grammatica

Pak een boek!





Natuurlijk, hier zijn de antwoorden:

Hij ging gisteren naar school.
Ze leest vaak interessante boeken.
Je houdt van klassieke muziek.
Zij speelt graag met haar vrienden.
We gaan morgen naar het museum.
Hij moet morgen niet werken.
Zij heeft een mooie collectie schilderijen.
Ik ga op de bank televisie kijken.



User

1 / 54
next
Slide 1: Slide
NederlandsISK

This lesson contains 54 slides, with text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Pak een boek!





Natuurlijk, hier zijn de antwoorden:

Hij ging gisteren naar school.
Ze leest vaak interessante boeken.
Je houdt van klassieke muziek.
Zij speelt graag met haar vrienden.
We gaan morgen naar het museum.
Hij moet morgen niet werken.
Zij heeft een mooie collectie schilderijen.
Ik ga op de bank televisie kijken.



User

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Het verhaal gaat over...
Hassan en Lily

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Wat gaan we leren?
-woordvolgorde
-vraagzinnen
-zinnen in de verleden tijd

Slide 14 - Slide

Wie? Wat? Waar? Wanneer?
Peter leest een boek op school elke ochtend.
Wie? Peter
Wat doet hij? Leest een boek
Waar?  Op school
 Wanneer? elke ochtend

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Slide 17 - Video

regelmatig
DENKEN-DELEN-UITWISSELEN

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Video

Maak een correcte zin
in het park wij wandelen

Slide 20 - Slide

Correcte zin
Wij wandelen in het park
Maak de zin vragend.
Zet de zin in de verleden tijd.
Gebruik het voltooid deelwoord.

Slide 21 - Slide

Goede zinnen
Wij wandelen in het park.
Wandelen wij in het park?
Wij wandelden in het park.
Wij hebben in het park gewandeld.

Slide 22 - Slide

Maak een goede zin
Elke dag de kinderen op school hard werken

Slide 23 - Slide

Correcte zin
De kinderen werken hard op school elke dag.
Maak de zin vragend.
Zet de zin in de verleden tijd.
Gebruik het voltooid deelwoord.

Slide 24 - Slide

Correcte zinnen
De kinderen werken hard op school elke dag.
Werken de kinderen hard op school elke dag?
De kinderen werkten hard op school elke dag
De kinderen hebben elke dag op school hard gewerkt.

Slide 25 - Slide

Onregelmatig
DENKEN-DELEN-UITWISSELEN

Slide 26 - Slide

Maak een goede zin
een nieuwe school ik kies

Slide 27 - Slide

Correcte zin
Ik kies een nieuwe school.
Maak de zin vragend.
Zet de zin in de verleden tijd.
Gebruik het voltooid deelwoord.

Slide 28 - Slide

Correcte zinnen
Ik kies een nieuwe school.
Kies ik een nieuwe school?
Ik koos een nieuwe school.
Ik heb een nieuwe school gekozen.

Slide 29 - Slide

Maak een correcte zin
leuke jongen om ga ik met die

Slide 30 - Slide

Correcte zin
Ik ga om met die leuke jongen

-Maak de zin vragend.
-Zet de zin de verleden tijd
-Zet de zin in de voltooide tijd (ge-)

Slide 31 - Slide

Goede zinnen
Ik ga om met die leuke jongen
Ga ik om met die leuke jongen?
Ik ging om met die leuke jongen.
Ik ben met die leuke jongen omgegaan.

Slide 32 - Slide

Zet in de goede volgorde
een mooie zin jij bedenkt

Slide 33 - Slide

Correcte zin
Jij bedenkt een mooie zin.

-Maak een vraagzin????
-Zet de zin in de verleden tijd.
-Zet de zin in de voltooide tijd.

Slide 34 - Slide

Correcte zinnen
Jij bedenkt een mooie zin.
Bedenk jij een mooie zin?
Jij bedacht een mooie zin.
Jij hebt een mooie zin bedacht.

Slide 35 - Slide

Zet in de goede volgorde
een plan voor de reis hij bedenkt

Slide 36 - Slide

Goede zin
Hij bedenkt een plan voor de reis.

Maak de zin vragend.
Zet de zin in de verleden tijd.
Zet de zin in de voltooide vorm.

Slide 37 - Slide

Correcte zinnen
Hij bedenkt een plan voor de reis.
Bedenkt hij een plan voor de reis?
Hij bedacht een plan voor de reis.
Hij heeft een plan voor de reis bedacht.

Slide 38 - Slide

Maak de opdrachten op papier
- verleden tijd (klare taal)
-voltooid deelwoord (klare taal)
-eenvoudige grammatica

Slide 39 - Slide

Aan de slag (help elkaar)
Maak les 10,11,12 oefening 27 t/m 36
Maak les 23,24 oefening 72,73,74,75
Maak les 25,26,27,28
Maak les 29 t/m 36

Slide 40 - Slide

Eenvoudige grammatica
Les 25 (te...) Uitleg!
Les 26 (scheidbare woorden) Uitleg!
Les 27 (voltooid deelwoord)
Les 28 (voltooid deelwoord d of t)
les 29,30,31,32,33,34,35,36

Slide 41 - Slide

Slide 42 - Link

Slide 43 - Link

Slide 44 - Link

Slide 45 - Link

Slide 46 - Link

Slide 47 - Link

Slide 48 - Link

Slide 49 - Slide

Slide 50 - Link

Slide 51 - Link

Slide 52 - Link

Huiswerk
-Disk; grammatica online werkwoorden
grammatica; werkwoorden 2.1 t/m 2.20/25

Slide 53 - Slide

Slide 54 - Link