrijf het zo kort mogelijk. Let wel op de spelling!


Slide 10 - Slide

Aantekening

Slide 11 - Slide

Aantekening
Trappen van vergelijking 169
  • twee of meer met elkaar vergelijken
  • stellende trap, vergrotende trap of overtreffende trap.
  • hard - harder - hardst

Slide 12 - Slide

Aan de slag:
  • Maken in lesboek:
  • opdr. 11 (167) - 12 (168) 15 - 16 - 17 (170) - 19 - 20 (171)
  • Deze opdrachten zijn het huiswerk voor de volgende les.

Slide 13 - Slide


Bedankt voor jullie aandacht

Slide 14 - Slide

Huiswerk bespreken
  • 5a) e.a.
  • 5b) met mate - crème - regelmatig - uiteindelijk

Slide 15 - Slide

Aantekening
  • Ze/zij of hun?
  • Hun is wel een voornaamwoord, maar nooit het onderwerp van een zin.
  • Zij hebben hun huis verkocht.

Slide 16 - Slide

Huiswerk bespreken:
  • 1 patiënt = zieke
  • 2 voorschrift = recept
  • 3 langdurig = chronisch
  • 4 naam geven aan een ziekte = diagnose
  • 5 ontsteking = infectie
  • 6 verdoving = narcose












Slide 17 - Slide