CEO - Les 5

1 / 20
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Hoe was jullie vakantie?

Slide 2 - Open question

Waar hebben we het ook alweer over?

Slide 3 - Mind map

Welke module gebruiken we?
A
Module 3.
B
Module 6.
C
Module 5.
D
Module 11.

Slide 4 - Quiz

Hoe ronden we het vak af?

Slide 5 - Mind map

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Welke leefgebieden zijn er?

Slide 9 - Open question

Slide 10 - Slide

Welke uitspraak over begeleiden in de maatschappelijke zorg is niet juist?

A
Je ondersteunt cliënten op vijf leefgebieden.
B
De cliënt is degene die beslist, niet de persoonlijk begeleider.
C
Een cliënt kan zowel een gevraagde als een ongevraagde hulpbehoefte hebben.
D
Financiën is een leefgebied waarbij de persoonlijk begeleider een cliënt kan ondersteunen.

Slide 11 - Quiz

De gebieden
Zingeving: datgene wat de cliënt motiveert (drijfveren, betekenis, dromen en verlangens, cultuur en waarden, spiritualiteit, motivatie);
Wonen: de leefomgeving van de cliënt (huisvesting, buurt of wijk, vervoer, huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen);
Financiën: de financiële situatie van de cliënt (inkomen, uitgaven, bestedingspatronen, administratie, verzekeringen, financiële zorg voor anderen);
Sociale relaties: contact tussen de cliënt en zijn omgeving (gezin, familie, relaties en vrienden, buurtgenoten, professionele contacten, sociale vaardigheden, social media);
Lichamelijke gezondheid: fysieke gesteldheid van de cliënt (eten, drinken, sport, bewegen, zelfzorg, fysieke conditie, ziekte, beperking);
Psychische gezondheid: het welbevinden van de cliënt (welbevinden, zelfzorg, autonomie, ziekte, beperking);
werk en activiteit: daginvulling van de cliënt (werk ‒ betaald of onbetaald ‒, activiteiten, opleiding en scholing, vrijetijdsbesteding).

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

In welke situatie is er sprake van extrinsieke motivatie?
A
Je werkt graag in de tuin omdat dit je passie is.
B
Je sport wekelijks omdat je je conditie wilt verbeteren.
C
Je werkt extra hard uit angst je baan te verliezen.

Slide 16 - Quiz

Begeleiding afstemmen op zelfredzaamheid en zelfmanagement
  • Het bereiken of behouden van zelfredzaamheid, zelfmanagement en eigen regie is belangrijk voor het welbevinden van de cliënt. 

  • Een cliënt die taken zelfstandig uit kan voeren (zelfredzaamheid), heeft meer mogelijkheden om zelf richting te geven aan zijn leven (zelfmanagement) en om zelf keuzes te maken over de verleende begeleiding (eigen regie). 

  • Hoe zelfstandiger de cliënt is, hoe meer vrijheid hij heeft in zijn leven om te doen wat hij wil en wanneer hij dat wil. Daarnaast vergroot zelfstandigheid het gevoel van eigenwaarde en onafhankelijkheid.

Slide 17 - Slide

Het bereiken of behouden van zelfredzaamheid, zelfmanagement en eigen regie is belangrijk voor het welbevinden van de cliënt. Daarmee moet je rekening houden als je een cliënt begeleidt.

Combineer elke stap met de juiste omschrijving.
observeren van de cliënt in zijn doen en laten
samen met de cliënt en zijn naasten reële, haalbare doelen stellen
zelfredzaamheid en mate van zelfmanagement van de cliënt in kaart
brengen
Tekst

Slide 18 - Drag question

Verdiep je zelfstandig in de volgende ondersteunings- en begeleidingsmethodieken. 
  1. Oplossingsgericht werken
  2. Bewegingsgerichte begeleiding
  3. Triple-C
  4. Empowerment
  5. Begeleiding afgestemd op levensfase
  6. Motiverende gespreksvoering
  7. Gezamenlijke besluitvorming
  8. Gedragsverandering 


Slide 19 - Slide

Wat vonden jullie van deze les?

Slide 20 - Mind map