H5 P2 deel 2

Welkom!

1. Kom rustig binnen

2. Ga zitten op je  plek volgens de vaste plattegrond

3. Pak je spullen: boeken, schrijfspullen en een laptop

4. Wacht rustig tot de les begint...


1 / 35
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Welkom!

1. Kom rustig binnen

2. Ga zitten op je  plek volgens de vaste plattegrond

3. Pak je spullen: boeken, schrijfspullen en een laptop

4. Wacht rustig tot de les begint...


Slide 1 - Slide

Planning:
  • Opening en bijzonderheden
  • Terugblik vorige les

  • Eerste Uitleg H5 P2
  • Controlevragen uitleg

  • Zelfwerkzaamheid
  • Afsluiting

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
1: Je kunt beschrijven  waar en in welke producten de VOC en WIC  handelden en welke rechten zij als bedrijf hadden.

2: Je weet de betekenis van deze begrippen: VOC, WIC en wereldeconomie.

3: Je kent de verschillen tussen de VOC en WIC




Slide 3 - Slide

Welke betekenis hoort bij Handelskapitalisme?
A
Kooplieden gaan geld investeren om via nijverheid veel producten te maken en te verkopen.
B
Een plaats waar producten worden opgeslagen om later weer verder te worden verhandeld.
C
Een manier van geld verdienen waarbij kooplieden met handel zoveel mogelijk winst willen maken.
D
De verplaatsing van grote groepen mensen naar een ander gebied.

Slide 4 - Quiz

Op welke andere manier willen rijke mensen geld verdienen in Nederland
A
Grond droogleggen, dan verhuren
B
Windmolens bouwen en verkopen
C
Landbouwgrond verhuren
D
Meer handelen in de Oostzee

Slide 5 - Quiz

Waarom groeien de steden in Holland en Zeeland?
Oorzaak 1
Oorzaak 2
Minder belasting in de stad
Droogleggen van Polders
Bevolkingsgroei door vluchtelingen
Er was veel werk wat goed betaalde
Vrede met Spanje
Nijverheid

Slide 6 - Drag question

Probeer het begrip verdraagzaamheid uit te leggen.

Slide 7 - Open question

Handel met het Oosten.
  • Rond 1600 was in Europa veel vraag naar specerijen,                                                                             zoals nootmuskaat, peper en kruidnagel. 

  • Daardoor waren de prijzen hoog. Alleen de Portugezen haalden                                                 specerijen uit Azië. Ze verkochten deze specerijen met grote winst. 

  • Hollandse en Zeeuwse kooplieden wilden dat ook wel.                                                                  Daarom richtte in 1602 een aantal kooplieden                                                                                                  een ‘compagnie’ (een bedrijf) op: de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC).

Slide 8 - Slide

Rechten van de VOC

  • De VOC had een aantal speciale rechten, zoals het recht om forten te bouwen en oorlogen te voeren. 

  • Ook had de VOC het alleenrecht op de handel met Azië. Dat betekende dat alleen de VOC schepen naar Oost-Indië mocht sturen.

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Link

Handel met het Westen
  • Kooplieden uit Holland en Zeeland handelden ook met West-Indië (Amerika). Daar kwamen suiker en tabak vandaan. 

  • Voor de handel met West-Indië werd in 1621 de West-Indische Compagnie (WIC) opgericht.

  • De WIC kreeg dezelfde speciale rechten als de VOC en het alleenrecht op de handel met gebieden in Amerika en Afrika.

Slide 11 - Slide

Wereldhandel
  • De Republiek had door de VOC en de WIC dus handelscontacten met Azië, Amerika en Afrika.

  • Ook andere Europese landen handelden over de hele wereld. Zo ontstond in de 17e eeuw een wereldeconomie.

  • Dat is een economie waarin landen van over de hele wereld producten aan elkaar verkopen.

Slide 12 - Slide

Leerdoelen
1: Je kunt beschrijven waar en in welke producten de VOC en WIC  handelden en welke rechten zij als bedrijf hadden.

2: Je weet de betekenis van deze begrippen: VOC, WIC en wereldeconomie.

3: Je kent de verschillen tussen de VOC en WIC




Slide 13 - Slide

Bij welk begrip hoort de volgende zin:

Handelsbedrijf dat in 1602 werd opgericht. De ... had als enige het recht om handel te drijven met gebieden in Azië.
A
De WIC
B
De VOC

Slide 14 - Quiz

Met welke gebieden handelde de WIC dan?
A
Europa en Amerika
B
Afrika en Azië
C
Amerika en Afrika
D
Afrika en Australië

Slide 15 - Quiz

Welke speciale rechten heeft de VOC als bedrijf?
A
Ze mochten oorlog voeren en als enige handelen met het Oosten.
B
Ze mochten forten bouwen aan de kust van Afrika
C
Handelaren van de VOC mochten als enige specerijen verkopen in Nederland
D
Zij mochten nieuw ontdekte gebieden voor henzelf houden.

Slide 16 - Quiz

Geef een kloppende omschrijving van het begrip ¨Wereldeconomie¨

Slide 17 - Open question

Maakwerk en huiswerk
Je gaat nu maken:
Opdracht 1 tm 5 van H5 P2. Dit vind je op blz 77 tm 79. Dit is ook je huiswerk.
Zorg ervoor dat de opgaven van H5 P1 af zijn!

Hoe?
Dit doe je in je boek. Niet op je laptop!

Klaar?
Maak in de online methode de test jezelf van H5 P2 en oefen met de flitskaartjes.

Slide 18 - Slide

Welkom!

1. Kom rustig binnen

2. Ga zitten op je  plek volgens de vaste plattegrond

3. Pak je spullen: boeken, schrijfspullen en een laptop

4. Wacht rustig tot de les begint...


Slide 19 - Slide

Planning:
  • Opening en bijzonderheden
  • Terugblik vorige les

  • Verwachtingen tijdens deze les
  • Uitleg H5 P2 over slavernij

  • Zelfwerkzaamheid
  • Afsluiting

Slide 20 - Slide

Leerdoelen
  • Je kunt uitleggen waarom Europeanen op grote schaal in slaven gingen handelden.

  • Je weet wat uit welke drie onderdelen de driehoekshandel bestaat.

  • Je kunt in eigen woorden beschrijven wat er gebeurde met mensen die tot slaaf waren gemaakt.

Slide 21 - Slide

Bij welk begrip hoort de volgende zin:

Handelsbedrijf dat in 1602 werd opgericht. De ... had als enige het recht om handel te drijven met gebieden in Azië.
A
De WIC
B
De VOC
C
De VIC
D
De WOC

Slide 22 - Quiz

Met welke gebieden handelde de WIC dan?
A
Europa en Amerika
B
Afrika en Azië
C
Afrika en Australie
D
Amerika en Afrika

Slide 23 - Quiz

Welke speciale rechten heeft de VOC als bedrijf?
A
Ze mochten oorlog voeren en als enige handelen met het Oosten.
B
Ze mochten forten bouwen aan de kust van Afrika
C
Handelaren van de VOC mochten als enige specerijen verkopen in Nederland
D
Zij mochten nieuw ontdekte gebieden voor henzelf houden.

Slide 24 - Quiz

Geef een kloppende omschrijving van het begrip ¨Wereldeconomie¨

Slide 25 - Open question

Voordat de uitleg begint...

Slide 26 - Slide

De Amerikaanse plantages
  • In de 17e eeuw beheersten Europese landen,                                                                                               waaronder de Republiek, gebieden in Amerika.                                                                                               Zij stichtten er plantages, die winst moesten opleveren. 

  • De oorspronkelijke bewoners van Amerika (indianen) die het                                                                      land bewerkten, stierven door het zware werk of aan ziektes. 

  • Daarom haalden Europese handelaren mensen uit West-Afrika                                                                 en brachten hen als slaaf naar Amerika. Tussen 1500 en 1800                                                        werden zo’n 11 miljoen zwarte Afrikanen als slaven naar Amerika vervoerd.

Slide 27 - Slide

Driehoekshandel

Slide 28 - Slide

Driehoekshandel
  • Europeanen nemen geweren, alcohol en gereedschappen mee naar West-Afrika. Daarmee kochten zij Afrikanen, die tot slaaf waren gemaakt. 

  • De slaven werden in Amerika verkocht aan de eigenaren van plantages.

  • Daarna voeren schepen, volgeladen met (riet)suiker en tabak, terug naar Europa.

Slide 29 - Slide

De WIC en slavernij
  • De handel in slaven en in producten die slaven verbouwden, leverde de Europeanen veel winst op. 

  • Ook mensen in de Republiek verdienden daaraan geld. De WIC handelde in slaven en bezat veel plantages in Suriname en op de Antillen.

  • De meeste Europeanen hadden geen moeite met de slavernij.

Slide 30 - Slide

Tot slaaf gemaakt
  •  Sommige Afrikanen raakten door schulden of                                                                                                  in een oorlog hun vrijheid kwijt. Ook werden mensen                                                                                        tijdens rooftochten tot slaaf gemaakt. 

  • Afrikaanse slavenhandelaren brachten de slaven                                                                                         naar de Europese forten aan de kust, zoals Fort Elmina.

  • Per schip werden de slaven naar slavenmarkten                                                                                               in Amerika gebracht. De slavenschepen waren vaak overvol;                                                                     de hygiëne en het voedsel waren slecht. Eén op de acht stierf.

Slide 31 - Slide

                                  Vervoer van de
tot slaaf gemaakten

Slide 32 - Slide

Leven in slavernij
  • Op de slavenmarkt werden de slaven gekocht.                                                                        De slaven hadden geen rechten, want volgens de wet waren ze 'bezit'.

  • Het leven op de plantages was voor slaven wreed.                                                                               Gezinnen werden verscheurd, omdat ieder lid apart verkocht kon worden.                                            Wie niet hard genoeg werkte, werd mishandeld.

  • Veel slaven verzetten zich, bijvoorbeeld door de oogst te vernielen                                                         of weg te lopen. Er waren ook slavenopstanden.                                                                                                  Die werden bijna altijd met geweld onderdrukt.

Slide 33 - Slide

Maakwerk en huiswerk
Je gaat nu maken:
Maak alle opgaven van H5 P2 in stilte!
De volgende les kijken wij P1 en P2 na.

Hoe?
Dit doe je in je boek. Niet op je laptop!

Klaar?
Maak in de online methode de test jezelf van H5 P2 en oefen met de flitskaartjes.

Slide 34 - Slide

Afsluiting: Leerdoelen
  • Je kunt uitleggen waarom Europeanen op grote schaal in slaven gingen handelden.

  • Je weet wat uit welke drie onderdelen de driehoekshandel bestaat.

  • Je kunt in eigen woorden beschrijven wat er gebeurde met mensen die tot slaaf waren gemaakt.

Slide 35 - Slide