- herhalen ww SAVOIR en het gebruik vd futur en futur du passé
- Oefenen voor PW (18/1)
Slide 2 - Slide
Lesdoelen:
- je kunt in het Frans uitleggen wat je in de vakantie hebt gedaan
- je herhaalt de vervoeging van het ww SAVOIR en van de FUTUR en FUTUR DU PASSÉ en oefent hiermee
Slide 3 - Slide
Intro: les vacances de Noël
Quelles activités???
Pendant les vacances, j'ai....................
1) regardé une série sur Netflix:
2) aidé mes parents à ............
3) été à l'étranger, à savoir..................
4) .......................................
Slide 4 - Slide
SAVOIR< p. 82
Leer de vervoeging vh ww SAVOIR uit je hoofd: présent, p.c. en imparfait
Slide 5 - Slide
Korte uitleg futur:
Stap 1: je neemt de infinitief (hele werkwoord) als stam:
chanter (zingen)
Stap 2: je voegt de uitgang van de futur toe.> vh ww avoir
Je chanterai, tu chanteras, il chantera, nous chanterons, vous chanterez, ils chanteront.
Vertaling: ik zal zingen, jij zal zingen, hij zal zingen, wij zullen zingen, jullie zullen zingen, zij zullen zingen
Slide 6 - Slide
Regels voor andere werkwoorden:
Bij werkwoorden op ‘-re’ laat je de -e vallen zodat de stam eindigt op een -r: het werkwoord rendre krijgt dan ‘rendr’ als stam (rendre): rendre, attendre, vendre worden je rendrai, tu attendras, il vendra.
Bij werkwoorden op ‘-oir’ valt de ‘oi’ weg: recevoir (ontvangen) krijgt ‘recevr’ als stam (recevoir): je recevrai. Devoir (moeten) wordt je devrai, enz......
Slide 7 - Slide
Onregelmatige ww (7)
Let op: hierbij kun je (ook) niet uitgaan van het hele werkwoord. Je moet hierbij de je-vorm leren om de andere vormen ook te maken. - Kijk op p. 83 van je boek!
1. être = je serai 5. vouloir = je voudrai
2. avoir = j'aurai 6. pouvoir = je pourrai
3. faire = je ferai 7. venir = je viendrai
4. aller = j'irai
Slide 8 - Slide
Futur du passé
Deze vorm gebruik je als je iets zegt met "zou/ zouden". Het drukt vaak een beleefdheidsvorm uit. Wat je vaak hoort in restaurants bv:
"Je voudrais un café, s'il vous plaît." => ik zou graag willen
Slide 9 - Slide
Futur du passé (2)
De uitgangen die je gebruikt bij deze vorm zijn de uitgangen van de imparfait: