This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 45 min
Items in this lesson
H3 water
Slide 1 - Slide
Extra uitleg en oefeningen (ibook)
ga naar www.reviusprojecten.nl/ipad
klik op vakken reviuslyceum
klik op natuurkunde
wachtwoord: Binask
klik op leerjaar 2
kies voor ibook vast, vloeibaar en gas
Slide 2 - Slide
deeltjes / moleculen
Alle stoffen om ons heen zijn opgebouwd uit kleine deeltjes die onzichtbaar zijn voor het blote oog. Deze deeltjes noemt men moleculen.
Een kleine hoeveelheid van een stof, bijvoorbeeld een paar druppels water, bestaat al uit miljoenen moleculen. moleculen zijn de bouwstenen van stoffen.
Slide 3 - Slide
Slide 4 - Slide
deeltjesmodel
Alle moleculen van een stof trillen/bewegen. Als je een stof verwarmt, dan gaan deze deeltjes steeds harder trillen en botsen ze, waardoor ze zich verder uit elkaar gaan bevinden.
Als een stof zich in de vaste vorm bevindt, dan zitten de deeltjes vast in een rooster op een vaste plaats en kunnen ze alleen op hun plaats trillen. (ruimte tussen de moleculen is erg klein)
Als een stof zich in de vloeibare fase bevindt, dan gaan de deeltjes ook van hun plaats af bewegen en botsen. (ruimte tussen de moleculen is iets groter)
Als een stof zich in de gasvormige fase bevindt, dan bewegen de deeltjes zich op zijn snelst en botsen ze erg hard. (ruimte tussen de moleculen is erg groot)
Slide 5 - Slide
Slide 6 - Slide
Slide 7 - Slide
In welke fase is de ruimte tussen de moleculen het kleinst?
A
Vaste fase
B
Vloeibare fase
C
Gasvormige fase
Slide 8 - Quiz
3 fasen
Slide 9 - Slide
fasen en fase-overgangen
Alle stoffen om je heen kunnen voorkomen in verschillende fases.
Een fase is een toestand waarin een stof verkeert.
Er zijn 3 fasen, namelijk:
vast (s),
vloeibaar (l) en
gas (g).
Wanneer je stoffen verwarmt of juist afkoelt, dan kan een stof van fase veranderen. Denk maar eens aan een ijsblokje dat je verwarmt, deze bevond zich in de vaste fase en is plots vloeibaar geworden. Wanneer een stof verandert van fase, dan noem je dit een fase-overgang. Er zijn 6 fase-overgangen zie (pijlen) volgende dia.
Slide 10 - Slide
Welke afkorting gebruik je voor een stof in de vloeibare fase
A
s
B
l
C
v
D
g
Slide 11 - Quiz
Slide 12 - Slide
Welk nummer geeft de fase-overgang stollen weer?
A
3
B
4
C
5
D
6
Slide 13 - Quiz
Welk nummer geeft de fase-overgang condenseren weer?
A
3
B
4
C
5
D
6
Slide 14 - Quiz
Hoe Noem je de faseovergang waarbij een ijsblokje vloeibaar wordt?
A
Smelten
B
Stollen
C
Verdampen
D
Condenseren
Slide 15 - Quiz
Hoe Noem je de faseovergang waarbij het gasvormige water dat je uitademt als waterdruppeltjes zichtbaar worden op de ruit?
A
Smelten
B
Stollen
C
Verdampen
D
Condenseren
Slide 16 - Quiz
Hoe Noem je de faseovergang waarbij een vloeibaar kaarsvet weer vast wordt?
A
Smelten
B
Stollen
C
Verdampen
D
Condenseren
Slide 17 - Quiz
Hoe Noem je de faseovergang waarbij natte Kleding aan de waslijn buiten door de zon weer droog wordt?
A
Smelten
B
Stollen
C
Verdampen
D
Condenseren
Slide 18 - Quiz
Kristalstructuur van ijs
Slide 19 - Slide
Hagel (vast)
Sneeuw (vast)
Ijs (vast)
Rijp (vast)
Mist (vloeibaar)
Wolken (vloeibaar)
Regen (vloeibaar)
Heldere lucht (gas)
Slide 20 - Slide
In welke fase bevindt water zich wanneer het als hagel uit de lucht valt?
A
Vast
B
Vloeibaar
C
Gas
Slide 21 - Quiz
In welke fase bevindt water zich wanneer het als regen uit de lucht valt?
A
Vast
B
Vloeibaar
C
Gas
Slide 22 - Quiz
In welke fase bevindt water zich wanneer het als het als mist in de lucht hangt?
A
Vast
B
Vloeibaar
C
Gas
Slide 23 - Quiz
In welke fase bevindt water zich wanneer het als het je een helder blauwe lucht ziet?