Geladen atomen (ionen) door beweging van vrije elektronen
Legeringen
Slide 2 - Slide
Leerdoelen 6.3 Zouten
Je kunt na afloop van deze les:
enkele kenmerken van zouten benoemen
uitleggen hoe een zout is opgebouwd op microniveau
uitleggen wat er gebeurt als een zout oplost in water
Slide 3 - Slide
Eigenschappen van zouten
Hoog smelt- en kookpunt: Er is dus een sterke binding? Wat voor binding?
In vaste toestand geleidt een zout niet, maar in vloeibare toestand wel. Blijkbaar zijn er in vaste toestand geen geladen deeltjes die vrij kunnen bewegen, maar in vloeibare fase wel?
Slide 4 - Slide
Formules van zouten
Bestaan uit een metaalatomen en niet-metaalatomen
NaCl
Na = natrium (metaal)
Cl = chloor (niet-metaal)
Slide 5 - Slide
Vormen van ionen
Voor geleiding zijn geladen deeltjes nodig: de ionen.
Een zout is opgebouwd uit positieve metaalionen en negatieve niet-metaalionen
Hoe worden die ionen gevormd?
Slide 6 - Slide
Vormen van ionen
Atoommodel van Bohr voor natrium en chloor -->
Natrium geeft zijn ene valentie-elektron aan chloor.
Natrium wordt dan zelf Na+
Chloor wordt dan zelf Cl-
Na+ en Cl- trekken elkaar aan en gaan in een rooster zitten
Slide 7 - Slide
Het zoutrooster
Elke Na+ is omringd door Cl- en andersom
In vaste fase is dit rooster intact: geen vrij bewegende deeltjes voor geleiding
In vloeibare fase is dit rooster niet intact: wel vrij bewegende deeltjes voor geleiding
Slide 8 - Slide
Zouten in water
Binding tussen Na+ en Cl- heet een ionbinding
Bij oplossen van een zout in water worden de ionbindingen verbroken -> oplosvergelijking
Slide 9 - Slide
Wat is de beste omschrijving van een ion?
A
een ion is een atoom met een positieve lading
B
een ion is een atoom met een negatieve lading
C
een ion is een atoom met een lading
Slide 10 - Quiz
Welke bewering(en) is of zijn juist?
A
een ion is altijd van een metaalatoom gemaakt.
B
een metaalion heeft altijd een elektron teveel
C
niet-metaalionen zijn negatief geladen
D
een niet-metaalion heeft een proton afgestaan
Slide 11 - Quiz
Samengevat
Zouten hebben een hoog smelt- en kookpunt
In formules van zouten komen negatieve metaalatomen en positieve niet-metaalatomen voor