Vragers & Aanbieders Hoofdstuk 5 par 1+2+3

Vragers & Aanbieders 
Hoofdstuk 5
1 / 27
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Vragers & Aanbieders 
Hoofdstuk 5

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
  • Je kunt de volgende begrippen omschrijven:                                                                • maatschappelijke kosten en maatschappelijke opbrengsten                            • profijtbeginsel                                                                                                                          • prijselastische en prijsinelastische vraag                                                                 
  • Je kunt de prijselasticiteit van de vraag omschrijven, toepassen en berekenen.
  • Je kan uitleggen wat het effect is van prijsveranderingen bij een elastische/inelastische vraag op de omzet van het product


Slide 2 - Slide

Externe effecten
Extern effect: Een gevolg van vraag of aanbod waar geen prijs voor wordt betaald. De private kosten/opbrengsten zijn NIET gelijk aan de maatschappelijke kosten/opbrengsten

Negatieve externe effecten: Extern effect waarbij de welvaart van de maatschappij daalt.

Positieve externe effecten: Extern effect waarbij de welvaart groeit. 

Slide 3 - Slide

Maatschappelijke...
Maatschappelijke kosten
Kosten van economisch handelen voor de samenleving. Kosten die jijzelf, maar ook de samenleving moet opbrengen; bijvoorbeeld door luchtvervuiling, roken, afval na de markt enz. 
De optelsom van de private kosten en de externe kosten van een product.


Slide 4 - Slide

Profijtbeginsel
     (eerder geleerd over draagkrachtbeginsel)
Profijtbeginsel
  • Je betaalt als je ergens gebruik van maakt
  • Voorbeeld: wegenbelasting of de kilometerheffing

Slide 5 - Slide

Prijselasticiteit


De prijselasticiteit zegt iets over hoe sterk de gevraagde hoeveelheid reageert op een daling of stijging van de prijs.

Slide 6 - Slide

Als de prijs stijgt,
zal bij de meeste producten de vraag...
A
dalen
B
stijgen

Slide 7 - Quiz

Procentuele verandering berekenen 

Slide 8 - Slide

Berekening prijselasticiteit

De prijselasticiteit kun je als volgt berekenen:

                                                                                                 Gevolg                                                                                                                       Oorzaak     

                    

Ev tussen 0 en -1: inelastisch

Ev kleiner dan -1: elastisch


Slide 9 - Slide

Elastisch

De vraag is (prijs)elastisch als de vraag relatief sterk reageert op een verandering van de prijs.


Als de prijs met bijvoorbeeld 1% stijgt, zal de gevraagde hoeveelheid met meer dan 1% dalen.

Andersom, als de prijs met bijvoorbeeld 1% daalt, zal de gevraagde hoeveelheid met meer dan 1% stijgen.


Slide 10 - Slide

Inelastisch

De vraag is (prijs)inelastisch als de vraag relatief zwak reageert op een verandering van de prijs.


Als de prijs met bijvoorbeeld 1% stijgt, zal de gevraagde hoeveelheid met minder dan 1% dalen.

Andersom, als de prijs met bijvoorbeeld 1% daalt, zal de gevraagde hoeveelheid met minder dan 1% stijgen.


Slide 11 - Slide

Prijselastisch
Definitie: de vraag neemt in verhouding / procentueel / relatief meer af (toe)
dan de prijs stijgt (daalt) 

NB: vergeet je ‘in verhouding/in procenten/relatief’,
dan is je antwoord onvolledig.



Slide 12 - Slide

Voorbeeld

De volgende vraagfunctie is gegeven: Qv = -10P + 500

De prijs stijgt van 10 naar 15.

Hoe groot is de bijbehorende prijselasticiteit?



Slide 13 - Slide

Voorbeeld
De volgende vraagfunctie is gegeven: Qv = -10P + 500

De prijs stijgt van 10 naar 15.

Slide 14 - Slide

Maak opdrachten 
Opdracht 5.5, 5.8, 5.11, 5.12 en 5.13


     

Slide 15 - Slide

Leerdoelen
  • Je kunt de volgende begrippen omschrijven:                                                                • maatschappelijke kosten en maatschappelijke opbrengsten                            • profijtbeginsel                                                                                                                          • prijselastische en prijsinelastische vraag                                                                 
  • Je kunt de prijselasticiteit van de vraag omschrijven, toepassen en berekenen.


Slide 16 - Slide

Inkomenselasticiteit


De inkomenselasticiteit zegt iets over hoe sterk de gevraagde hoeveelheid reageert op een daling of stijging van het inkomen.

Slide 17 - Slide

Inkomenselasticiteit

De inkomenselasticiteit geeft weer hoe (sterk) de gevraagde hoeveelheid reageert op een verandering van het inkomen.






Slide 18 - Slide

Normale producten

Normale producten splitsen we in twee soorten:

1   primaire producten

              hierbij reageert de vraag relatief zwak op een                                                                    inkomensverandering = inkomensinelastisch.

2   luxe producten

              hierbij reageert de vraag relatief sterk op een                                                                    inkomensverandering = inkomenelastisch.

              



 

Slide 19 - Slide

Berekening inkomenselasticiteit

De inkomenselasticiteit kun je als volgt berekenen:

                                                                                                 Gevolg    en "GO''                                                                                                   Oorzaak     

                    

Ey > 0: normale producten

Ey < 0: inferieure producten


Slide 20 - Slide

Qv = -30P + 300 Prijs: €4 naar €5.
Prijselasticiteit van gevraagde hoeveelheid:

Slide 21 - Open question

als de prijselasticiteit van een goed inelastisch is, dan:
A
reageert de consument erg op een prijsverandering
B
reageert de consument niet erg op een prijsverandering

Slide 22 - Quiz


Wat betekent een prijselasticiteit van -1,5%
A
Als de prijs met 1% wordt verhoogd, komen er 1,5% meer klanten bij.
B
Als de prijs met 1% wordt verlaagd, vertrekken 1,5% van de klanten.
C
Als de prijs met 1% wordt verhoogd, vertrekken er 1,5% van de klanten.
D
Als de prijs met 1% wordt verlaagd, komen er 1,5% meer klanten bij.

Slide 23 - Quiz

Prijselasticiteit en omzet
Wat gebeurt er met de omzet als je de prijs verhoogt:

Slide 24 - Slide

Leerdoelen

  • Je kan uitleggen wat het effect is van prijsveranderingen bij een elastische/inelastische vraag op de omzet van het product


Slide 25 - Slide

Maak opdrachten 
Werk bij: 5.5 t/m 5.11 (blz. 72 en 73)
Maak: 5.12 t/m 5.14

Straks 5.13 + 5.14 bespreken


     

timer
15:00

Slide 26 - Slide

Hoe kan het dat duurdere hamburgers voor meer omzet zorgen? Gebruik in je antwoord het begrip prijselasticiteit van de vraag.

Slide 27 - Open question