Les 6 : CVA gevolgen

1 / 15
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Planning
  • Lesdoelen bespreken
  • Restklachten na CVA 
  • Revalidatie na CVA
  • Planning woensdag

Slide 2 - Slide

Lesdoelen
  • Na de les benoem je het verschil tussen een bloedig en onbloedig CVA.
  • Na de les benoem je de symptomen van een CVA
  • Na de les kun je vertellen wat de rest verschijnselen zijn van een CVA
  • Na de les kun je vertellen wat het revalidatie traject inhoudt van een CVA.

Slide 3 - Slide

Terugblik vorige les
Helaas van 5 studenten geen antwoord ontvangen. Wat gaat hier fout?
Schijt aan de juf? 
Geen zin?
Niet leuk?

Vragen film:
" Ik besef me dat je niet snel moet oordelen over mensen, omdat er zoveel meer aan de hand kan zijn dan je aan de buitenkant kunt zien. "

"Een enge gedachte dat je niks meer kan en alles opnieuw moeten leren, als volwassene zijnde."



Slide 4 - Slide

Wat voor bijzonderheden verwacht je bij de persoonlijke zorg bij mensen met een CVA?

Slide 5 - Open question

Wat betekent de chronische fase
A
Dit is de fase wanneer het letsel net is gebeurd
B
De herstelfase, dat je alles opnieuw leert
C
De fase waarin je alles evalueert
D
Dat duidelijk wordt hoe je leven er met letsel uitziet

Slide 6 - Quiz

Zichtbare gevolgen
Onzichtbare gevolgen
Geheugenstoornissen
Hemiparese
Verstoorde controle
Taalstoornissen
Hemianopsie
Concentratiestoordnissen

Slide 7 - Drag question

Afasie
Afasie is het verlies van het vermogen om taal te spreken en/of gesproken taal te begrijpen.  Hierin heb je de motorisch en sensorische afasie: 
Motorische afasie leidt vooral tot problemen met het uitspreken van woorden, terwijl sensorische afasie problemen veroorzaakt met het begrijpen van taal.
  

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Video

Apraxie
Apraxie is het onvermogen om kleine complexe handelingen te verrichten

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Agnosie
Visuele agnosie : Onvermogen om objecten te herkennen via zicht, ondanks goed gezichtsvermogen.
Voorbeeld: Iemand ziet een pen maar herkent het niet als een pen, totdat hij het vastpakt.

Auditieve agnosie: Moeite met het herkennen van geluiden, ondanks goed gehoor.
Voorbeeld: Iemand hoort een hond blaffen, maar kan het geluid niet linken aan een hond.

Tactiele agnosie (astereognosie) – Niet kunnen herkennen van objecten door aanraking.

Slide 12 - Slide

Wat heb je vandaag geleerd dat je voor deze les nog niet wist?

Slide 13 - Open question

Wat kan er volgende keer beter in de les?

Slide 14 - Open question

Slide 15 - Link