grammatica

Pak een boek!





Natuurlijk, hier zijn de antwoorden:

Hij ging gisteren naar school.
Ze leest vaak interessante boeken.
Je houdt van klassieke muziek.
Zij speelt graag met haar vrienden.
We gaan morgen naar het museum.
Hij moet morgen niet werken.
Zij heeft een mooie collectie schilderijen.
Ik ga op de bank televisie kijken.



User

1 / 48
next
Slide 1: Slide
NederlandsISK

This lesson contains 48 slides, with text slides and 5 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Pak een boek!





Natuurlijk, hier zijn de antwoorden:

Hij ging gisteren naar school.
Ze leest vaak interessante boeken.
Je houdt van klassieke muziek.
Zij speelt graag met haar vrienden.
We gaan morgen naar het museum.
Hij moet morgen niet werken.
Zij heeft een mooie collectie schilderijen.
Ik ga op de bank televisie kijken.



User

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Het verhaal gaat over...
Hassan en Lily

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Wat gaan we leren?
-woordvolgorde
-vraagzinnen
-zinnen in de verleden tijd

Slide 18 - Slide

Wie? Wat? Waar? Wanneer?
Peter leest een boek op school elke ochtend.
Wie? Peter
Wat doet hij? Leest een boek
Waar?  Op school
 Wanneer? elke ochtend

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

Slide 21 - Video

regelmatig
DENKEN-DELEN-UITWISSELEN

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Video

Onregelmatig
DENKEN-DELEN-UITWISSELEN

Slide 24 - Slide

Zet in de goede volgorde
een mooie zin jij bedenkt

Slide 25 - Slide

Correcte zin
Jij bedenkt een mooie zin.

-Maak een vraagzin????
-Zet de zin in de verleden tijd.
-Zet de zin in de voltooide tijd.

Slide 26 - Slide

Correcte zinnen
Jij bedenkt een mooie zin.
Bedenk jij een mooie zin?
Jij bedacht een mooie zin.
Jij hebt een mooie zin bedacht.

Slide 27 - Slide

Zet in de goede volgorde
een plan voor de reis hij bedenkt

Slide 28 - Slide

Goede zin
Hij bedenkt een plan voor de reis.

Maak de zin vragend.
Zet de zin in de verleden tijd.
Zet de zin in de voltooide vorm.

Slide 29 - Slide

Correcte zinnen
Hij bedenkt een plan voor de reis.
Bedenkt hij een plan voor de reis?
Hij bedacht een plan voor de reis.
Hij heeft een plan voor de reis bedacht.

Slide 30 - Slide

Wat gaan we doen?
groep  1 Video + Extra Oefening (vt en ovt)

groep 2 Eenvoudige grammatica (boek)

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Video

Slide 33 - Video

Aan de slag (help elkaar)
Maak les 10,11,12 oefening 27 t/m 36
Maak les 23,24 oefening 72,73,74,75
Maak les 25,26,27,28
Maak les 29 t/m 36

Slide 34 - Slide

Eenvoudige grammatica
Les 25 (te...) Uitleg!
Les 26 (scheidbare woorden) Uitleg!
Les 27 (voltooid deelwoord)
Les 28 (voltooid deelwoord d of t)
les 29,30,31,32,33,34,35,36

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Link

Slide 37 - Link

Slide 38 - Link

Slide 39 - Link

Slide 40 - Link

Slide 41 - Link

Slide 42 - Link

Slide 43 - Slide

Slide 44 - Link

Slide 45 - Link

Slide 46 - Link

Huiswerk
-Disk; grammatica online werkwoorden
grammatica; werkwoorden 2.1 t/m 2.20/25

Slide 47 - Slide

Slide 48 - Link