Begrippenlijst centraal examen scheikunde

Begrippenlijst centraal examen scheikunde
1 / 30
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Begrippenlijst centraal examen scheikunde

Slide 1 - Slide

Atoomnummer
A
Ja ik weet wat dat betekent
B
Nee, wel van gehoord maar ik weet het niet
C
Ja ik weet het ongeveer maar kan het niet uitleggen
D
Nooit van gehoord

Slide 2 - Quiz

Covalentie
A
Ja ik weet wat dat betekent
B
Nee, wel van gehoord maar ik weet het niet
C
Ja ik weet het ongeveer maar kan het niet uitleggen
D
Nooit van gehoord

Slide 3 - Quiz

Elektrovalentie
A
Ja ik weet wat dat betekent
B
Nee, wel van gehoord maar ik weet het niet
C
Ja ik weet het ongeveer maar kan het niet uitleggen
D
Nooit van gehoord

Slide 4 - Quiz

Element
A
Ja ik weet wat dat betekent
B
Nee, wel van gehoord maar ik weet het niet
C
Ja ik weet het ongeveer maar kan het niet uitleggen
D
Nooit van gehoord

Slide 5 - Quiz

Ester
A
Ja ik weet wat dat betekent
B
Nee, wel van gehoord maar ik weet het niet
C
Ja ik weet het ongeveer maar kan het niet uitleggen
D
Nooit van gehoord

Slide 6 - Quiz

Hydraat
A
Ja ik weet wat dat betekent
B
Nee, wel van gehoord maar ik weet het niet
C
Ja ik weet het ongeveer maar kan het niet uitleggen
D
Nooit van gehoord

Slide 7 - Quiz

pH-optimum
A
Ja ik weet wat dat betekent
B
Nee, wel van gehoord maar ik weet het niet
C
Ja ik weet het ongeveer maar kan het niet uitleggen
D
Nooit van gehoord

Slide 8 - Quiz

Leg uit wat het massagetal is

Slide 9 - Open question

Elektrolyt
A
Ja ik weet wat dat betekent
B
Nee, wel van gehoord maar ik weet het niet
C
Ja ik weet het ongeveer maar kan het niet uitleggen
D
Nooit van gehoord

Slide 10 - Quiz

Wat weet je van thermoharders?

Slide 11 - Mind map

Isotoop
A
Ja ik weet wat dat betekent
B
Nee, wel van gehoord maar ik weet het niet
C
Ja ik weet het ongeveer maar kan het niet uitleggen
D
Nooit van gehoord

Slide 12 - Quiz

Valentie-elektronen
A
Ja ik weet wat dat betekent
B
Nee, wel van gehoord maar ik weet het niet
C
Ja ik weet het ongeveer maar kan het niet uitleggen
D
Nooit van gehoord

Slide 13 - Quiz

Energie-effect
A
Ja ik weet wat dat betekent
B
Nee, wel van gehoord maar ik weet het niet
C
Ja ik weet het ongeveer maar kan het niet uitleggen
D
Nooit van gehoord

Slide 14 - Quiz

Wat is een substitutie reactie?

Slide 15 - Open question

Een zuur is een deeltje dat een H+ ion kan opnemen
A
waar
B
niet waar

Slide 16 - Quiz

Geef de definitie van een reductor

Slide 17 - Open question

Wat is de stof die hier beschreven wordt:
Voedingsstoffen die dienen als reservebrandstof voor het lichaam gemaakt uit glycerol en vetzuren
A
koolhydraten
B
vetten
C
verzadigde vetzuren
D
eiwitten

Slide 18 - Quiz

Wat is de primaire structuur van een eiwit?

Slide 19 - Open question

Wat is de LD-50 waarde?

Slide 20 - Mind map

Wat betekent de afkorting GHS?

Slide 21 - Mind map

Zijn vrije elektronen hetzelfde als valentie-elektronen?

Slide 22 - Open question

Extruderen
A
Ja ik weet wat dat betekent
B
Nee, wel van gehoord maar ik weet het niet
C
Ja ik weet het ongeveer maar kan het niet uitleggen
D
Nooit van gehoord

Slide 23 - Quiz

Botsende deeltjes model
A
Ja ik weet wat dat betekent
B
Nee, wel van gehoord maar ik weet het niet
C
Ja ik weet het ongeveer maar kan het niet uitleggen
D
Nooit van gehoord

Slide 24 - Quiz

Recirculatie
A
Ja ik weet wat dat betekent
B
Nee, wel van gehoord maar ik weet het niet
C
Ja ik weet het ongeveer maar kan het niet uitleggen
D
Nooit van gehoord

Slide 25 - Quiz

Wat zijn essentiële aminozuren en vetzuren

Slide 26 - Open question

Wat is een endotherme reactie?

Slide 27 - Mind map

Wat is een weekmaker? Met andere woorden, wat is de functie?

Slide 28 - Open question

Noem 3 scheidingsmethoden en het verschil in stofeigenschap waarop ze gebaseerd zijn

Slide 29 - Mind map

Scheikunde is voor mij: .....

Slide 30 - Mind map