Regelmatige werkwoorden: Gebruik de stam van het werkwoord. Voeg "-s" toe bij de derde persoon enkelvoud (he, she, it).
Voorbeeld:
to walk → walks (he/she/it)
to play → plays (he/she/it)
Onregelmatige werkwoorden: Deze werkwoorden volgen dezelfde regels, maar hebben soms unieke vormen.
Gebruik van de Present Simple
Algemene feiten: Gebruik de present simple om feiten en waarheden te beschrijven.
Voorbeeld: "The sun rises in the east."
Gewoonten en routines: Gebruik de present simple om gewoonten en herhaalde acties te beschrijven.
Voorbeeld: "She drinks coffee every morning."
Tijdschema's en programma's: Gebruik de present simple om geplande gebeurtenissen te beschrijven.
Voorbeeld: "The train leaves at 6 PM."